Worteldoek II

De middag wortels uitgraven en worteldoek ingraven is me goed bevallen. Midden in de winter kom ik veel minder buiten en dan merk ik dat ik het tuinieren mis. Toch moet ik altijd over een drempel heen om in de winter naar de tuin te gaan. Een goede reden dus om niet te lang te wachten met de tweede helft van de klus. En zo ging ik enkele dagen later alweer naar de tuin. Ik wist wat ik wilde gaan doen en kon snel aan de slag.

Het werk vlotte snel en ik realiseerde me dat ik de klus misschien wel af kon krijgen. Dat zou wel erg fijn zijn. Er is nog genoeg te doen in de tuin. Hoewel ik lekker bezig was weet ik dat deze klus snel blijft liggen zodra er andere dingen te doen zijn.

Het werd even flink doorwerken want de zon ging op tijd onder. Maar zowaar, vóór het donker werd kon ik tot het eind van het stuk worteldoek doorwerken. Nu is alles waar ik niet goed bij kan en wat aan de buren grenst mooi afgewerkt. Heerlijk voldaan ging ik naar huis.


Worteldoek I

In de winter is het tijd voor, jawel, de winterklussen! Tot nu toe is de winter zacht en droog, ideaal hiervoor. Rondom de feestdagen bleef er nog genoeg vrije tijd over om eens lekker aan de slag te gaan. Met een extra paar sokken aan ging ik aan de slag. Het was koud, maar er moest een inspannende klus gedaan worden, dus eigenlijk was het helemaal niet erg.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is DSCN6228.jpg

Achterin mijn tuin heb ik de composthoop liggen. Deze was behoorlijk groot geworden en ik was al aan een nieuwe stapel begonnen. Tussen de twee hopen was nog ruimte vrij, ideaal om de oudste stapel eens om te keren. De kwaliteit van de compost onderin verraste me. Prachtige, fijnverteerde compost. Een deel heb ik dan ook meteen maar over de tuin verspreid.

Met het omgooien van de composthoop kwam er eindelijk ruimte om mijn ‘wortedoek klus’ af te maken. Eigenlijk is het stuk onder de composthoop het enige stuk waar nooit goed het wortelonkruid weggehaald is. En daar groeiden inmiddels al behoorlijk dikke wortels van het pispotje, ook wel haagwinde genoemd. Tijdens de zomermaanden is het al snel te heet voor deze intensieve klus terwijl ik in de winter wel wat extra warmte kan gebruiken. Dus dankzij de kou kon ik flink aan de slag om de dikke witte wortels van het pispotje uit te graven.

Vervolgens kon ik verder met het ingraven van het worteldoek. Na zo’n 2,5 uur buiten werken kon ik tevreden terug kijken op een ontspannen middag. Het worteldoek kwam tot bijna achterin de hoek en ik had een wit emmertje vol dikke witte wortels. Nog één of twee keer een middag aan de slag en de (in de zomer) vervelende klus is geklaard.

Wat is een pispotje/haagwinde?

Mest rijden

Eindelijk weer eens een nieuw blogstukje. Er gebeurt weinig in de tuin en er is weinig om te vertellen.

In november arriveerde de bestelde mest. Met de vereniging kunnen we mest inkopen van een boer met een potstal. De mest is mooi vermengd met stro en ideaal om de tuin mee te bemesten. Met de service dat het op het complex gebracht wordt is het helemaal makkelijk geworden om je tuin royaal te bemesten.

Op het complex zijn de meeste tuinen leeg en kaal. Mooie diepzwarte mest ligt er als een dekentje bovenop. Of ligt in hoopjes verspreid.

Ik heb twaalf kruiwagens vol op mijn tuin geleegd. Een deel is inmiddels ook over de aarde verspreid, her en der ligt nog een hoopje te wachten. In de winter kan het mooi door al het bodemleven verwerkt worden. In het voorjaar wacht dan een voedzame bodem waar weer volop in gezaaid en op geplant gaat worden. En terwijl het bodemleven druk met de tuin is, kan ik in de warme woonkamer een plan maken voor het nieuwe tuinseizoen.


Yacon oogsten

Kou en lichte vorst: hoog tijd om de yacon te oogsten. Het zou toch zonde zijn als de oogst bederft. Met een riek en een vegertje ging ik aan de slag. Eerst moest ik voorzichtig proberen te achterhalen hoe groot de yacon gegroeid was om te voorkomen dat ik dwars door de knolletjes zou prikken. Uiteindelijk gebruikte ik meer mijn handen dan de riek, tenslotte voel je daar wat meer mee. En zo kwam ik al snel een heleboel knolletjes tegen. Speciaal voor jullie hebben we (mijn man hielp een handje) veel foto’s gemaakt. Zo krijgen jullie een indruk van de groei van een yacon.

Toen we eenmaal het grootste deel van de yacon blootgelegd hadden trok mijn man de yacon er zo in zijn geheel uit. Met een vegertje ging ik als een archeoloog te werk. Knolletje voor knolletje kwam tevoorschijn. Bruine wortels konden weg, de vrij liggende knolletjes konden eraf getrokken worden. Al met al werd de kluwen yacon steeds kleiner en vulde de emmer zich meer en meer.

Het laatste stuk bewaarden we voor de buurman. Als hij wil kan hij er nog een yacon van stekken en anders kan hij op zijn minst de yacon proeven.

Thuis heb ik alle yaconknolletjes geschrobd zodat ze mooi schoon in de koelkast liggen. Opvallend is dat de knollen qua kleur variëren van vrijwel wit tot compleet dieproze. En dat van dezelfde plant. Voorlopig blijft de koelkastla nog wel even gevuld met de yacon, pas over enkele weken krijgen de knollen smaak.

Dode vlinder

Ik gaf de plantjes in huis water en kwam er tot mijn schrik achter dat ik een vlinder had verdronken. Tenminste… daar leek het op. In een plasje water in de bloempot dreef een zwart witte vlinder. Op zijn kop. Met een stokje boven zijn pootjes hoopte ik ‘m te kunnen helpen omkeren, maar het mocht niet meer baten. Toen ik een half uur later weer kwam kijken lag de vlinder er nog steeds. Pas aan het eind van de avond durfde ik voorzichtig de vlinder uit de bloempot te vissen. Toen ontdekte ik dat de vlinder al eerder doodgegaan was. Mijn schuldgevoel op slag. Toch jammer van zo’n mooie vlinder. Een bijzondere ook nog misschien, ik herkende de vlindersoort in ieder geval niet.

De volgende avond riep mijn man mij terwijl hij het journaal zat te kijken. Het ging over de buxusmot. Talloze mensen hebben plots een bruine buxus in de tuin staan na de komst van de rups van de buxusmot. En ook bij ons in de buurt staan heel wat bruine struikjes. Ik ben dol op vlinders en de rupsen neem ik doorgaans maar voor lief. Maar deze invasie vind ik toch wel wat… massaal. Er zullen wel weer allemaal bestrijdingsmiddelen tevoorschijn komen die de rups kunnen bestrijden. Of die daarbij onderscheid maken tussen de rupsen betwijfel ik. Nee, wat hier van komt is nog maar even afwachten.

Plots verschijnt er een foto van de vlinder, de buxusmot. Hé! Die ken ik! Het is de vlinder die bij ons dood in de vensterbank ligt. Opeens vind ik het wat minder erg dat er in mijn huis een dode vlinder is gevonden. 

Lichte vorst

Het is een aantal nachten koud geweest en het heeft wat gevroren. De bladeren van de yacon, vorstgevoelig, zijn verkleurd naar zwart. Toen ik gister met het mooie weer lekker in de tuin bezig was, heb ik de yacon dan ook maar aangepakt. Alle grote takken zijn afgeknipt en opeens is er weer ruimte in de tuin. Ook de ananaskers kon ik opruimen, die zal niet veel meer doen. Het is een verademing om opeens weer bij de composthoop te kunnen komen zonder me door de takken te hoeven wurmen.

Door het langdurige warme weer is de yacon dit jaar ontzettend gegroeid en ik ben benieuwd hoe groot de knol is geworden. Ik zal mijn nieuwsgierigheid nog even moeten bedwingen, na het opruimen van de tuin was er niet meer genoeg tijd om ook nog de complete yacon op te graven. Zo in de aarde zal het nog wel wat kou kunnen verdragen en dat geeft mij nog even de tijd om ruimte te maken in de koelkast.

Yacon

Terwijl de kou uitblijft, groeit in mijn tuin de yacon nog altijd verder. Pas bij vorst wil ik de yacon eruit halen en dat laat nog altijd op zich wachten. Het wordt echter wel wat krap in de tuin. Zo groeit aan de ene kant de ananaskers (die ook blijft staan tot de vorst) en er vrijwel naast groeit de yacon. Beide planten zijn éénjarig. Het zijn ook allebei planten die in korte tijd flink groot kunnen worden. En zo is een deel van mijn tuin nog slechts moeilijk bereikbaar. Ik neem het maar voor lief. Eigenlijk komt het elk jaar wel voor, dat er een stukje jungle in mijn tuin groeit.

Wat ik niet elk jaar in mijn tuin heb is een yacon die bloeit. De bloei komt vrij laat in het jaar en met een beetje vroege vorst is de plant al gerooid voor het kon bloeien. Nu zit het echter boordevol kleine gele bloemetjes die doen denken aan kleine zonnebloemen. Leuk!

Klaarmaken voor de winter

Op steeds meer plekken in de tuin wordt het kaal. Als ik vervolgens ook nog het onkruid verwijder is het zelfs leeg zwart. Voor de meeste tuinders ideaal voor de winter. Zwart ziet er mooi opgeruimd uit en ik moet zeggen dat ik ook echt wel geniet van die mooie zwarte, opgeruimde tuintjes om mij heen. Toch heb ik liever een bedekte aarde. Hoe ik dat doe, dat verschilt per tuinvak. In het ene vak staan vaste planten en daar is sowieso al weinig aarde te zien. Onder de struiken groeit vaak bodembedekker. Het scheelt in het onkruid én het beschermt de aarde tegen uitdroging.

Op andere plekken heeft zich tijdens de zomer phacelia uitgezaaid. Mijn favoriete groenbemester die vele insecten aantrekt. Het nadeel is dit jaar dat het zó goed groeit dat mijn tuin een wildernis lijkt. En hoewel dat bij mij wel vaker het geval is, heb ik diep in mijn hart toch ook liever een nette tuin. Maar, meer nog dan de nette tuin, wil ik dat insecten zich thuis voelen. Dus laat ik de phacelia groeien en bloeien, zolang het niet in de weg staat.

De laatste tijd kon ik echter halverwege mijn tuin de paden niet meer zien en stond deze mooie groenbemester kniehoog. Toen werd het me toch wat teveel. In een uurtje had ik de meeste phacelia uitgetrokken en waren de paden weer zichtbaar. De uitgetrokken phacelia scheur ik in stukken en gooi ik op de aarde. Nog een manier om de aarde te bedekken. De planten vergaan makkelijk en volgend jaar zal ik er weinig last meer van hebben. Hooguit zijn er nog wat dikke stengels niet goed verteerd, maar die zijn dan inmiddels zo broos als luciferstokjes en zo opgeruimd. Ondertussen houden ze het vocht in de aarde, geven ze het bodemleven voeding en werkzaamheden. Terwijl ik komende winter mijn naaihobby weer oppak, doen de bodemdiertjes het werk in mijn tuin.

De stukken tuin die ik nu nog leegmaak moeten het met een andere bodembemester doen. Winterrogge is de enige die nu nog te zaaien is (al zou je met dit mooie weer altijd wat kunnen uitproberen). Helaas komt de winterrogge bij mij vaak pas in het voorjaar op, juist als ik weer wil gaan beginnen. Toch zaai ik alles in. Want voor ik de tuin in het voorjaar weer op orde heb, houden de groenbemesters de tuin ‘bezet’. Waar al wat groeit, kan niet óók onkruid groeien.

Het komkommerkruid wat ik een maand geleden nog heb ingezaaid is, dankzij de warmte vermoed ik, behoorlijk gegroeid. Nu ik laatst het onkruid er tussenuit heb gehaald lijkt het een stuk netter. Wat heerlijk om zo de tuin winterklaar te maken.

Afbouwen

De natuur gedraagt zich nog alsof het hoogzomer is, maar ondertussen is het allang herfst. Het is warm voor deze tijd van het jaar en vooral: droog. Heel droog. Na zo’n droge zomer is het watertekort niet zomaar weer opgelost. En hoewel er in september wel een paar keer flinke buien zijn gevallen is dat een schijntje bij wat er nodig is. Normaal is het in de herfst vaak genoeg nat, maar helaas, de regen laat maar op zich wachten. Dus zo ben ik zowaar in oktober in de tuin aan het water geven. Het is me nog nooit overkomen.

De rode kool die nog in de tuin staat is eigenlijk veel te klein gebleven. Ik laat ‘m nu mooi nog even staan, wie weet komt er nog een klein kooltje. De groenbemester die ik had gezaaid is al opgekomen en groeit behoorlijk. Ook de sla en de andijvie doen het goed. Het eerste (mini)kropje hebben we al gegeten. Op de plek van de slaplant die heeft staan bloeien staan tientallen mini-slaplantjes. Ik zou al bijna een maaltijd kunnen maken van de kiemblaadjes :-D. Met dit weer groeien ze gestaag door, dat belooft nog wat. Het voordeel van zoveel plantjes is dat je makkelijk een klein kropje kunt oogsten. Het kropje is sneller op, je hebt snel weer een verse en je hoeft straks niet/minder weg te gooien.

Ondertussen ben ik in de tuin voornamelijk bezig met onkruid verwijderen. Nu het onkruid niet meer zo hard groeit heb ik er ook veel langer plezier van. De oogst wordt minder, het onkruid groeit minder hard, water geven is minder nodig: het tuinseizoen bouwt af. Het is ook wel lekker, zo geeft het weer ruimte voor andere activiteiten. En mocht ik met dit mooie weer zin hebben om nog wél even wat te doen, dan is er nog genoeg ‘winterwerk’ wat ook wel in het zonnetje kan.

Van groen naar zwart

De pompoenen zijn geoogst. Nu de planten zijn afgestorven is het een stuk makkelijker om het stuk tuin schoon te maken. Het onkruid is niet achtergebleven terwijl de pompoenplanten groeiden. Pas nu de planten dood zijn valt op hoeveel onkruid eronder zat. Of misschien is het onkruid vooral opgeschoten toen de pompoenbladeren het daglicht niet meer tegen hielden.

Zonder rekening te hoeven houden met levende planten gaat het weghalen van het onkruid heel snel. In een uur was het meeste wel weg. De composthoop is weer een stuk hoger geworden. De Zinnia’s komen opeens heel mooi uit. Ook het randje met stenen, aan de voorkant van de tuin, heb ik weer bijgewerkt. Zo blijft de aarde beter liggen naast het, een stuk lager gelegen, pad. Het voelt allemaal weer heerlijk opgeruimd. Nu nog inzaaien met groenbemester en het is klaar voor de winter.