Ananaskers

Voor het eerst heb ik ananaskers in mijn tuin groeien. Vorig jaar proefde ik het voor het eerst van een andere tuinder en dat smaakte heerlijk. Aangezien ik al eens overwogen had om de plant te zaaien, was ik al snel om. Inmiddels groeit er een enorme struik met zachte bladeren in de tuin. De geel met bruine bloemetjes ontwikkelen zich tot lampionnetjes die van groen naar geel kleuren. Als de lampionnetjes wat dor beginnen te worden is de ananaskers rijp.

Omdat mijn plant iets achterloopt in groei was mijn buur-buurman (van wie ik de planten kreeg) al verder met zijn oogst. Ik kreeg een bakje mee om alvast te kunnen proeven. Het zijn zoetzure oranje bessen met een karakteristieke smaak en bomvol zaadjes. De kans is groot dat er volgend jaar vanzelf weer ananaskers opkomt als er ergens een vruchtje op de grond is gevallen. Anders kun je makkelijk wat zaad bewaren om volgend jaar te gebruiken.

Inmiddels heb ik ook van eigen struik al de eerste ananaskers gegeten.

Het einde van de tomatenoogst

Het was weer zover: de tomatenziekte phytophthora sloeg toe en besmette al mijn tomatenplanten. Eigenlijk is het, met tomaten in de open lucht, een jaarlijks terugkerend probleem. Het is niet de vraag óf de planten ziek worden, maar wanneer. Helemaal als je op een volkstuincomplex zit is de kans heel groot. Is er ergens een plant besmet dan verspreid het zich gemakkelijk via de lucht naar andere planten. Wat dat betreft was het dit jaar een prachtige, droge zomer met een enorme grote tomatenoogst voor kweken in de open lucht. Toch blijft het elke keer moeilijk om de resterende oogst te moeten weggooien. Maar te lang wachten zorgt alleen maar voor het (verder) verspreiden van de ziekte. Dus: opruimen!

Omdat er geen bestrijdingsmiddel is tegen phytophthora is het wettelijk verplicht om de zieke planten te verbranden. Om te voorkomen dat het hele volkstuincomplex straks in lichterlaaie staat laat ik het verbranden graag over aan de gemeentewerf. In vuilniszakken gaat het naar het restafval.

Er is opeens een heel stuk tuin leeg. Globaal heb ik er wat winterrogge gestrooid en door de aarde gewerkt. Ik hoorde de vogeltjes prompt zingen, dus of er straks nog wat overblijft om te ontkiemen is maar de vraag. Maar dan heb ik tenminste wat vogels gevoerd.

 

Pergola

Al sinds het verhuizen van de tuin heb ik de wens om een pergola in de tuin te maken voor de druivenstruiken. In de vorige tuin stond er een metalen boog van slechte kwaliteit. Na een enorme groei van de druivenstruik kon ik zelfs met het stutten van de boog de boel niet meer redden. Ik nam me voor om in de nieuwe tuin een stevige constructie neer te zetten zodat ik niet na elke storm in het najaar in de tuin weer spoedreparaties hoef te verrichten.

Stukje bij beetje begon alles vorm te krijgen. Een verzoek indienen bij het bestuur. Nadenken over een constructie. Funderingsstukken aanschaffen. Palen op maat laten zagen en naar de tuin brengen. En toen bleef alles een beetje liggen. De palen werden overwoekerd door yacon, ananaskers en onkruid. De druivenstruiken hingen halfslachtig om wat losse palen.

Maar sommige dingen, vooral degene waar je een beetje tegenaan zit te hikken, moet je gewoon inplannen. En zo gingen mijn man en ik zaterdag aan de slag. Met een handzaag probeerde ik de ruiters van de pergola te maken, iets wat behoorlijk wat geduld vergde. Ondertussen stond de rest van de pergola al snel onder de vaardige handen van mijn man. Het duurde dan ook niet lang voor hij me aan het tuinieren stuurde en ook de rest van de klus op zich nam. En zo stond enige tijd later een prachtige pergola op mij te wachten. Het enige wat ik nu nog hoef te doen is de druivenstruiken aan de paal vast te maken en deze de komende jaren een beetje te begeleiden. Dat tuinieren heb ik meer in de vingers. Heerlijk!

Nieuwe voorraad

Hoewel ik doorgaans vrijwel al mijn plantjes zelf opkweek heb ik dit jaar verschillende plantjes gekocht. Zo heb ik laatst (weer) wat andijvie- en slaplantjes aangeschaft. Het voordeel is dat de plantjes minder kwetsbaar zijn en al enig formaat hebben. Doorgaans slaan ze goed aan en beginnen ze vlot aan een groeispurt. Het nadeel is dat je ze per 4 tegelijk koopt en ze allemaal precies even groot zijn. Over enige tijd heb ik dus precies 4 fikse andijviekroppen die geoogst willen worden. En dat is dan weer jammer. Want ik houd vooral van stamppot rauwe andijvie, en daar gaat niet zoveel andijvie in. Laat staan dat er vier kroppen binnen twee weken doorheen gaan.

Maar goed, er is wel wat te doen aan dit luxeprobleem. Zo spreid ik de oogst doordat ik de eerste krop oogst als deze nog relatief klein is.

Verder heb ik dit keer maar twee van de vier plantjes meteen in de tuin gezet. De andere twee staan nog op het balkon. Door de beperkte grond die de balkonplantjes hebben zullen ze op den duur niet verder groeien. Overigens doen de plantjes op het balkon het tot nu toe beter dan de plantjes in de tuin.

Verder vallen er wel eens wat plantjes ten prooi aan slakken, mollengangen, luizen, extreme weersomstandigheden of wat dan ook. Zo is het eerste andijvieplantje in de tuin alweer dood.

En mocht er dan aan het eind nog steeds teveel andijvie overblijven dan zijn er gelukkig altijd vrienden of familieleden die wel willen delen in de oogst om te voorkomen dat er mooie groente wordt weggegooid.

Groenbemesters

Er komen steeds meer lege plekken in de tuin. Er zijn nog wel wat groenten te telen maar eigenlijk vind ik het voor dit jaar wel even goed zo. Om de aarde niet helemaal kaal te laten zaai ik groenbemesters in.

De phacelia heeft zichzelf al (zeer) rijkelijk uitgezaaid en zorgt voor een mooi groen tapijtje rondom de tegels. Op de plek van de kapucijners heb ik winterrogge en komkommerkruid gezaaid. Gezien de hongerige vogels die altijd in de buurt van de tuinen lijken te ‘hangen’ heb ik er maar een net op gelegd. Ik kan zien dat het onkruid eronder al begint op te komen. Nu de groenbemesters nog.

Nog meer tomaten verwerken

Terwijl de ingrediënten voor de pastasaus in de oven stond (zie blogstukje Pastasaus maken II) ging ik met de rest van de tomaten aan slag. Ik ben dol op tomatensoep, vooral op tomatensoep met tomaten uit eigen tuin. De vele tomaten die nog bleven liggen gingen de soep in, net als wat uien, een halve courgette, wat wortels en knoflook. Na het op smaak maken en pureren, liet ik er nog stukjes spaghetti in koken als vermicelli. De hete tomatensoep deed ik in schone glazen potjes. Soep is minder lang houdbaar dan bijvoorbeeld jam. Maar omdat ik regelmatig soep eet, kan het prima en scheelt het zo een heel stuk in de vriezer. Inmiddels zijn de eerste vier potjes (van de negen) alweer leeg.

 

Pastasaus maken II

zelf pastasaus makenDe berg tomaten groeide en groeide maar. Prachtige rode, sappige, rijpe tomaten. Het werd hoog tijd om er eens iets meer mee te doen dan het tussendoor op te snoepen of in de macaroni te gooien. Dus ging ik een hele middag aan de slag om zelf pastasaus te maken en tomatensoep.

Deel 1 was het maken van pastasaus. Van mem hoorde ik dat je zoiets heel gemakkelijk in de oven kunt maken. Met haar tips nog in mijn achterhoofd sloeg ik aan het uitproberen. Ik was tevreden over het resultaat én het gemak, vandaar hier het recept.

Verwarm de oven voor op 200 graden. Vet een ovenschaal/plaat in met olie. Ik had een plaat én een ovenschaal.

Snijd de tomaten in grove stukken en verspreid ze over de ovenschaal. Vervolgens kun nog van alles toevoegen. Bijvoorbeeld wat uien (in achtsten), courgette (grove stukken) en gepelde knoflookteentjes. Verder strooide ik er nog gebroken rozemarijn en royaal peper en zout over de groenten.

zelf pastasaus makenDe plaat vol groenten moeten 60 minuten in de oven op 200 graden. Dit lijkt heel erg veel en ik was ook benieuwd of alles er niet zwart uit zou komen. Dat viel alles mee. Ik had de plaat niet helemaal goed ingevet en dat zorgde voor wat zwarte randjes, verder zag het er prima uit.

In een kopje kokendheet water heb ik een bouillonblokje en wat laurierblaadjes laten trekken. Verder nog wat verse tijm en peterselie uit de eigen kruidenbak. (Handig om te trekken in een thee-ei.) Vervolgens gooide ik de groenten en het kruidenwater in een grote pan. Ik heb het nog even laten koken en er toch nog maar wat vleestomaten bij gedaan (ik vond het geheel wel wat weinig en had nog steeds tomaten over). Vervolgens heb ik alles met de staafmixer tot een gladde pap gemaakt.

En klaar was de pastasaus!

Ik moet zeggen dat ik deze methode wel erg makkelijk vind. Het is relatief weinig werk. Het nadeel is dat de oven nogal snel vol is en er nog wel een extra ovenplaat bij had gemogen. Maar dat hangt er vanaf hoeveel saus je wilt maken.

zelf pastasaus maken

Snijbiet snijden

De snijbiet doet het ontzettend goed. Nu had ik wel wat royaal gezaaid (het zakje met de witte moest op en ik wilde ook nog graag wat gekleurde snijbiet) maar het groeit ook als een tierelier. Aangezien mijn poging om er zoetzuur van te maken de eerste keer nog niet zo’n smakelijk resultaat gaf, heb ik nog weinig ideeën om de snijbiet in te maken. We eten vooral de kleine blaadjes, als sla. Voor de grote bladeren en de dikke stengels hebben we al verschillende recepten uitgeprobeerd, met wisselend succes. Tot nu toe hebben we nog niet echt een geweldig recept ontdekt. En daarom groeit de snijbiet rustig verder.

Ondertussen maak ik me druk om de vele courgettes en de massa’s tomaten. De boontjes worden trouw geplukt en gegeten (of ingevroren) en de wortels en bieten verdwijnen ook steeds meer uit de tuin. Handig om dan een groente te hebben die je kunt oogsten wanneer je maar wilt en weer kunt laten aangroeien als je nog wat nodig hebt. En zo groeit de snijbiet maar door en door.

Vrienden proberen ook wat snijbiet uit. Ik zet de groente weer eens op de kooklijst en zo is er weer een snijbietplantje opgegeten. Nog maar 43 te gaan. De eerste plantjes beginnen te bloeien. O, wat moet ik toch met deze groente, die zo stevig doorgroeit en waar ik de inspiratie voor mis?

Ik heb de boel afgeknipt. Niet alles, maar de eerste rij. Zo kunnen er weer frisse kleine blaadjes groeien voor de sla. De berg afgesneden snijbiet vult een heel vak in de tuin. O, wat is dat toch, dat ik die zorgvuldig verzorgde snijbiet maar gewoon op de tuin gooi?

Overvloed. Grote overvloed van een nog te onbekende groente. O, en ik moet bekennen: ik ben altijd al beter geweest in het verzorgen van plantjes dan in het uitproberen van nieuwe recepten. Ik vind het verzorgen ook echt veel leuker dan het verwerken van de groente. Dus neem het me maar niet al te kwalijk dat ik dit jaar lekker heb genoten van het verzorgen van de frisse snijbiet en er daarna compost voor de tuin van maak.

Snijbloemen

Tussen alle soorten groente en fruitstruiken maak ik graag wat ruimte voor bloemen en planten. Een deel daarvan is éénjarig. Eénjarige planten zijn misschien meer werk maar zeker ook de moeite waard. Ze bloeien doorgaans erg uitbundig, al het moois laten ze zien in dat ene seizoen.

Mijn favoriete éénjarige is de Zinnia. Al jaren zaai ik daarvan wat in het voorjaar. Het is elk jaar weer een verrassing welke kleuren ik heb, aan het zaadje is het namelijk niet te zien. Dit jaar zijn het vooral gele en er zit één felroze bij. Het ziet er vrolijk uit. En door ze zo mee te nemen in de geleegde bokashi-emmer worden ze onderweg naar huis ook nog beschermd tegen knakken.