Dode vlinder

Ik gaf de plantjes in huis water en kwam er tot mijn schrik achter dat ik een vlinder had verdronken. Tenminste… daar leek het op. In een plasje water in de bloempot dreef een zwart witte vlinder. Op zijn kop. Met een stokje boven zijn pootjes hoopte ik ‘m te kunnen helpen omkeren, maar het mocht niet meer baten. Toen ik een half uur later weer kwam kijken lag de vlinder er nog steeds. Pas aan het eind van de avond durfde ik voorzichtig de vlinder uit de bloempot te vissen. Toen ontdekte ik dat de vlinder al eerder doodgegaan was. Mijn schuldgevoel op slag. Toch jammer van zo’n mooie vlinder. Een bijzondere ook nog misschien, ik herkende de vlindersoort in ieder geval niet.

De volgende avond riep mijn man mij terwijl hij het journaal zat te kijken. Het ging over de buxusmot. Talloze mensen hebben plots een bruine buxus in de tuin staan na de komst van de rups van de buxusmot. En ook bij ons in de buurt staan heel wat bruine struikjes. Ik ben dol op vlinders en de rupsen neem ik doorgaans maar voor lief. Maar deze invasie vind ik toch wel wat… massaal. Er zullen wel weer allemaal bestrijdingsmiddelen tevoorschijn komen die de rups kunnen bestrijden. Of die daarbij onderscheid maken tussen de rupsen betwijfel ik. Nee, wat hier van komt is nog maar even afwachten.

Plots verschijnt er een foto van de vlinder, de buxusmot. Hé! Die ken ik! Het is de vlinder die bij ons dood in de vensterbank ligt. Opeens vind ik het wat minder erg dat er in mijn huis een dode vlinder is gevonden. 

Lichte vorst

Het is een aantal nachten koud geweest en het heeft wat gevroren. De bladeren van de yacon, vorstgevoelig, zijn verkleurd naar zwart. Toen ik gister met het mooie weer lekker in de tuin bezig was, heb ik de yacon dan ook maar aangepakt. Alle grote takken zijn afgeknipt en opeens is er weer ruimte in de tuin. Ook de ananaskers kon ik opruimen, die zal niet veel meer doen. Het is een verademing om opeens weer bij de composthoop te kunnen komen zonder me door de takken te hoeven wurmen.

Door het langdurige warme weer is de yacon dit jaar ontzettend gegroeid en ik ben benieuwd hoe groot de knol is geworden. Ik zal mijn nieuwsgierigheid nog even moeten bedwingen, na het opruimen van de tuin was er niet meer genoeg tijd om ook nog de complete yacon op te graven. Zo in de aarde zal het nog wel wat kou kunnen verdragen en dat geeft mij nog even de tijd om ruimte te maken in de koelkast.

Yacon

Terwijl de kou uitblijft, groeit in mijn tuin de yacon nog altijd verder. Pas bij vorst wil ik de yacon eruit halen en dat laat nog altijd op zich wachten. Het wordt echter wel wat krap in de tuin. Zo groeit aan de ene kant de ananaskers (die ook blijft staan tot de vorst) en er vrijwel naast groeit de yacon. Beide planten zijn éénjarig. Het zijn ook allebei planten die in korte tijd flink groot kunnen worden. En zo is een deel van mijn tuin nog slechts moeilijk bereikbaar. Ik neem het maar voor lief. Eigenlijk komt het elk jaar wel voor, dat er een stukje jungle in mijn tuin groeit.

Wat ik niet elk jaar in mijn tuin heb is een yacon die bloeit. De bloei komt vrij laat in het jaar en met een beetje vroege vorst is de plant al gerooid voor het kon bloeien. Nu zit het echter boordevol kleine gele bloemetjes die doen denken aan kleine zonnebloemen. Leuk!

Klaarmaken voor de winter

Op steeds meer plekken in de tuin wordt het kaal. Als ik vervolgens ook nog het onkruid verwijder is het zelfs leeg zwart. Voor de meeste tuinders ideaal voor de winter. Zwart ziet er mooi opgeruimd uit en ik moet zeggen dat ik ook echt wel geniet van die mooie zwarte, opgeruimde tuintjes om mij heen. Toch heb ik liever een bedekte aarde. Hoe ik dat doe, dat verschilt per tuinvak. In het ene vak staan vaste planten en daar is sowieso al weinig aarde te zien. Onder de struiken groeit vaak bodembedekker. Het scheelt in het onkruid én het beschermt de aarde tegen uitdroging.

Op andere plekken heeft zich tijdens de zomer phacelia uitgezaaid. Mijn favoriete groenbemester die vele insecten aantrekt. Het nadeel is dit jaar dat het zó goed groeit dat mijn tuin een wildernis lijkt. En hoewel dat bij mij wel vaker het geval is, heb ik diep in mijn hart toch ook liever een nette tuin. Maar, meer nog dan de nette tuin, wil ik dat insecten zich thuis voelen. Dus laat ik de phacelia groeien en bloeien, zolang het niet in de weg staat.

De laatste tijd kon ik echter halverwege mijn tuin de paden niet meer zien en stond deze mooie groenbemester kniehoog. Toen werd het me toch wat teveel. In een uurtje had ik de meeste phacelia uitgetrokken en waren de paden weer zichtbaar. De uitgetrokken phacelia scheur ik in stukken en gooi ik op de aarde. Nog een manier om de aarde te bedekken. De planten vergaan makkelijk en volgend jaar zal ik er weinig last meer van hebben. Hooguit zijn er nog wat dikke stengels niet goed verteerd, maar die zijn dan inmiddels zo broos als luciferstokjes en zo opgeruimd. Ondertussen houden ze het vocht in de aarde, geven ze het bodemleven voeding en werkzaamheden. Terwijl ik komende winter mijn naaihobby weer oppak, doen de bodemdiertjes het werk in mijn tuin.

De stukken tuin die ik nu nog leegmaak moeten het met een andere bodembemester doen. Winterrogge is de enige die nu nog te zaaien is (al zou je met dit mooie weer altijd wat kunnen uitproberen). Helaas komt de winterrogge bij mij vaak pas in het voorjaar op, juist als ik weer wil gaan beginnen. Toch zaai ik alles in. Want voor ik de tuin in het voorjaar weer op orde heb, houden de groenbemesters de tuin ‘bezet’. Waar al wat groeit, kan niet óók onkruid groeien.

Het komkommerkruid wat ik een maand geleden nog heb ingezaaid is, dankzij de warmte vermoed ik, behoorlijk gegroeid. Nu ik laatst het onkruid er tussenuit heb gehaald lijkt het een stuk netter. Wat heerlijk om zo de tuin winterklaar te maken.

Afbouwen

De natuur gedraagt zich nog alsof het hoogzomer is, maar ondertussen is het allang herfst. Het is warm voor deze tijd van het jaar en vooral: droog. Heel droog. Na zo’n droge zomer is het watertekort niet zomaar weer opgelost. En hoewel er in september wel een paar keer flinke buien zijn gevallen is dat een schijntje bij wat er nodig is. Normaal is het in de herfst vaak genoeg nat, maar helaas, de regen laat maar op zich wachten. Dus zo ben ik zowaar in oktober in de tuin aan het water geven. Het is me nog nooit overkomen.

De rode kool die nog in de tuin staat is eigenlijk veel te klein gebleven. Ik laat ‘m nu mooi nog even staan, wie weet komt er nog een klein kooltje. De groenbemester die ik had gezaaid is al opgekomen en groeit behoorlijk. Ook de sla en de andijvie doen het goed. Het eerste (mini)kropje hebben we al gegeten. Op de plek van de slaplant die heeft staan bloeien staan tientallen mini-slaplantjes. Ik zou al bijna een maaltijd kunnen maken van de kiemblaadjes :-D. Met dit weer groeien ze gestaag door, dat belooft nog wat. Het voordeel van zoveel plantjes is dat je makkelijk een klein kropje kunt oogsten. Het kropje is sneller op, je hebt snel weer een verse en je hoeft straks niet/minder weg te gooien.

Ondertussen ben ik in de tuin voornamelijk bezig met onkruid verwijderen. Nu het onkruid niet meer zo hard groeit heb ik er ook veel langer plezier van. De oogst wordt minder, het onkruid groeit minder hard, water geven is minder nodig: het tuinseizoen bouwt af. Het is ook wel lekker, zo geeft het weer ruimte voor andere activiteiten. En mocht ik met dit mooie weer zin hebben om nog wél even wat te doen, dan is er nog genoeg ‘winterwerk’ wat ook wel in het zonnetje kan.

Van groen naar zwart

De pompoenen zijn geoogst. Nu de planten zijn afgestorven is het een stuk makkelijker om het stuk tuin schoon te maken. Het onkruid is niet achtergebleven terwijl de pompoenplanten groeiden. Pas nu de planten dood zijn valt op hoeveel onkruid eronder zat. Of misschien is het onkruid vooral opgeschoten toen de pompoenbladeren het daglicht niet meer tegen hielden.

Zonder rekening te hoeven houden met levende planten gaat het weghalen van het onkruid heel snel. In een uur was het meeste wel weg. De composthoop is weer een stuk hoger geworden. De Zinnia’s komen opeens heel mooi uit. Ook het randje met stenen, aan de voorkant van de tuin, heb ik weer bijgewerkt. Zo blijft de aarde beter liggen naast het, een stuk lager gelegen, pad. Het voelt allemaal weer heerlijk opgeruimd. Nu nog inzaaien met groenbemester en het is klaar voor de winter.

De nekslag voor de andijvie

Enige tijd geleden kocht ik enkele andijvieplantjes. Dit kon alleen per setje van vier. Het was wat teveel maar er zijn altijd wel mensen in mijn omgeving die ik blij maak met verse andijvie. Bovendien is het altijd handig om rekening te houden met tegenslag. Tenslotte kan er nog van alles gebeuren tussen het planten en het oogsten. Door plantjes te kopen is de meest kwetsbare periode al voobij. Maar helaas, ook dan kan er nog van alles gebeuren. Zo was het eerste andijvieplantje al binnen een week dood. En deze week ontdekte ik weer een dood plantje. Waar slakken van de verse blaadjes snoepen, zijn andere beestjes erger. Tegen slakken kan ik slakkenkorrels strooien. Bovendien zijn ze wel even bezig met het opeten van een plantje dat al formaat heeft. Dat geeft mij vaak nog de tijd om op de plaag te reageren.

Bij deze gesneuvelde andijvie was er een ander beestje de schuldige. Het gaat om de aardrups. Het knaagt het plantje doormidden, net onder de grond. Zonder wortels verdorren de blaadjes en zonder blaadjes verpieteren de wortels. Het is een uitstekende nekslag voor de plant. Wat ik me echter afvraag is wat de aardrups eraan heeft. Het smalste stukje van de plant eet het op. En de rest van de blaadjes dan? Daar valt toch veel meer voeding te halen? Ik vind het maar frustrerend. Als beestjes voeding nodig hebben wil ik daar zo nu en dan best een plantje aan opofferen. Maar dit is verspilling van voedsel. Daar wil ik niet aan bijdragen. En hoewel ik graag vlinders verwelkom in mijn tuin (en de rupsen voor lief neem) is de aardrups bij mij niet langer welkom.

Macchia

We waren op vakantie naar Corsica. Een Frans eiland in de Middellandse Zee dat vrijwel geheel bestaat uit een nationaal park. We zagen prachtige natuur en mooie uitzichten. In het boekje dat we hadden aangeschaft over het eiland stond een stukje over Macchia. Omdat het overal schijnt te groeien en een typische geur heeft was ik natuurlijk nieuwsgierig welke plant het was.

Maar hoe kom je erachter hoe die onbekende plant eruit ziet? Ik probeerde te ontdekken welke plant ik daar veelvuldig tegenkwam en waarvan ik de naam niet wist. Nou, daar was gelukkig genoeg keus in. Met regelmaat van de klok vroeg ik me tijdens het rondrijden af: ‘Zou dát dan Macchia zijn?’

Op het internet probeerde ik een foto te vinden, maar ons internet was zo slecht dat het onbegonnen werk was. Gelukkig spreek ik wel een woordje Frans en met enige voorbereiding toog ik naar de tuinman. Hij wist me te vertellen dat het niet in de tuin van het complex groeide. Maar waar zou ik het wél kunnen vinden? Ai, toen bleek de taalbarrière toch in de weg te zitten. Ik vermoed dat hij me probeerde duidelijk te maken waar ik in een boek wel plaatjes zou kunnen zien maar er kwamen teveel onbekende woorden (of plaatsnamen?) in voor.

Goed, ik wist in ieder geval dat alle bomen en planten in de tuin géén macchia waren. Nou, met zo’n grote tuin vol onbekende planten scheelde dat al een heleboel.

Mijn zoektocht naar de Macchia ging verder. We bezochten een park met allerlei lokale planten en enthousiast probeerde ik allemaal nieuwe soorten te leren. Bij de ingang vroeg ik of er ook Macchia groeide. Als híer geen Macchia zou groeien, dan klopte er iets niet. ‘Bedoelt u maquis?’ vroeg de dame aan de balie. Nee, daar had ik al wel van gehoord. Maquis is een verzamelnaam voor sterke lokale planten die zeer dicht op elkaar groeien. Onder andere de brem hoort hier bij en deze sterke begroeïng heeft een heerlijke, typische geur. Nee, ik was op zoek naar de Macchia. Ze verwees me door naar de plantenkenner maar er begon bij mij al iets te knagen. Als die Macchia hier zóveel groeide, dan moesten ook de mensen met weinig plantenkennis er op zijn minst van gehoord hebben. Tenslotte weet in Nederland ook iedereen wat tulpen zijn. We verkenden het park. En weer kwamen we uitgebreide informatie tegen over maquis en nergens ook maar één vermelding naar Macchia. Ik gaf het op. De schrijvers van het boekje zullen vast een Nederlandse naam gegeven hebben aan de Franse maquis. De tuinman kende waarschijnlijk beide namen. Al met al heb ik mijn Frans mooi kunnen oefenen en vergeet ik nooit meer dat er op Corsica maquis groeit.

Appeloogst

Vorig jaar was de appeloogst slecht. Niet alleen die van mij (volgens mij had ik welgeteld nul goeie appels) maar zelfs landelijk was de oogst zeer slecht. Dit jaar gaat het beter. Hoewel de droogte dit jaar zeker invloed zal hebben gehad, viel mijn oogst niet tegen. Beestjes wisten mijn appels ook te vinden en op een gegeven moment heb ik de hele boom maar ingepakt met een net. Het heeft erger voorkomen. Volgend jaar is het een goed idee om daar vroeg mee te beginnen. Nu bevatten de meeste appels wat lelijke plekken. Desondanks smaken ze prima. Welke appelsoort dit is weet ik helaas niet. Het is een friszure appel, redelijk groen met een rode blos. De eerste zijn al verorberd.