Tijdelijk geen blog

Niet alleen in de tuin zijn er winterklussen, ook op de blog is dat wel eens handig. Nu er toch wat minder te schrijven is is er wat meer ruimte om achter de schermen wat dingen te veranderen. Het is nog even de vraag of jullie er veel van zullen zien straks (dat hangt er vanaf hoe snel het vordert) maar in ieder geval zijn er de komende week geen nieuwe blogstukjes te verwachten.

Dat betekent dus dat jullie álle tijd hebben om lekker jullie plantjes te vertroetelen! 😀

De kamertemperatuur voor de plant

Ik schreef laatst al wat over het cadeau geven van plantjes. Daar kan ik nog een stukje over schrijven en dan met name over de temperatuur die de plant voor zichzelf wenst. De meeste kamerplanten die in Nederland worden verkocht gedijen waarschijnlijk goed bij een temperatuur van 18-20 graden. Tenslotte is dat vaak de temperatuur bij mensen in huis, al kan het in de zomer natuurlijk een stuk heter worden. Inmiddels ben ik erachter dat er dus prachtige planten te koop zijn die ik met alle plezier wil verzorgen maar die ik een zekere dood tegemoet stuur als ik ze aan zal schaffen. Zo was er eens een Gardenia, ook wel bekend onder de naam Kaapse Jasmijn. Een plantje met groen glanzend blad met heerlijk geurende crème-kleurige bloemen. (beeld bij deze omschrijving nodig?)

Ik koos een plantje uit dat de bloemen nog redelijk in knop had zodat ik extra lang van de bloei kon genieten. Maar helaas… al snel verdorde de ene bloem en de knoppen vielen al af voordat ze zich geopend hadden. Nu komt dit wel vaker voor als een plant van een liefdevolle kweker die de plant verwend met optimale omstandigheden verhuisd via een koude buitenlucht naar een droge kamerlucht. Regelmatig staat de plant al zo krap in de pot dat je deze ook meteen moet verpotten. Dus… ik gaf het nog lang niet op. De plant kreeg extra aandacht, ik zocht wat op over de hoeveelheid water die ik het mocht geven, probeerde het in een andere pot, in een andere vensterbank maar helaas… niets hielp. De plant ging zienderogen achteruit tot deze echt ten dode opgeschreven was.

Ik weet niet precies hoe ik het heb ontdekt, maar ik heb later moeten concluderen dat de temperatuur bij mij in huis, met name in de winter, eenvoudigweg te laag is voor sommige planten. Zo wil een Gardenia minimaal 18 graden en helaas, dat ik een extra trui aantrek zal de plant weinig baten.

Bij het aanschaffen van een plant bedenk ik me dus nog wel een paar keer als ik vermoed dat de plant uit een tropisch of subtropische streek komt, zoals deze Gardenia. Echter… meestal ben ik al verkocht voor ik daar over nagedacht heb. 😉

 

De olifantspoot met de verkeerde naam

In het leven zijn er bepaalde zekerheden die echter bij het opgroeien weleens onderuit gehaald worden. Eén van mijn zekerheden was altijd: mijn moeder weet alle plantennamen. Bij het ouder worden bleken er ook wel eens planten te bestaan waar de naam niet bij mijn moeder bekend was. Hoe kan het ook anders. Toch deed dat niets af aan mijn vertrouwen in haar kennis.

En toen kwam internet. En met internet kwamen de zoekmachines. En zo ontstond er een barstje in het voetstuk waar ik mijn moeder op had geplaatst. Misschien werd dat ook wel eens tijd want ook moeders weten niet alles, maar ach hè, in sommige dingen blijf je graag geloven.

Het barstjMadagascar juweele ontstond zo: zoals ik gister al schreef heb ik een heleboel olifantspoten, dat plantje dat zijn zaadjes wegschiet en voor talloze nakomelingen zorgt. Nu wilde ik laatst iemand daarvan een plaatje mailen in de hoop deze enthousiast te maken voor één van mijn overvloedige planten. Toen ik echter even snel ‘olifantspoot’ intikte in de zoekmachine, verscheen daar een totaal ‘verkeerde’ plant! Ai! Geschokt keek ik naar de tientallen plaatjes, naar beneden scrollend in de hoop daar toch nog de juiste foto aan te treffen. Maar nee… de olifantspoot ziet er toch echt anders uit dan de vele planten die ik hier in huis heb.

En zo begon mijn zoektocht naar de vulling voor de barst. De juiste kennis weer op de juiste plek brengen en de barst is weer geheeld… 😉

Het valt nog niet mee om de naam van de plant te vinden. Mijn kamerplantenboekje, waar alle moderne, exotische planten niet instaan maar zo’n “olifantspoot die anders heet” waarschijnlijk wel, moet me helaas teleurstellen. Op internet vind ik wel een aantal encyclopedieën met zoekfunctie maar ook daar kan ik de plant niet in vinden. Maar hoe omschrijf je een plant dán? ‘Mooie plant die groot kan worden, een kenmerkende stam heeft, de schaduw goed verdraagt, jarenlang meegaat en zich voortplant door middel van zaadjes?” Ah, ‘zaadschietende kamerplant’ bleek de juiste zoekoptie te zijn. En dan hier de juiste naam voor deze plant:

Euphorbia leuconeura, ook wel bekend als Madagascar juweel. Een andere keer meer over dit juweel van Madagascar dat prima gedijt in de Nederlandse huiskamer.

Nieuwe plantjes

Het is niet gek als mensen zo rond mijn verjaardag op het idee komen om mij te verblijden met een plantje. En natuurlijk vind ik dat altijd leuk! Maar… wat voor plantje is dan geschikt? Niet dat ik veeleisend ben hoor, ik vind alle plantjes leuk, maar ik kan het me voorstellen dat iemand dan graag wat speciaals wil geven. En waar houd ik eigenlijk van, als het om plantjes gaat?

Om het een ander nog eens flink lastig te maken zend ik daarbij nogal tegenstrijdige signalen uit. Zo houd ik van wat variatie en, als ik zelf mag kiezen, neem ik het liefst een plantje in huis dat ik nog niet heb. Desondanks heb ik toch zo’n 18 Olifantspoten in huis, variërend van 3 cm tot bijna een meter hoog.

Dat heeft te maken met het niet willen weggooien van planten. Als een plant ziek is (nadat ik uiteraard er alles aan gedaan heb om ‘m beter te maken) of dood lukt het op den duur nog wel, maar die gezonde planten… die gooi je toch niet weg? Het probleem is dus vooral als planten te stekken zijn of zaad produceren. Een volwassen Olifantspoot geeft op een productieve dag wel 10 zaden die altijd ergens in de kamer terecht komen. Je zou denken: wat een bende, maar nee hoor, de zaadjes worden netjes in een bloembak gedeponeerd en je hoeft er niet meer naar om te kijken. Jullie begrijpen wel waar al die Olifantspoten vandaan komen.

Je kunt er nog zo van overtuigd zijn dat een plant niet valt te stekken, ik ga het tóch proberen. Want er is niets leuker dan een plant te vermeerderen. En als ik eenmaal weet hoe het moet…

Ik denk dat het beste advies is om een plantje te kiezen dat je zelf wel zou willen krijgen. De kans is namelijk groot dat ik na enige tijd de plant zoveel heb vermeerderd dat je er eentje cadeau krijgt.

Groen, groener, groenst

Het kan niemand in mijn omgeving ontgaan dat ik gek ben op plantjes. Dat levert soms aparte gesprekken op. Vooral het móment van het gesprek. Zo is het me meer dan eens overkomen dat er iemand op bezoek kwam en het gesprek ongeveer als volgt verliep:

Bezoek: ‘Hoi!’

Ik: ‘Hoi! Welkom, kom binnen.’ Ik neem een jas aan en laat het bezoek de woonkamer binnen.

Bezoek: ‘Zeg, ik heb twee plantjes en die doen het nog steeds.’

Ik: ‘O, joh, leuk! Wat voor plantjes zijn het?’

Bezoek: ‘Eh… nou eh… weet ik niet, beetje van die groene. Ze waren bijna dood maar mijn moeder kwam langs en die heeft ze weer water gegeven.’

Ik: ‘Aha…’ Wil die ander nou over plantjes praten? Eerlijk gezegd klinkt het nou niet alsof dat een hobby is… ‘Koffie?’

Bezoek: ‘Ja graag. Hoe gaat het trouwens?’

(…)

Na een paar van zulke situaties begon het tot me door te dringen dat het vermelden van het aantal planten in eigen huis komt door de groene weelde in mijn woonkamer. Voor mij is al dat groen normaal maar de meeste mensen hebben blijkbaar niet zoveel planten tegelijk in huis. Grappig, dat mensen aan hun eigen planten gaan denken als ze bij mij binnenkomen. Als sommigen die planten op dat moment ook nog even water konden geven zouden er waarschijnlijk heel wat meer planten overleven…

Een bloeiende plant

gerberaMijn Gerbera bloeit! En ja, dat is zeker nieuws dat het vermelden waard is. Ik heb het plantje namelijk niet kort geleden gekocht en doorgaans is dat het enige moment dat het plantje bloeit. Erna, nadat ik overigens erg van de mooie bloemen heb genoten, krijgt de plant luis. Hoewel ik de plant regelmatig aandacht geef, met name met de plantenspuit met afwasmiddel, is het daarna meestal afgelopen met de pret. Dit jaar heb ik erg veel last van luis bij mijn planten en is het dus helemaal bijzonder dat de ik plant niet alleen luisvrij maar ook nog weer in bloei heb gekregen. In de zomer heeft het plantje een paar maanden buiten gestaan en ik heb het idee dat dat erg goed voor ‘m is geweest. Inmiddels staat de Gerbera alweer een hele tijd binnen, is het nog steeds luisvrij en kan ik sinds een paar dagen genieten van de roze bloem.

En voor het geval het nog steeds niet duidelijk is waarover ik toch zo verheugd ben: de Gerbera is één van mijn lievelingsbloemen 🙂

Heel veel stekjes

DSCN0752De Japanse wijnbes kan nogal weelderig groeien. Om te voorkomen dat de takken alle kanten op gaan maak ik ze doorgaans met een boogje vast aan een pvc-buis. Eigenlijk zou zo’n systeem als die ik bij de frambozenstruiken heb handiger zijn: wat palen in de grond en een waslijn erlangs spannen. Zo groeien de takken mooi recht en kun je er makkelijk bij met oogsten. Als je tenminste wel tijdig de takken aan de lijn vastmaakt, anders helpt het niets. Maar goed, tot nu toe doe ik het altijd provisorisch met wat pvc-buizen die ik in de grond heb gestoken. En dat gaat nog best. Deze keer heb ik de takken wat te enthousiast naar beneden gebogen: elk uiteinde van de tak dat de grond raakte heeft zich gesetteld en is gaan wortelen. Zo heb ik nu een heleboel stekjes van de Japanse wijnbes.

Organische stof

Ik heb al verschillende keren geschreven dat het toevoegen van organische stoffen aan je tuinaarde belangrijk is. Maar wat is het eigenlijk precies? En wat is de functie ervan? Vandaag het beloofde blogbericht hierover.

Organische stof is de verzamelnaam voor alles wat zich in de bodem bevindt, meestal wordt echter met name het dode plantenmateriaal, mest, bacteriën en schimmels bedoeld.

De hoeveelheid organische stof in de grond is een belangrijke indicator voor de vruchtbaarheid. Een overzicht van de functies ervan:

  • het versnelt het opwarmen van de grond (doordat de grond een donkerdere kleur heeft)
  • het vermindert het wegspoelen van voedingsstoffen
  • het verbetert het doorlaten en vasthouden van water
  • het laat water én lucht beter in de grond, dit is goed voor het klimaat van het bodemleven
  • het zorgt voor voedingsstoffen in de grond
  • het stabiliseert de zuurtegraad van de grond (bij zure grond heb je bijvoorbeeld meer mosgroei)
  • het houdt meer CO2 vast dan de lucht, het gaat opwarming van de aarde tegen
  • het is de enige voedingsbron voor het bodemleven
  • de toename van bodemleven door het organische materiaal verlaagt de gevoeligheid voor ziekte

Er vallen hele boeken te schrijven over organische stof, maar dat laat ik aan anderen over. Voor mij is het genoeg om een beetje te weten wat het doet en waarom het zo belangrijk is om het aan mijn tuin toe te voegen.

 


De informatie voor dit blogbericht heb ik gevonden in de brochure van Department Leefmilieu Natuur en Energie (lne), op pagina 39 van deze brochure kun je de samenvatting van het gehele artikel vinden. www.lne.be

Overige informatie vond ik op www.kennisakker.nl

Winterklaar?

DSCN0168Nu het tuinseizoen begint af te lopen zie ik om mij heen allemaal mensen hun tuin ‘winterklaar’ maken. Alle groente die niet winterhard is wordt geoogst of gerooid. Afval wordt weggebracht, de tuin wordt omgespit, de paadjes misschien nog aangeveegd. Netjes en dus klaar voor de winter.

Ik ben er niet zo zeker van dat al die netheid een tuin winterklaar maakt. O, zeker, het ziet er netjes en verzorgd uit. Lege vakken, klaar om weer ingezaaid  te worden. Het spitten voor de winter heeft als voordeel dat de dikke, harde brokken klei met een koude winter kapot vriezen en fijner worden. Dat is zeker een groot voordeel want het maakt het werken een stuk gemakkelijker.

Toch ben ik niet overtuigd. Ik kijk graag naar de natuurlijke gang van zaken. En in de natuur zie ik nooit vanzelf een DSCN0167leeg veld. Er staat altijd iets, al is het maar een veld vol brandnetels, er is altijd grondbedekking. En dat heeft een reden. De planten beschermen de grond. De aarde waar alle voedingsstoffen voor volgend jaar in zitten en waar door de bodemdieren nog aan wordt toegevoegd.

Het voordeel van het bedekt houden van de grond tijdens de winter is dat de grond beschermd wordt tegen weersinvloeden (vorst, uitspoelen van voedingsstoffen, uitdroging etc). Daarbij breng je extra voedingsstoffen in de aarde als je plantenresten of groenbemesters gebruikt die door de bodemdieren kunnen worden afgebroken tot voedingsstoffen, tijdens de winter (plantenresten) of in het vroege voorjaar (groenbemesters).

DSCN0170Het toevoegen van organisch materiaal aan je tuin heeft vele voordelen, ik zal er binnenkort een stukje over schrijven. Ik vind het zelf er niet heel charmant uitzien als ik al mijn afval in de tuin laat liggen en ik houd toch wel van een beetje een mooie tuin. Maar in de winter maak ik een uitzondering. Naast het toevoegen van voedingsstoffen en organisch materiaal aan mijn tuin zorgt deze bedekking van plantenresten (of groenbemesters) er ook nog eens voor dat het onkruid minder snel tevoorschijn komt. Zo hoef ik in het voorjaar niet alle tuinvakken tegelijk onkruid vrij te maken, dat scheelt weer! Al zal het mij niet verbazen als deze ‘troep’ (zie foto) in het voorjaar niet meer terug te vinden is. Lang leve de slakken!

Vlinder komt uit cocon I

Hoera! Ik kwam op een avond thuis van mijn tuin (ja, de tuinmiddagen lopen weleens over in de avond, het kan nog net voor het te donker is…) en precies op het moment dat ik in het ‘coconnenbakje’ keek, kroop er een vlinder uit. Direct liet ik alles uit mijn handen vallen. De oogst die schoongemaakt en opgeruimd zou worden, de bloemen die in het water moesten, het eten dat ik zou gaan maken: HET moment was aangebroken, eindelijk zou ik een vlinder uit zijn cocon zien komen! Het gaat altijd zo snel dat ik meestal al een ‘kant-en-klare’-vlinder tegen de wand van het bakje zie zitten, met hooguit nog wat golvende vleugels. Al moet ik zeggen dat het me elke keer weer verrast, zo’n nieuw leven dat geruisloos mijn kamer in is gekropen.

Zonder mijn blik ook maar een ogenblik af te winden grabbelde ik in mijn tas naar mijn fototoestel. Als een vlinder uit zijn cocon kan kruipen zonder dat ik iets merk terwijl de bak voor mijn neus staat, dan zal ik dit keer niet eens met mijn ogen knipperen. Maar ik heb het mis. De vlinder neemt alle tijd en na een half uur weet ik dat dit niet de snelste vlinder is… Maar zo heb ik gelukkig alle tijd om foto’s te maken. En daar laat ik jullie graag in delen. Vandaag deel I. Bij foto 4 en 5 zie je duidelijk hoe de vlinder met zijn pootjes aan de cocon trekt/zich afzet op de cocon.

vlinder1vlinder2vlinder3vlinder4vlinder5vlinder6