Overvloed

Bombonera

Het mooie weer is blijkbaar gunstig voor de groei van tomaten. De zogenaamde cherrytomaten zijn trostomaten geworden en inmiddels beginnen ze vlot te kleuren. Niet alleen de cherrytomaten, ook de vleestomaten en de echte trostomaten worden rood. Het zorgt voor een overvloed aan tomaten. Een grote overvloed. Een zeer grote overvloed. Ik neem tegenwoordig een emmer mee naar de tuin om de tomaten in mee terug te kunnen nemen. Al drie keer zat deze tot over de helft vol. En dan zaten de oranje cherrytomaatjes in een apart bakje.

De vleestomaten zijn prachtig, als ze tenminste niet beginnen te rotten. Sommige hebben al een rotte plek onderop nog vóór ze rood kleuren. Je zou denken aan een ziekte tomatenplant, maar de rotte plek zit bij alle tomaten op precies dezelfde plek. En het is alleen deze soort tomaat. Misschien kom ik er nog eens achter waar het aan ligt. Het is jammer, want de vleestomaten zijn ontzettend groot en heerlijk zacht. Gelukkig zijn er ook vleestomaten die prachtig gezond blijven, mooi rood worden en met smaak door ons verorberd worden.

Speciaal voor deze blog heb ik de vleestomaat even vastgelegd en gewogen. Ik kon het niet geloven maar deze tomaat weegt 570 gram!

 

 

 

Eindelijk maar toch

De kogeldistel in mijn bloembak bloeit! Het heeft lang geduurd en dat heeft een oorzaak. De kogeldistel was weer prachtig opgekomen in het voorjaar. Zo vlak voor ons trouwen bleek de plant vol te zitten met luizen. Ai… Het kwam er een keer van om de bladeren in te spuiten met groene zeep en verder… tsja… de plant moest zichzelf een beetje zien te redden. Maar zowaar, in zo’n gezellig appartementencomplex zijn er altijd wel mensen die een ander even willen helpen. Maar misschien niet helemaal op de manier die ik had gedacht.

Op een dag zag ik dat de plant uitgetrokken was en netjes op de bloembak lag. Ik snapte er niks van, waarom trok iemand zomaar planten uit mijn plantenbak?! Ik zag in elke buur een potentiële plantenhater. Zo kwamen ze alleen niet echt op mij over en na enige tijd moest ik concluderen dat er iemand behulpzaam het groot geworden onkruid eruit heeft getrokken. Tenslotte wil niemand een dikke distel in zijn bloembak hebben, nietwaar?

De plant was verloren dacht ik, maar dan kende ik mijn distel nog niet goed genoeg. Na enige tijd kwam er tussen de uitgebloeide duizendschoon weer een kogeldistel tevoorschijn. En inmiddels bloeit deze mooi paars.

Nieuwe soort zoetzuur

Vorige week heb ik een nieuwe soort zoetzuur uitgeprobeerd. In het boek ‘Eten uit de moestuin’ van Marleen van Es stond een recept voor zoetzuur van snijbietstengels. Met al die snijbiet op de tuin (het groeit harder dan wij kunnen eten) is elk recept welkom. In tegenstelling tot mijn eigen recept van zoetzuur hoef je hier niet eerst de groente in zout water te leggen en ook hoeft de groente niet gekookt te worden. De stengels kunnen rauw in een potje en je hoeft er enkel kokend water met azijn en suiker bij te doen. Zo’n makkelijk recept wilde ik graag eens uitproberen. Met alle verschillende kleuren stengels ziet het er leuk uit. We moeten het resultaat nog proeven en ik hoop van harte dat het lekker is. Er is nog een heleboel snijbiet dat ik dan kan verwerken en het is leuk om zoiets cadeau te geven. Mochten de stengels te hard blijken dan wil ik het nog eens proberen met gekookte stengels en verder is er nog genoeg te variëren met het toevoegen van kruiden. Mocht er een lekker recept uitrollen dan verschijnt die te zijner tijd wel op de blog.

 

Wie het kleine niet eert…

Het was ergens in mei. Mijn man en ik waren op de tuin bezig puin te ruimen en af te voeren toen er een man naar ons toe kwam. Of we ook belang hadden bij wat komkommerplantjes? O ja, zeker! We hadden net een stuk tuin vrijgemaakt om in gebruik te nemen en met het trouwen&verhuizen was het er niet van gekomen om alles te zaaien. Precies de komkommerplantjes ontbraken nog.

Toen ik de plantjes ophaalde vielen ze wel wat tegen. Ielige, lichte plantjes. Waarschijnlijk opgekweekt in een klein potje in een huiskamer. “Dat wordt niks meer,” zei een tuinder die me naar de plantjes zag kijken. Maar ik nam ze toch. Voor zelf zaaien was het nu te laat en met een beetje extra aandacht zou het nog best goed kunnen komen.

Die extra aandacht kregen de plantjes wel, maar hard groeien deden ze niet. Het stukje tuin waar we al het puin uit moesten halen blijkt ook weinig groeizame grond te hebben. Tegen beter weten in bleef ik ze water geven.

De pompoen overwoekerde de planten zowat en het wordt hoog tijd om er eens een stok bij te zetten. Ik haalde het onkruid er maar eens bij vandaan (hoe kun je verwachten dat een plantje dat zo overwoekerd wordt, nog kan groeien?) en plots zag ik daar een komkommer liggen! Qua formaat totaal niet passend bij het kleine plantje, maar zowaar, een komkommer!

Inmiddels is ook een tweede komkommer gegroeid, geoogst en opgegeten. En zo eten we toch nog komkommer van eigen tuin. 🙂  

Paars

Inmiddels heb ik bijna alle kleurrijke groente in mijn tuin al benoemd. Maar eentje ontbreekt er nog en dat is de kleur paars. Inmiddels is de paarse groente ook zichtbaar en trots laat ik jullie daarvan een foto zien. Een felpaarse bloemkool! Of je een paarse bloemkool ook moet afdekken, zoals bij een witte, weet ik niet. Ik vermoed dat het niet nodig is, maar voor de zekerheid heb ik toch maar een blad omgeknakt om de kool te beschermen tegen de zon.

Ik ging ook maar even op zoek naar rupsen. Het blad van de bloemkoolplant vertoonde grote gaten. Hoewel de bloemkool er niet meer onder zal lijden wilde ik toch even op zoek. Twee planten verderop groeit namelijk rode kool en die plantjes zijn nog niet allemaal zo groot. Een paar hongerige rupsen zouden weleens een einde aan de rode kool kunnen maken. Ik kwam een aantal dikke rupsen tegen van het formaat dat bijna een cocon gaat spinnen. Echter zaten er ook kleine broertjes en zusjes van deze rupsen op het blad. En hoewel ze kleiner zijn, ben ik daar alerter op. Tenslotte hebben ze nog een heel rupsenleven voor zich, waarin ze vooral heel veel eten. Ze zijn mee naar huis gegaan in een bakje en inmiddels zijn de eerste coconnetjes al gemaakt.

Geel en groen

Tussen de groene bladeren massa in de tuin verschijnen steeds meer vruchten. Ik vind het leuke van deze pompoenplanten is dat de pompoenen niet zo groot worden. Waar anderen voor ‘hoe groter, hoe beter’ gaan, heb ik liever klein en meer. Als de pompoen eenmaal is aangesneden is de houdbaarheid nog maar beperkt. Bij een grote pompoen resulteert dat al snel in een pan pompoensoep met resterend nog een halve pompoen. Nee, geef mij maar kleintjes, dan kan ik zo nu en dan pompoen eten en gaat het me niet tegenstaan.

Op de tuin vind ik het ook wel leuk. Zo komen er veel meer vruchten aan de plant. Ik vind het altijd leuk om de bladeren opzij te duwen en verrast te worden door wéér een nieuwe pompoen.

Ik heb een groene en een oranje pompoenplant en aan beide groeien al pompoenen van goed formaat. Als ik het goed heb worden ze nog ietsje groter en rijpen ze dan af.

Zoetzuur van courgettes

Met al die courgettes die momenteel in de tuin groeien, werd het alweer hoog tijd om een voorraad zoetzuur te maken. Mijn man en ik eten het allebei graag door de salade of bij de nasi. En zo waren de potjes van vorig jaar zowaar allemaal al op. Gelukkig wordt het recept in onze familie door meer mensen gemaakt en konden we zo nog wat potjes krijgen. Ik moest het maken van de zoetzuur een paar dagen uitstellen omdat het een paar dagen nóg warmer was dan de afgelopen maanden. Maar inmiddels hebben we weer een nieuwe voorraad. Ik had genoeg courgettes om meteen nóg eens twee keer het recept te maken, maar we hadden niet genoeg grote lege potjes meer op voorraad.

Zo nu en dan hoor ik van mensen in mijn omgeving dat ze het recept voor deze zoetzuur ook hebben gemaakt. En dan blijkt het soms lastig om de potjes goed vacuüm te krijgen. Daarom nog even een tip. Het vacuüm in de potjes ontstaat als de potjes op de kop staan en het gloeiend hete vocht afkoelt. Omdat de inhoud minder ruimte inneemt als het is afgekoeld, trekt het deksel vacuüm. Hierdoor kun je het veel langer bewaren. Hoe minder lucht er in het potje zit, hoe beter het potje vacuüm trekt. Daarom is het belangrijk om de potjes tot aan de rand te vullen. Doordat bij de zoetzuur er veel ‘stukjes’ zijn, lijkt het potje al snel vol, terwijl er her en der nog luchtbellen zitten. Wat daarom kan helpen is om de inhoud even met een lepel aan te duwen en het laatste stukje nog op te vullen met het sap van de zoetzuur. Mijn ervaring is dat er dan minder luchtbellen in de potjes achterblijven. Overigens garandeert ook dit niet dat alle potjes vacuüm zijn. Soms weet je gewoon niet hoe het komt.

Heb ik een potje dat niet vacuüm geworden is, dan zet ik met een stift een vraagteken op het deksel. Is het potje de keer erna wéér niet vacuüm, dan weet ik dat het aan het deksel ligt en wordt het tijd om het weg te gooien.


Het recept van deze zoetzuur vind je hier.

Snelle groei

Een foto van het vooraanzicht van de tuin. Momenteel lijkt er alleen pompoen te groeien als je deze foto zo ziet. En die pompoen groeit inderdaad explosief. Elke twee dagen is er weer een paar meter bijgekomen. Ik had dit jaar bewust niet dezelfde soort als vorig jaar gezaaid. De muskaatpompoen van vorig jaar groeide zó snel, met zúlke grote bladeren dat ik al wist dat het dit jaar niet in mijn tuin ging passen. Maar deze pompoenplanten kunnen er ook wat van. Ik mag wel goed oppassen dat er straks geen pompoen tussen de pruimen hangt, of om de tomatenplanten gewikkeld is. De pompoenen beginnen ook al te komen.

Rechts op de foto zien jullie nog twee courgetteplanten. Ook deze kunnen er wat van. Elke twee dagen kan ik weer vier nieuwe courgettes meenemen. Het recept van de zoetzuur is alweer opgezocht en binnenkort staat er weer een lading zoetzuur in de kast. En de rest van de (almaar groeiende) voorraad courgettes? Elke bezoeker krijgt er minimaal twee mee. Aan het eind van de zomer kunnen we waarschijnlijk het hele dorp uitnodigen.

Regenboog snijbiet

In de tuin heb ik snijbiet gezaaid van verschillende kleuren. Rood, oranje, geel en wit. Met de kleurrijke stengels zou het er vrolijk uit moeten zien en dat zou het ook doen als het niet zo explosief was gegroeid. De stengels zijn bijna niet zichtbaar onder de grote groene bladeren. Maar voor het oogsten maakt dat natuurlijk niet uit. Ik zoek van alle kleurtjes wat uit. En zo is het op ons bord een vrolijke boel. De kleine blaadjes eten we als sla, met de stengels er fijn gesneden doorheen. Het zorgt voor een knapperige bite.

Van de grotere snijbiet kook ik de stengels, in stukjes, zo’n 5-7 minuten. De bladeren slinken snel, net als spinazie en zijn sneller klaar. We aten het laatst met wat aardappels en een stukje vlees. De smaak was wat flauw en persoonlijk vond ik de verhouding blad-stengel niet in evenwicht. Maar er is nog genoeg snijbiet om het op een andere manier klaar te maken. In mijn kookboek zag ik een recept om de stengels in te maken tot zoetzuur. Kan ik mooi het blad gebruiken voor de warme maaltijd.

Voor wie ook eens iets met snijbiet wil klaarmaken: op de site groentegroente.nl staat hoe je snijbiet kunt klaarmaken en staan allerlei verschillende recepten.

Ontspruitende aardbei

De aardbeiplant op ons balkon geeft twee bijzondere vruchten. Terwijl de vruchten steeds wat groter werden, kwamen er steeds meer blaadjes tevoorschijn. Inmiddels zijn de aardbeien al aardig rood en is ongeveer de helft van de zaadjes óp de aardbei ontkiemd! Ik heb het nog nooit eerder gezien en heb het even goed bestudeerd. De aardbei zal niet meer zo smaken met al dat blad erbij, maar duidelijk is dat de zaadjes kiemkrachtig zijn.