Orchideetje

Mijn kleine orchidee is weer aan het bloeien. Een paar knoppen zijn afgevallen, ik denk dat de plant iets te droog is geweest of last heeft van de lage luchtvochtigheid.

O, ja… natuurlijk, ik ga even op onderzoek uit.

Gewoon even googelen op ‘orchidee kweken’ levert niet meteen de beste sites op. Ik zou als eerste de site van de Orchideeën Hoeve in Luttelgeest verwachten of anders een of andere orchideeën-expert maar nee… Dan zelf maar op zoek naar de site van de Orchideeën Hoeve. Want als je een hele tuin vol orchideeën kunt onderhouden en kweken dan zul je er toch wel verstand van moeten hebben. En laat mijn kleine orchDSCN9250-1idee daar ook nog eens vandaan komen.

Ik vind een beschrijving van de verzorging van precies mijn soort orchidee. Het gaat om de maanorchidee, genaamd phalaenopsis. En tadá, zelfs twéé mogelijke oorzaken voor het afvallen van bloemknoppen. De ene is: een lage luchtvochtigheid in huis tijdens de winter. De andere is: een te koude temperatuur in combinatie met teveel water.

Tsja… zou de plant nu tevéél of te weinig water hebben? De temperatuur in mijn kamer is niet zo hoog, de luchtvochtigheid is laag en water geven doe ik met enige regelmaat maar ik weet niet of het voor de orchidee de goede regelmaat is.

Als ik nog eens goed lees vermoed ik dat het probleem de luchtvochtigheid is. Ik citeer: ‘Dagelijks de allerkleinste knopjes besproeien voorkomt dat deze uitdrogen en niet tot bloei komen.’* Gezien het afvallen van een uitgedroogd ogend knopje klinkt dit wel als de oorzaak. Bij teveel water in combinatie met een lage temperatuur staat dat ook de wortels verslechteren. Nou, die zijn zo blakend van gezondheid dat ik me daar geen zorgen over maak. De wortels zijn zo mogelijk twee keer zo groot als het hele plantje.

Handig zo’n blog, zo kom je nog eens ergens en leer ik weer meer over mijn eigen plantjes.

Voor een ieder die ook eens wil weten of zijn/haar orchideeën goed verzorgd worden, neem even een kijkje op de site, de foto’s maken het je gemakkelijk om je soort te herkennen.

* www.orchideeenhoeve.nl/phalaenopsis-verzorging

 

N.B. Nog eens even goed kijkend op de site van de orchideeënhoeve vraag ik me af of ik geen dwaasheid zit te verkondigen. Ik pak de orchidee er eens bij en tuur geconcentreerd naar de vorm van de bloem om deze te vergelijken met de foto op de site. En dan voel ik toch wat nattigheid… Blijkbaar heeft de plant wel teveel water gekregen, wat er rijkelijk uitloopt als je de pot op de kop houdt…

Vanaf vandaag krijgt de plant het water via de lucht toegediend.

Compost II

Mijn zoektocht naar compost maken begint bij de boeken in mijn eigen kast. Drie boeken geven drie verschillende uitleggen. Daar begint het probleem al. Ik weet meteen weer waarom ik twee jaar geleden maar gewoon alles op een hoop heb gegooid met de gedachte ‘ik zie wel wat er van komt’. Gelukkig is er ook een boek dat die gedachte ondersteunt 😉

De keuze tussen de verschillende methodes om compost te maken hangt met name af van het tijdsbestek waarin je wilt dat de compost klaar is en hoeveel werk je ervan wilt hebben. Zo doen grote stukken  er langer over om te composteren dan kleine stukken maar hebben deze wel als voordeel dat je het er zo op kunt gooien.

Even een korte omschrijving van de drie methodes die ik net heb gelezen.

In ‘Tuinspecialist Moestuin’ wordt een bewerkelijke methode beschreven hoe je compost kunt maken met laagjes. Laagjes afval, water en een versneller als ammonniasulfaat en superfosfaat.

‘Het grote moestuinboek’ beschrijft heel gedetailleerd hoe je een kuil van zo’n 15 cm moet graven en daarin lagen moet maken van stro/compost/mest, vervolgens plantaardig materiaal, laagje kalk en een laagje grond.

Dit klinkt mij al natuurlijker in de oren dan een compostversneller maar het lijkt me nog steeds bewerkelijk. Mijn composthoop heb ik namelijk niet alleen om compost te maken maar ook voor het gemak om mijn plantaardige afval gemakkelijk kwijt te kunnen. Als ik bij elke 15 cm eerst weer andere dingen moet toevoegen wordt het mij te bewerkelijk. Daarom heeft de methode van het derde boek, ‘Genoeg’, mijn voorkeur.

De schrijver van ‘Genoeg’ heeft geen ‘laagjesmethode’ maar gooit alles gewoon op de composthoop. Hij zegt er wel bij dat je moet opletten dat het materiaal niet te houtig mag zijn (aha, ziedaar mijn takkenprobleem), dat het vrij fijn moet zijn en dat het gelijkmatig over de hoop verdeelt moet worden. Als je allerlei verschillende materialen op je composthoop gooit zal de compost uit een gebalanceerde portie voedingsstoffen bestaan. Dat is nu net mijn bedoeling.

Inmiddels heb ik al een hele lap tekst geschreven maar er valt nog veel meer te vertellen over compost. Wat er wel en niet op de hoop mag, wat je kunt doen tegen uitdrogen en hoe het nu precies zit met onkruid en hitte. Ik beschrijf dit later nog eens, tenslotte heeft de composthoop alle tijd.

 

De boeken die ik gebruikt heb zijn:

  • ‘ Genoeg, moderne gids voor duurzaam leven’ door Tom Petherick (2007)
  • ‘ Het grote moestuin boek’ door Hans van den Bosch (jaartal onbekend)
  • ‘Tuinspecialist Moestuin’ door A. & G. Bridgewater (2008)

 

Lantaarntje

Ik kreeg zonet hoog bezoek op mijn balkon. Een libelle kwam mij daarmee vereren. Toen het even neerstreek op een plant heb ik het eens goed bestudeerd. En daarna ben ik op mijn tenen naar binnen gelopen om mijn camera te pakken, bang dat ik het zou afschrikken. Maar gelukkig, het zat er nog toen ik terugkwam en het schrok niet eens van mijn macro lens die heel dichtbij kwam.

Het probeerde wanhopig om door mijn raam te vliegen maar dat lukte natuurlijk niet. Met de witte raamkozijnen als achtergrond kon ik echter wel een nog duidelijkere foto maken. Ik had al even in mijn vlinderboek* zitten kijken wat voor libelle het zou zijn maar door de korte omschrijving bleven er nog twee opties over, een heldere foto leek me dan wel handig voor een verdere zoektocht.

Dankzij libellennet was het toen niet zo moeilijk meer, het blijkt een Lantaarntje te zijn. Bijzonder dat deze dan helemaal op mijn balkon is belandt want zoals alle libbellen verblijft het doorgaans bij water en momenteel is er zelfs in mijn regenmeter geen water te vinden.

Libelle lantaarntje

libelle lantaarntje

 

 

 

 

 

 

 

* ‘Vlinders in de tuin’ van de Vlinderstichting, geschreven door I van Halder, L. ten Hallers en T. Pavlicek

Bokashi

bokashiZo nu en dan heb ik het over mijn gebruik van een Bokashi-emmer. Deze emmer is niet zo bekend en ik heb het dan ook enigszins toevallig ontdekt. Het is een soort niet-stinkende compostbak met als verschil dat de inhoud niet vergaat tot aarde maar dat je de inhoud op een gegeven moment zelf door de aarde kunt scheppen en dat het dan verder vergaat tot voedsel voor de tuin.

Een handige bijkomstigheid is dat je er, na een paar weken dat je ‘m in gebruik hebt, plantenvoeding kunt tappen. Onderin de emmer zit een roostertje met daaronder een kraantje. Het vocht dat eruit komt is heel voedzaam voor je planten. Sinds ik de bokashi-emmer heb heb ik geen plantenvoeding meer hoeven kopen en zo ondervond ik al snel de voordelen van deze emmer. Bovendien vind ik het leuk om zelf iets met mijn afval te doen.

Hoe werkt het?

Je keukenafval snijdt je in stukjes (ja, je moet er natuurlijk wel wat voor doen) van zo’n 2-3 cm. Je gooit dit in de bak en duwt het geheel even aan. Vervolgens gooi je er een handje Bokashi-starter (ziet eruit als zemelen) op. Hierin zitten micro-organismen die aan de slag gaan met het afval. Het proces herhaal je tot de bak vol is. Al na een paar weken (het hangt er een beetje vanaf wat je er precies ingooit en hoeveel) kun je onderaan dagelijks de plantenvoeding aftappen. Enig nadeel is dat je deze plantenvoeding niet kunt bewaren en je op een gegeven moment meer voeding hebt dan planten. Overigens zijn die van mij nog niet doodgegaan aan een overdosis van voeding als zal het vast ook uitmaken dat ik de tuinen van de buren ook eens wat gegeven heb.

Als de emmer vol is moet je het nog een tijdje laten staan, zo’n 2 weken. Tegen de tijd dat het ruikt als zoetzuur is het goed. Echter, als de hoeveelheid droog en nat afval niet helemaal in verhouding is, ruikt het niet naar zoetzuur. Daarentegen kan het nog zeker wel nuttig zijn voor de tuin, hooguit ruikt het minder fris. Vervolgens verwerk je de massa (de vorm van het afval verandert nauwelijks dus wat dat betreft zie je nog precies wat het is) door het bovenste laagje aarde in je tuin. Klaar! De rest gebeurt vanzelf.

En zo verdwijnen mijn koffiefilters, op maat gesneden bananenschillen, klokhuizen, perenschillen etcetera in mijn emmer. Mijn planten varen er wel bij. En mijn tuin ook.