Oogsttijd

Momenteel kan ik een heleboel soorten groente en fruit uit mijn tuin halen. Sinds deze week kan ik pruimen en bramen oogsten, de japanse wijnbes geeft al enige tijd rijpe vruchtjes en mijn ene doordragende aardbei geeft al sinds het voorjaar steeds vruchtjes. De meeste aardbeien oogst ik momenteel in de tuin van een tuinder enkele tuinen verderop. Tijdens haar vakantie let ik op de tuin en oogst ik royaal van haar vele doordragende aardbeien.

De tomaten kleuren mooi rood of oranje. De oranje cherrytomaten oogst ik in overvloed, de trostomaten komen net op gang. Komkommers hebben we ook in overvloed, lekkere dikke. Sperziebonen, prei, wortels, rode kool en broccoli: we hoeven voor de groente niet naar de winkel. De courgette doet het niet zo goed. De ene plant lag in de knel maar na het draaien is de hoofdstengel gebroken. Ai… nog maar even afwachten hoe deze weer herstelt. De andere courgetteplant loopt wat achter maar deze is inmiddels begonnen met courgettes produceren.

Vandaag oogstte ik de eerste rode biet. De rode bieten doen het dit jaar niet heel goed, ik denk dat er een deel bezweken is tijdens de warmte. Aangezien mijn man er geen fan van is kan ik ze gerust allemaal zelf opeten, er zijn boontjes genoeg als alternatief.

De paar kropjes sla die tussen de bonen groeiden schieten al door voor ze volgroeid zijn. Het was te verwachten met die hoge temperaturen. Maar het is precies genoeg voor wat variatie.

Vorige week heb ik me bezig gehouden met mijn meloenplant. Er kwamen nog geen vruchtjes aan en ik moest weer even uitzoeken waar ik op moest letten bij het snoeien en bevruchten. Toen ik wist dat ik niet naar de hoofdtak maar juist naar de zijtakken moest kijken kon ik de vrouwelijke bloemetjes al snel vinden. Ik heb een aantal met de hand bevrucht en inmiddels zie ik een paar bolletjes groeien. Of het er genoeg zijn moet ik nog even afwachten, maar mijn werk is in ieder geval niet voor niets geweest.

Prei zetten

Het stond al enige tijd op mijn todolist en vandaag kwam ik er aan toe: de prei zetten. Voor zover ik weet doe je dit als de prei ongeveer een potlooddikte is. Nou, er zaten nog wel wat preitjes tussen die zo dik waren, maar de meesten waren dat stadium allang voorbij. Gelukkig maar, want zoveel tijd hebben ze niet meer om dik te worden.

Ik ben gestart met “oogsten” van de prei. Niet om op te eten maar om de wortels even wat korter te kunnen knippen en om de top van de prei in te korten. Zo wordt de prei gestimuleerd om te gaan groeien. In de breedte graag, dat heb ik het liefst.

Om de prei te zetten maakte ik met een pootstok gaten in de aarde. Sommige prei bleek dikker dan het gat dat ik kon maken. De klus iets te lang uitgesteld… Maar goed, beter te dik dan te dun. De meeste prei kon echter nog mooi in het gat staan.

De dikke prei zou ik mee naar huis kunnen nemen, maar de komende dagen zullen we het niet eten en ik vind het jammer als het oud wordt. Maar ook daar is wel weer een oplossing voor. Ik groef een geul en legde de dikke preien naast elkaar. Losjes weer dichtgooien en nog even met de pootstok wat gaten erbij maken. De wortels van prei houden wel van wat zuurstof. De twee dikste preien neem ik binnenkort mee naar huis, tot die tijd staan ze zo goed bewaard in de aarde.

Woekerende pompoen

Hij was spontaan opgekomen. Een pompoen op de composthoop. Het zaadje zal wel een mooi plekje hebben gekregen nadat ik afgelopen winter de composthoop heb omgeschept. Pompoenen schijnen het goed te doen op een composthoop en doorgaans kweek je weinig plantjes daar, dus ruimte genoeg. Zou je denken.

Ik liet de plant zijn gang gaan maar de laatste twee weken kon ik bijna niet meer bij mijn composthoop komen. Het was dat ik nog een alternatieve route heb aangelegd (een versperde composthoop overkomt mij wel vaker) want de pompoen groeide explosief. Vanaf de alternatieve route werd het ook steeds moeilijker om de composthoop te bereiken dus begon ik wat te snoeien.

Op den duur werd de tuin van de buurman belaagd. De japanse wijnbes werd bereikt. De druivenstruik was opeens behangen met pompoen, de braamstruik kwam in gevaar. Toen was het genoeg.

Gister heb ik de pompoen gekortwiekt. Mijn vermoeden werd bevestigd: het ging om de muskaatpompoen, die ik twee jaar geleden heb gekweekt. Een pompoen die toen 1/3 van de tuin in beslag nam en waar ik meerdere pompoenen van 13 kilo afhaalde. Ja, die was erg leuk, toen ik nog weinig tijd had om in de tuin te werken en het grootste deel van de tuin braak lag. Maar niet in dat krappe hoekje van de composthoop met al mijn kostbare fruitstruiken ernaast.

Ik moet toegeven dat ik de plant niet met wortel en al heb uitgetrokken. Tegen beter weten in hoop ik dat er op een dag een prachtige pompoen op mijn composthoop ligt terwijl de plant netjes op de hoop is blijven liggen. Over een week zal die valse hoop ook wel weer over zijn.

Mijn terrein

Elk jaar komt er zo’n moment dat ik in mijn tuin bezig ben en dat ik wens dat ik een ‘gewone’ volkstuin heb. Zo eentje met rijtjes groente, alles netjes geordend en ruim opgezet. Het moment komt doorgaans in de zomer, als alles explosief groeit en bloeit en het duurt zo’n vijf minuten.

In die vijf minuten kijk ik om me heen en zie ik overal in mijn tuin planten in bloei staan. De Acanthus naast de pruimenboom, de goudsbloemen overal tussendoor, evenals de papaver. De muurpeper en tijm die voorkomen dat de randen van de mijn tuin verzakken. De rozenstruik die elk jaar zo uitbundig dieprood bloeit. De Japanse wijnbes die dit jaar voor een mooie oogst zorgt en al zijn takken alle kanten op laat groeien. De IJzerhard die zijn zaadjes overal in het rond verspreid (zucht) en allemaal vlinders aantrekt. De zonnebloem die in zijn eentje voor tientallen bloemen zorgt. De rabarber die voor een overweldigende oogst heeft gezorgd dit jaar en die met z’n grote bladeren energie opdoet voor volgend jaar.

Ik zie al die insecten af en aan vliegen, ik ruik de zoete geur van de roos, ik zie de sporen van vogeltjes waar ze uit de zonnebloem hebben zitten pikken. Nee, toch liever zo’n explosieve tuin dan een geordende tuin. Die insecten, daar doe ik het voor. Als ik rondkijk lijkt het wel een oase van voeding voor deze bedreigde diertjes. Ik ben blij dat ik ze zo’n oase kan bieden.

Laatst vroeg ik me af wiens terrein mijn tuin is. Want hoewel ik er zaai, snoei en oogst, lijkt het een domein van de insecten. DIe paar uurtjes per week dat ik er ben valen in het niet bij al die uren die de kleine beestjes doorbrengen met al die bloemen. Het werd me pijnlijk duidelijk gemaakt toen ik de pruimenboom ging snoeien. Het pad langs de zonnebloem was bijna ondoordringbaar. Het laatste stukje ruimte werd fel verdedigd en moest ik met een steek in mijn elleboog weer verlaten. Gelukkig was er nog een omleiding mogelijk.

Water geven

Het is warm, érg warm. Eigenlijk is het verbazingwekkend hoe groen het op de tuin is, terwijl ik lang niet dagelijks water geef. De planten raken er wat aan gewend, al zullen ze van de huidige hittegolf wel schade oplopen denk ik.

Met dit weer geef ik om de dag water op de tuin. De planten zijn al wat groter (in het voorjaar zou ik het elke dag doen met zulke warmte) en kunnen wat meer hebben. De vaste planten krijgen zelfs sporadisch. Het is dan ook te hopen dat er komend weekend weer water valt, anders zal ik toch wat meer moeten sjouwen met gieters. Voor vanavond is de voorspelling dat het zelfs om 22 uur nog 31 graden is hier. Eigenlijk geen weer om met gieters te gaan sjouwen… Maar goed, het is niet anders.

Om zo nu en dan toch wat op de tuin te kunnen doen, ga ik op zulke warme dagen ook wel eens ’s ochtends vroeg naar de tuin. Om 8 uur stap ik op de fiets en om 10 uur ga ik meestal weer naar huis. Het is dan al warm zat op de tuin, maar het is beter uit te houden dan ’s middags.

Zo ging ik ook gister. Na het onkruid trekken en her en der wat tomatenplanten dieven, ging ik met de gieters in de weer. Met mijn gedachten bij al dat bloeiende spul in de tuin, stapte ik het afstapje bij de sloot af en boog me voorover om de gieter in het water te steken. Plots klonk er een nijdig, overweldigend geblaas bij mijn hoofd. Ik schrok me een hoedje en sprong achteruit. De moederzwaan verdween weer uit mijn zicht, achter de heg. Ze was niet minder geschrokken dan ik, toen ik uit het niets verscheen, zo dicht bij haar jonkies in de buurt. Het scheelde misschien een meter en ze had me niet kunnen zien aankomen. Nou, ze heeft haar kroost goed verdedigd want ik maakte dat ik wegkwam.

Aan de andere kant van het complex zit gelukkig ook een sloot en daar heb ik toen mijn water maar vandaan gehaald. Een uur later wilde ik toch nog even kijken of ik de zwanen op de foto kon zetten, als ze tenminste niet meer zo dichtbij waren. Héél voorzichtig kwam ik aanlopen en kon ik om het hoekje kijken. Ik kreeg één seconde van Moeder Zwaan. Daarna jaagde ze me weer weg. Oké oké, ik ga al. De jonge zwaantjes kon ik thuis op mijn fototoestel wel bekijken.

Fruithoek

Toen ik enkele jaren geleden deze volkstuin kreeg, wist ik dat ik alle fruitstruiken bij elkaar wilde hebben staan. Na een jaar kwam de verhuizing van mijn oude volkstuin naar de huidige tuin en ik heb geprobeerd de fruitstruiken meteen zo goed mogelijk neer te zetten. Niet alle planten hebben de verhuizing overleefd. De framboos moest te lang wachten voor het in de houten bak kon staan en verdroogde in zijn kleine emmertje. Bij de braam ging het net zo en die kan toch echt wel wat hebben.

De druivenstruiken hadden we wel meteen in de tuin gezet, maar toen de pergola af was bleek de ene struik toch niet op de goede plek te staan. Het scheelde maar een klein stukje maar ik kon niet meer bij de composthoop komen. Bovendien kwam de struik zo te ver buiten het bereik van het net dat ik wilde spannen. En dus moest de struik al snel weer verplaatst worden.

Inmiddels heeft alles zijn plekje gevonden en het lijkt erop dat het zo kan blijven staan. Een constructie van pvc-buizen en een net zorgt voor een effectieve bescherming tegen de vogels. Met zo’n groot net kun je er ook makkelijk onder. Na de klus geen gepruts met het dichten van gaten die overal weer tevoorschijn piepen, maar gewoon het net strak trekken en met haringen vastzetten. Ik ben er erg blij mee.

De bessenstruik hangt helemaal vol en geen vogel die er aan komt. Ik heb al een paar bakjes kunnen oogsten en er is nog genoeg.

De nieuwe braam groeit ook lekker en ik kan dit jaar al een eerste (kleine) oogst verwachten. Ook de nieuwe framboos is aangeslagen (al is er één van de drie dood gegaan) en er groeien een paar frambozen aan. Op de echte oogst zal ik wat langer moeten wachten.

Verder heb ik dit voorjaar nog een kruisbes gekocht en een witte bes. Beide struikjes zijn nog veel te klein om oogst te kunnen geven, maar ze zijn tenminste begonnen met groeien. En dat zegt wat, want met water geven denk ik er meestal niet aan om ook in de fruithoek wat te geven. Blijkbaar hebben ze toch genoeg gehad.

Afgelopen week heb ik de druivenstruik gesnoeid. De lange uitlopers knipte ik af en de kleinste trosjes ook. Voor het eerst heb ik aan de witte druif trosjes zitten, al zijn de druifjes nog erg klein. Andere jaren had de druif erg last van ziekte, maar dat heb ik dit jaar regelmatig behandeld en het heeft effect.

De blauwe druif heeft, in tegenstelling tot alle andere jaren, maar een schamele oogst in het verschiet. Het zal wel komen door het verplaatsen. Bovendien heeft nu de blauwe druif wat last van ziekte. Dat werkt natuurlijk ook niet mee.

Broccoli

Dit jaar heb ik wat koolplantjes (rode kool en broccoli) gekocht. Door de drukte van het verhuizen vond ik dat wel makkelijk en zo hadden mijn koolplanten ook al een mooie voorsprong.

Van de vijf broccoli planten kon ik er eentje al heel snel oogsten. Met het warme weer zag ik plots dat deze al begon met doorschieten. Hó! Dat is niet de bedoeling! Het was een ieniemini broccoli. Thuis legde ik ‘m op de weegschaal en het kwam niet verder dan 50 gram. Ai…

Een paar dagen later kwam ik erachter dat het plantje gewoon pech had gehad. Waarschijnlijk heeft het teveel op het randje van het net gestaan en heeft het samengetrokken net daar teveel licht weggenomen. De plant was een heel stuk kleiner dan de rest. Pfieuw, gelukkig zag de rest er beter uit! Inmiddels heb ik de rest van de broccoli ook geoogst. Vier stuks, prachtige exemplaren die niet onderdeden voor de exemplaren uit de supermarkt. Behalve dan dat de smaak bijzonder goed was. De normaal zo taaie schil om de stronk kon ik er bijna aftrekken, zo dun was die. En de stronk die ik had meegekookt was bijna zoet en zacht van smaak. Wauw! Dus dát is het verschil als je zelf broccoli teelt…

Aan het begin van het tuinseizoen heb ik verteld dat ik dit jaar de koolplanten anders in de tuin ging zetten. Alle plantjes heb ik in een bloempotje met potgrond gezet en dit potje heb ik ingegraven. Het is een normaal bloempotje van zo’n 15 cm doorsnee en ik heb de bodem er gewoon in laten zitten. Ik had hier eens over gelezen en wilde weten of mijn koolplanten zo groter werden. Aangezien er op een volkstuincomplex vaak wel iets van knolvoet in de grond zit, zou het een goede oplossing zijn. Door de koolplant zijn eigen (schone) aarde te geven in een apart potje krijgt de knolvoet weinig kans. En ja hoor, dit jaar zijn mijn koolplanten mooi groot, fors en ze zien er gezond uit. Het is een makkelijke oplossing voor een lastig virus. Een aanrader!

Update II

In mijn volkstuin groeien natuurlijk niet alleen maar mooie bloemen, al zou je het soms denken. Tussen de uit de kluiten gewassen Acanthus, de rijkelijk uitgezaaide phacelia, de vele papaver en de explosief groeiende anjers, groeien ook nog ergens wat groenten. En deze groeien minstens zo hard als de bloemen, zo niet nóg harder.

De wortels staan in mooie rijtjes naast de prei. Hoewel de meeste wortels er goed uitzien, lijkt de rode soort het dit jaar nog slechter te doen dan vorig jaar. Het zal wel erg gevoelig zijn voor warmte en droogte want de één na de ander schiet in bloei.

Een paar preiplantjes die ik in het voorjaar heb gekocht om de oogst te spreiden zijn klaar om geoogst te worden. Grote planten, dacht ik. Tot ik er eentje uittrok en ontdekte dat ik ze vergeten ben te ‘zetten’. De onderkant van de schacht is bijna niet wit omdat er maar een paar centimeter onder de grond heeft gezeten. O ja… 😀 Ach, de prei was groot genoeg. Binnenkort de nieuwe, jonge planten maar eens met de pootstok in de grond zetten.

De tomatenplanten groeien goed, ik moet regelmatig dieven. In één week heb ik zo een dief van 20 cm. Dat gaat wel snel met dit weer.

De bonen moest ik tussen het onkruid vandaan vissen en hadden een achterstand opgelopen. Wat wil je ook als het onkruid ze boven de pet groeit. Gelukkig staan ze nu weer vrij, volop in de zon en groeien ze lekker hard. Een paar planten zijn doodgegaan of het zaad is niet opgekomen. Tsja, het was even in een drukke periode. Ik heb er nog wat bij gezaaid en er is best kans dat die boontjes de achterstand wel weer inlopen.

De andijvie is inmiddels op. Drie mooie, dikke kroppen andijvie, mooi na elkaar klaar. Ik heb alweer nieuwe gezaaid en deze plantjes zijn nu zo’n 7 cm.

Aan de kapucijners heb ik dit jaar weinig gedaan. Tegen de tijd dat ik aandacht aan ze wilde besteden waren de eersten al rijp voor de oogst. We hebben er al een paar keer van gegeten en de laatsten zitten in de vriezer. Ik vermoed dat er van mijn oude, zelf gevangen zaad, toch wat opgekomen is en dat daar doperwten tussen hebben gezeten. Tsja, als het zaad eenmaal gedroogd is zie ik het verschil niet meer zo goed. Tussen de paarse kapucijners groeiden groene peulen: doperwten. En er groeiden paarsgroene peulen: dopcijners. Of kaperwten.

De eerste courgetteplant begint courgettes te produceren. We hebben er al twee op en er zaten alweer genoeg nieuwe aan. De andere courgetteplant is nog niet zover. Met het zaaien was er de eerste keer maar eentje opgekomen. De twee die ik erna zaaide kwamen allebei op. Gelukkig kon ik er een andere tuinder blij mee maken. Eén plantje slijten is makkelijker dan 30 courgettes 😉

Het is maar goed ook dat er weer courgettes zijn. De zoetzuur die ik er van maak is bij ons favoriet en inmiddels is de voorraad van vorig jaar bijna op. Waarschijnlijk komt het precies uit.

Als laatste nog even over de rabarber. Want ó, wat heb ik daar dit jaar veel oogst van! Ik geloof dat ik de 15 kilo wel haal. Ik gaf dan ook graag wat weg (1/3 van de vriezer zit nu vol rabarber) en gelukkig zijn er altijd wel liefhebbers voor. Aan het eind van het tuinjaar zal ik ook wat planten eruit halen, de eerste liefhebber heeft zich al gemeld.

Update I

De tuin staat er goed bij. Het is weliswaar droog, maar met een sloot in de buurt is er voorlopig genoeg water voor handen om de kwetsbare planten van wat extra water te voorzien. Met weinig regen is er minder onkruid en dat scheelt in het bijhouden van de tuin. De rest groeit fantastisch en ik weet niet eens waar ik moet beginnen met vertellen.

De vaste planten staan volop in bloei. Zo heb ik al enkele jaren een Acanthus en dit jaar bloeit deze voor het eerst. Ik heb de plant nogal vaak moeten verplaatsen en daardoor bleef de bloei uit. Nu staat het voor het tweede jaar achter elkaar op dezelfde plek en ik word beloond met een uitbundige bloei. De laatste keer dat ik telde zater er 14 of 15 knoppen in. Wat een bloei zeg!

De anjers bloeien niet alleen heel uitbundig, ze groeien ook heel hard. Voor de tweede keer dit jaar moest ik de boel bijeen binden om nog over het paadje ernaast te kunnen lopen. Ik heb er maar flink wat vanaf geknipt zodat ik er thuis ook van heb kunnen genieten.

Overal in de tuin groeit papaver. Ik vind de bloemen prachtig en de bijen vinden dat ook. Het zoemt er aan één stuk door. Zijn de bloemen uitgebloeid dan verschijnt er een mooie zaaddoos. Leuk om te drogen. Zo kan ik in de wintermaanden ook nog wat te sier zetten uit eigen tuin.

Bezoek

We zijn verhuisd. Na een boel voorbereiding is het dan zover en inmiddels wonen we in een nieuw huis met een tuin. Nog vol tegels, maar dat zal in de toekomst wel veranderen.

Op ons balkonnetje in het oude huis hadden we de vogels eindelijk zover dat ze bij ons eten kwamen halen. De dagen voor de verhuizing was het druk met mussen die broodkruimels kwamen snoepen. Het was er zelfs zó druk dat we meerdere keren per dag wel het schaaltje konden aanvullen. Of het goed is voor vogels als ze voornamelijk broodkruimels krijgen weet ik niet, maar voor die korte tijd kon het geen kwaad. Voornamelijk een mannetjesmus kwam eten halen, maar met enig regelmaat kwam er ook een vrouwtje met een jonkie mee. Kwetterend om eten zat de jonge mus naast het schaaltje brood, te bibberen met z’n vleugeltjes, roepend om eten. Pa en ma stopten eten in z’n bekje, dat zo recht voor z’n neus van het schaaltje kwam.

De avond voor de verhuizing stond de balkondeur wagenwijd open om de boel wat af te koelen. Mannetjesmus zocht weer wat broodkruimels en stapte parmantig de kamer binnen. Ho, dat is niet de bedoeling! Ik zag het al gebeuren: de vogel wil terug, fladdert tegen het raam, raakt in paniek en voor je het weet heb je een vogel wild rondfladderend tegen elk raam dat ‘ie tegenkomt. Gelukkig, dat viel mee. De mus hipte zo weer terug het balkon op. Daar waren toch meer kruimeltjes te vinden dan op het kale laminaat.

De ochtend van de verhuizing braken de mussen een record: ik legde de laatste broodkruimels op het schaaltje en binnen een minuut zat mannetjesmus alweer te snoepen. Voor het schaaltje verhuisd werd was ‘ie leeg.

Ze zullen wel verdwaasd rondgehipt hebben op het balkonnetje, de dag na onze verhuizing. Her en der lagen nog verloren broodkruimels waar ze van konden eten. Verder moesten ze op zoek naar een nieuwe voederplaats.

Op ons nieuwe adres zijn ook genoeg mussen en ze weten onze tuin al te vinden. Ze hippen wat rond en pikken her en der wat eten van de tegels. De broodkruimels die ik gister voor ze uitgestrooid heb, heeft ze echter niet bereikt. De logeerhond heeft ze smakelijk zitten oplikken.