Komkommer experiment (I)

Mijn experiment begon op een donderdagochtend toen ik op mijn werk leerde hoe we de komkommerplanten in de kas moesten dieven. Ik zat vol interesse te luisteren want dit jaar heb ik voor het eerst een komkommerplant (nou ja, vorig jaar twee kleintjes maar die wilden niet zo goed) en wat extra kennis over de verzorging kon ik wel gebruiken. Want dat je tomatenplanten moet dieven, dat wist ik wel. Maar komkommerplanten ook…?

Ja dus. Voor de mensen die zich nu afvragen wat ik bedoel met ‘dieven’: bij sommige planten groeien er extra takjes vanuit het punt waar een zijtak aan de hoofdtak vastzit (de oksel). In principe is het geen ramp als je deze laat zitten, maar die extra takjes verbruiken energie van de plant die het beter kan gebruiken voor de verzorging van de vruchten. Vandaar dat je tomatenplanten altijd gaat dieven, dit houdt in dat je het extra takje uit de oksel haalt. Wat nog een voordeel van dit dieven is, is dat de plant overzichtelijker is. Toen ik vorig jaar de tomatenplanten in mijn tuin niet had gediefd, groeide alles als een oerwoud door elkaar. En dat terwijl het handig is om een tomatenplant omhoog te leiden en zo de tomaten de mogelijkheid te geven zoveel mogelijk zon op te vangen.

Terug naar mijn experiment. In een kas groeien de planten veel harder dan buiten en aangezien de komkommer- en tomatenplanten op mijn werk één keer per week gediefd worden zijn de takken die je afbreekt soms al aardig groot. Toch jammer vond ik, zou je ze niet kunnen stekken? Toen ik het vroeg aan de expert, die ons net had uitgelegd hoe we de komkommerplanten moesten verzorgen, zei die van nee. Maar goed, soms ben ik wel eens eigenwijs en aangezien ik niet zoveel te verliezen had, heb ik een potje gevuld met water en daar de mooie takken ingezet.

Binnen de kortste keren waren de takjes helemaal slap. O, maar misschien was het in de kas ook wel veel te warm voor net afgebroken takjes die nog geen wortels hadden… Ik heb het potje maar buiten neergezet en er later nog wat takjes bij gedaan in de hoop dat die meer overlevingskans hadden.

Tegen de tijd dat het pauze was, stond de expert erbij te lachen. Er zat namelijk een reuzegrote naaktslak op deze uiterst kwetsbaar (en geheel slap hangende) takjes. Hmmm… het werd ze wel heel erg moeilijk gemaakt. Eerlijk gezegd vroeg ik mijzelf af of ik dit nog verder moest proberen, het zag er hopeloos uit.

(wordt vervolgd)

Connecties

Wat kunnen connecties toch handig zijn zeg! Vandaag op mijn werk kwam iemand naar mij toe omdat hij wist dat ik een tuintje heb. Hij had een stel takken van de aalbessenstruik en die takken hadden een hele tijd in het water gestaan. Inmiddels hebben ze al flink wat wortels en kunnen ze zo de grond in. Mocht ik wel hebben, kan ik volgend jaar mooi een oogst aalbessen ervan plukken. Leuk toch?

Het zijn een beetje veel takken dus als er nog iemand belangstelling heeft zal ik er een paar in een pot zetten om ze eens te schenken.

 

Stekje

Het heeft wel eens zijn voordelen om bij een (biologische) moestuin te werken. Genoeg mensen met kennis en afgelopen week werd ik verblijd met een aanwinst voor mijn tuin. Een stekje van de zwarte bes. Ah, leuk! De takken hadden te sier gestaan in het lunchcafé en waren wortels gaan vormen. Ik leerde meteen dat ik mijn eigen rode bessenstruik zelf kan vermeerderen als ik dat wil. In het voorjaar een aantal takken afknippen en in het water zetten. Tegen de tijd dat ze wortels hebben kun je ze in de aarde zetten. Wel even laten afharden voor ze echt naar buiten gaan.

Aangezien het de tijd is om mijn perenboom te snoeien ben ik maar even gaan informeren bij een meer ervaren tuinder. Want ja, zoveel takken heeft mijn perenboom nog niet. Ik zou het wel leuk vinden als er wat meer takken aan komen, maar hoe moet ik deze dan gaan snoeien?

Deze man legde me uit dat het mooi is als een boom één tak heeft die netjes omhoog loopt, met daarnaast nog een aantal takken er omheen. De dikke knoppen die zich op de takken hebben gevormd zijn belangrijk want daar komen de bloemen uit. De verdere uitlopers van de takken, met kleinere knoppen kan ik eventueel snoeien. Maar gezien het geringe aantal takken van mijn boompje raadde hij me aan het te laten zoals het is. ‘Een perenboom weet zelf wel hoe hij moet groeien, die zijtakken komen er vanzelf.’ Ach ja, dat is ook zo. En toen ik afgelopen zaterdag mijn perenboom nog eens wat beter bekeek kwam ik erachter dat de boom niet 2 maar 4 takken heeft. Valt dat weer mee.

De pioniersbuurman van de tuin kwam zaterdag even mijn bezigheden bekijken. Bij de perenboom bleef hij even staan. ‘Eigenlijk zou je hier een paal bij moeten zetten,’ zei hij. ‘Denkt u dat de boom gaat omwaaien?’ vroeg ik hem. Die paar takken vangen toch niet zoveel wind dacht ik bij mijzelf. ‘Nee, maar hij groeit scheef. Zo groeit hij op den duur je tuin in.’ O… tsja… een páál in de grond, dat is nu niet echt mijn specialiteit. En ik heb geeneens een goeie paal. Toen hij mijn bedenkelijke gezicht zag en hoorde dat ik geen paal heb bood hij aan om er deze week een paal naast te zetten. Fijn! Hij doet zijn naam meteen eer aan.