De één zijn dood…

P_20160516_115332 … is de ander zijn brood.

Deze week was dat wel heel letterlijk. De duif die twee jaar geleden op het balkon van de buren heeft mogen broeden (tenminste, ik vermoed dat het dezelfde duif is) probeert jaarlijks weer een nest te volbrengen op één van onze balkons. Is het in het vroege voorjaar gelukt om de duif tijdig weg te jagen dan is er aan het eind van het voorjaar weer een moment van oplettendheid vereist. Twee dagen waren we beide niet thuis en prompt had de duif op het balkon een nest gemaakt en een ei gelegd. Aiai… Met héél veel moeite kreeg ik mevrouw Duif van haar nest af. Ik deed het niet met plezier, eigenlijk bewonderde ik haar om haar beschermingsdrang. Echter… de goot was na twee dagen al verstopt, dat zou niet goed gaan als het eenmaal begon te regenen. Bovendien zal ik de stank nooit meer vergeten die een duivennest kan veroorzaken.

Dus… met grote tegenzin verjoeg ik de duif van haar nest en ontdekte haar eerste ei. EenmP_20160518_175650aal aangeraakt door een mens heeft ze er geen belangstelling meer voor. Na de beschermingsdrang van mevrouw Duif trok het me helemaal niet om smakelijk van dit ei te gaan eten. Maar wie weet, kon ik er nog een kraai mee verblijden…? Het ei kwam in een plantenbak te liggen.

Mevrouw Duif maakte van elke gelegenheid gebruik om weer een nieuw ei te kunnen leggen. Nest of geen nest, het ei moest ze kwijt. Dus de volgende dag kon ik nog een ei rapen. Dit keer hoefde ik gelukkig niet zoveel moeite te doen om haar weg te jagen, ze wist waarschijnlijk dat ze toch geen kans maakte.

Inmiddels heeft een kraai (of misschien een ekster) een lekker maaltje gehad, beide eieren zijn leeg. Beter deze eieren eten dan de eieren van een broedend paartje denk ik dan maar.

Balkonpraat (I)

Er zijn dagen dat ik meer over de belevenissen op mijn balkon te vertellen heb dan over mijn tuin. Zoals deze week. Meneer en mevrouw duif zijn niet voor één gat te vangen. Na het herhaaldelijk wegjagen en het verstoren van hun beschutte hoekje kwamen ze de volgende dag nog maar één keer. Daar was ik erg blij om al had ik wel het vermoeden dat de strijd nog niet voorbij was.

En inderdaad, ze blijven komen. Gelukkig heb ik medestanders. De buren hadden ook al door dat de duiven een nest wilden bouwen en waren eveneens bezig de duiven van het balkon te jagen. Vooral het buurjongetje van 3 kan dat met veel enthousiasme, heerlijk om te zien.

De ruimte onder mijn planken, het voorkeursplekje voor het stel, DSCN1497had ik eerst helemaal vrij gemaakt in de hoop dat ze zonder beschutting er niet wilden zitten. Dat maakte het echtpaar echter niet uit. Nu heb ik er een heel stel zakken potgrond neergelegd met als voordeel dat er geen enkel gaatje meer over is. Verder heb ik de bloempotten langs de kanten van mijn balkon gezet zodat de duiven moeilijker mijn balkon op en af kunnen (onder de glazen wand zit genoeg ruimte voor een duif om onderdoor te lopen).

Het nieuwste plekje voor de duiven is nu tussen de grootste verzameling bloempotten, precies op de grens van het balkon van de buren en die van mij. Maar lang zitten ze er nooit. Als het buurjongetje nog niet naar buiten is gestormd met het bevel ‘weg duif!’ dan verraden ze zichzelf wel met hun tevreden gekoer. Waarop ík dan naar buiten storm.

We weten waar we het voor doen. Nog even volhouden.

Vogelpraat (II)

(vervolg)

Vorig jaar hadden de duiven een nest bij de buren en dat vonden we allemaal ontzettend leuk. Zomaar onder een stoel, hoe bedenken ze het toch?! En dat ze niet eens bang waren… Toch maar een beetje rustig blijven als we buiten waren. Zoiets wil je natuurlijk niet verstoren. Vol spanning wachtten we af hoeveel jonkies er zouden komen. Ik herinner me er twee maar volgens mij waren het in totaal drie stuks. Ontzettend leuk.

Tot midden zomer.

Ik weet nog dat ik de buurman vroeg of hij even wilde gaan kijken onder de stoel omdat ik dacht dat er eentje doodgegaan was. Nee, de jonkies leefden allemaal nog. Dat verbaasde me. Er hing namelijk een afschuwelijke, weeïge lucht op het balkon. De stank was niet te harden, helemaal niet toen de temperatuur opliep tot 27 graden. Lekker buiten zitten was er niet meer bij. Alsof er een dood dier in de hete zon al drie dagen lag te rotten.

Nee, voor de buurvrouw geen nest meer op het balkon. Ik ben het hélemaal met haar eens! En dan had ik nog geeneens last van de enorme troep die achterbleef toen meneer en mevrouw duif weer vertrokken.

Gister ontdekte ik dat de duiven na hun paringsdans een plekje hadden gevonden. Het duurde een tijdje voor ik doorhad waar ze zaten. Ik hoorde zo nu en dan wat gekoer op het balkon maar kon ze niet ontdekken. Ze hadden een uitstekend plekje, een héél mooi, beschut, bijna onzichtbaar plekje. Onder de planken, achter de bloempotten. Op MIJN balkon!

En toen heb ik ze dus weggejaagd. Ik ben er niet trots op maar ik wil echt geen nest op mijn balkon. Ik heb de ruimte onder de planken nog kleiner gemaakt door nog wat meer bloempotten eronder te schuiven. Even later zat de duif er alweer. Toen ik haar wilde wegjagen kon ze er maar met moeite tussenuit komen. Ik vroeg me af hoelang ik dit kon volhouden. Niet alleen zou ik mijn balkon  voortdurend in de gaten moeten houden en meer geduld moeten hebben dan de duiven, ik zou ook nog eens geen medelijden mogen krijgen met deze vogels. En dat kan nog wel eens moeilijk worden. Die arme beestjes moeten toch óók ergens kunnen nestelen? En ik wil toch vogels op mijn balkon? Pure discriminatie dat ik verrukt ben over de koolmeesjes terwijl ik de duiven de stuipen op het lijf jaag. En ja, heus, ik zou er ook wel van kunnen genieten, van dat nestje op mijn balkon. Tot de stank weer begint…

Gister is het me gelukt om vol te houden. Slechts twee of drie keer heb ik ze van het plekje moeten wegjagen, de andere keren was ik al buiten voor ze er konden komen. Vanmorgen heb ik ze nog één keer gezien, op het randje voor mijn balkon. De rest van de dag zijn ze niet meer geweest. Zou ik nú al gewonnen hebben…?

Vogelpraat (I)

Ik moet iets bekennen… Ik ben er niet trots op maar ik voelde me toch enigszins genoodzaakt tot deze slechte daad. Helemaal als ik denk aan een heerlijke, warme zomer waarop ik lekker veel buiten wil zijn en op mijn balkon wil zitten. Was er vorig jaar niets gebeurd dan had ik er nu waarschijnlijk opgetogen over geschreven. Maar nu… nee…

Er zijn twee duiven die prachtige paringsdansen uitvoeren op het balkon van de buren. Vorig jaar was daar een nest, onder een rieten bank/stoel die daar stond. Het verbaast me dan ook niets dat dit jaar twee duiven aan het begin van het ‘ei-seizoen’ weer dit balkon opzoeken. Best kans dat het dezelfde zijn. Maar de bank en stoel staan er niet meer dus het nest-plekje is verdwenen. Toch kwamen ze steeds langs. Een naar voorgevoel hield me al een paar dagen bezig. Niet weer hè…

Toch had het ook wel iets. Ik weet niet of jullie duiven elkaar wel eens het hof hebben zien maken maar als je dat een keer is opgevallen dan herken je hun dansjes meteen. Ik herinner me het in ieder geval nog van een biologieles. Een onderzoeker had bijgehouden hoe vaak een koppel eenden bepaalde bewegingen steeds had uitgevoerd. Het leek me nogal ingewikkeld om dat bij te gaan houden, maar bij zo’n paringsdans zie je heel duidelijk dat er een bepaald patroon in zit. Tegenover elkaar staan en een knikje naar links, een knikje naar rechts en nou ja, ik heb het dus niet bijgehouden, alleen geobserveerd en er heimelijk een beetje van genoten.

Goed, die duiven dus. Ze zijn zo tam als wat en bijna niet van je balkon te krijgen. Echter als ze bij mij op het balkon komen jaag ik ze weg.

Wat?!

Ja, ik jaag ze weg. Meestal huppen ze heel schijnheilig naar het balkon van de buren en doen ze alsof ze me niet gezien hebben. Zou ik ze daar ook nog willen verjagen dan moet ik toch wat meer uit de kast halen dus ik laat het er dan maar bij. Tot zover ging het de afgelopen dagen.

Wat er vandaag gebeurde kan ik wegens tekstlimiet helaas pas morgen vertellen.

(wordt vervolgd)