Klaarmaken voor de winter

Op steeds meer plekken in de tuin wordt het kaal. Als ik vervolgens ook nog het onkruid verwijder is het zelfs leeg zwart. Voor de meeste tuinders ideaal voor de winter. Zwart ziet er mooi opgeruimd uit en ik moet zeggen dat ik ook echt wel geniet van die mooie zwarte, opgeruimde tuintjes om mij heen. Toch heb ik liever een bedekte aarde. Hoe ik dat doe, dat verschilt per tuinvak. In het ene vak staan vaste planten en daar is sowieso al weinig aarde te zien. Onder de struiken groeit vaak bodembedekker. Het scheelt in het onkruid én het beschermt de aarde tegen uitdroging.

Op andere plekken heeft zich tijdens de zomer phacelia uitgezaaid. Mijn favoriete groenbemester die vele insecten aantrekt. Het nadeel is dit jaar dat het zó goed groeit dat mijn tuin een wildernis lijkt. En hoewel dat bij mij wel vaker het geval is, heb ik diep in mijn hart toch ook liever een nette tuin. Maar, meer nog dan de nette tuin, wil ik dat insecten zich thuis voelen. Dus laat ik de phacelia groeien en bloeien, zolang het niet in de weg staat.

De laatste tijd kon ik echter halverwege mijn tuin de paden niet meer zien en stond deze mooie groenbemester kniehoog. Toen werd het me toch wat teveel. In een uurtje had ik de meeste phacelia uitgetrokken en waren de paden weer zichtbaar. De uitgetrokken phacelia scheur ik in stukken en gooi ik op de aarde. Nog een manier om de aarde te bedekken. De planten vergaan makkelijk en volgend jaar zal ik er weinig last meer van hebben. Hooguit zijn er nog wat dikke stengels niet goed verteerd, maar die zijn dan inmiddels zo broos als luciferstokjes en zo opgeruimd. Ondertussen houden ze het vocht in de aarde, geven ze het bodemleven voeding en werkzaamheden. Terwijl ik komende winter mijn naaihobby weer oppak, doen de bodemdiertjes het werk in mijn tuin.

De stukken tuin die ik nu nog leegmaak moeten het met een andere bodembemester doen. Winterrogge is de enige die nu nog te zaaien is (al zou je met dit mooie weer altijd wat kunnen uitproberen). Helaas komt de winterrogge bij mij vaak pas in het voorjaar op, juist als ik weer wil gaan beginnen. Toch zaai ik alles in. Want voor ik de tuin in het voorjaar weer op orde heb, houden de groenbemesters de tuin ‘bezet’. Waar al wat groeit, kan niet óók onkruid groeien.

Het komkommerkruid wat ik een maand geleden nog heb ingezaaid is, dankzij de warmte vermoed ik, behoorlijk gegroeid. Nu ik laatst het onkruid er tussenuit heb gehaald lijkt het een stuk netter. Wat heerlijk om zo de tuin winterklaar te maken.

Groenbemesters

Er komen steeds meer lege plekken in de tuin. Er zijn nog wel wat groenten te telen maar eigenlijk vind ik het voor dit jaar wel even goed zo. Om de aarde niet helemaal kaal te laten zaai ik groenbemesters in.

De phacelia heeft zichzelf al (zeer) rijkelijk uitgezaaid en zorgt voor een mooi groen tapijtje rondom de tegels. Op de plek van de kapucijners heb ik winterrogge en komkommerkruid gezaaid. Gezien de hongerige vogels die altijd in de buurt van de tuinen lijken te ‘hangen’ heb ik er maar een net op gelegd. Ik kan zien dat het onkruid eronder al begint op te komen. Nu de groenbemesters nog.

De opkomst van de groenbemester

Op verscheidene plekken in mijn tuin heb ikDSCN0157 groenbemesters gezaaid. De phacelia moet nu opgekomen zijn, anders gebeurt het waarschijnlijk niet meer. Deze had ik dan ook een stuk eerder gezaaid dan de winterrogge. En gelukkig, er is al heel wat phacelia te zien. Op sommige plekken heeft het zelfs zoveel tijd gehad om te groeien voordat het kouder werd dat ik er eigenlijk alweer wat van moet snoeien. Het hoofdpad van het volkstuincomplex heeft het al weten te bereiken en ook mijn eigen pad is niet meer goed begaanbaar. Het bloeit royaal en maakt waarschijnlijk nog vele insecten blij.

De andere groenbemester, namelijk de winDSCN0702terrogge, heb ik ook al gesignaleerd. Het is wat moeilijker te zien waar het opkomt omdat het nogal veel gelijkenissen vertoont met gewoon gras. Nu het wat groter wordt is het verschil duidelijker. Gras komt met hele pollen tegelijk en begint op den duur te bloeien. De winterrogge heeft een breed blad. Zie de foto van de winterrogge hiernaast. DSCN0165

Uw bestelling is gearriveerd

DSCN0142Na het schrijven van verschillende blogberichten over groenbemesters werd het hoog tijd om zelf eens wat zaden van deze nuttige plantjes aan te schaffen. En zo werd er deze week een mooi pakketje bij mij bezorgd met twee kilo zaad van Winterrogge, een halve kilo van zoete gele Lupine, een klein zakje Phacelia (bijenvoer) en een klein zakje Borage (komkommerkruid), voorlopig kan ik wel weer vooruit!

De Phacelia is tot nu toe mijn favoriete groenbemester maar ik wil ook wel eens wat anders, vandaar dat ik nog wat andere heb besteld. Lupinen vind ik al van jongs af aan mooie planten maar ze werden bij mij altijd opgegeten door de slakken. Dat er mensen zijn die prachtig bloeiende lupines in de tuin hebben staan verwonderd mij meestal, het is hen wél gelukt! En dan geniet ik maar met hun mee van die prachtige bloemen.

Borage, beter bekend als komkommerkruid, is een leuk, lief uitziend plantje dat niet alleen goed is voor de grond als groenbemester maar dat ook nog eens helemaal eetbaar is. En ook de bijen zijn er gek op. Wat wil je nog meer?

Nou, het liefst een groenbemester die ik nog in september of oktober kan zaaien want dan komen de meeste van mijn tuinvakken leeg te staan. En daarom heb ik zoveel Winterrogge besteld. Alles wat in september nog niet met een andere groenbemester is ingezaaid krijgt een flinke dosis zaad van de Winterrogge. De rogge wortelt diep wat bij de dikke kleigrond waaruit mijn tuin bestaat een groot voordeel is. Dat scheelt weer spitten! En wie weet lukt het mij dan een keer om wortels te telen want dat is me tot nu toe nog niet gelukt.

Groenbemester II

Zoals beloofd vandaag een aantal groenbemesters met hun belangrijkste eigenschappen. Ik vind zelf de zaaitijd belangrijk. Dit jaar vond ik zelf dat ik er vroeg bij was maar was ik alsnog te laat met het zaaien van de rode klaver. Dit had overigens ook te maken met een verkeerde notitie. Tussen eind juli en half september zit natuurlijk nogal een verschil… Maar gelukkig had ik nog genoeg Phacelia. En volgend jaar probeer ik wat nieuwe soorten uit.

Winterrogge

Bij de Moestuin waar ik heb gewerkt werd veel gebruik gemaakt van winterrogge: deze blijft groen in de winter (niet vorstgevoelig), bedekt de grond snel en wortelt diep wat de grond goed losmaakt. De effectieve organische stof is echter laag en na het onderwieden moet je 3 weken wachten voor je gaat zaaien omdat het een stof bevat dat ontkiemen tegengaat. Je kunt dit gewas zaaien van half augustus tot eind oktober.

Phacelia (bijenvoer)

Deze plant is erg vorstgevoelig, bedekt de bodem snel en geeft middelmatige effectieve organische stof. Als de plant in bloei komt, wortelt de plant dieper en wordt er op een dieper niveau de grond losgemaakt. Daarnaast zorgt de plant voor veel nectar en trekt het veel hommels aan. Je kunt dit gewas zaaien van half april tot half augustus.

Rode klaver

Het grote voordeel van rode klaver als groenbemester is dat deze plant actief stikstof opneemt uit de lucht. Dit betekent extra voeding voor de aarde als het gewas wordt ondergewied. Dit is bij alle groenbemesters het geval die onder de soort vlinderbloemig vallen (zoals witte klaver, luzerne en gele lupine) Verder heeft het een hoge effectieve organische stof, bedekt het de grond redelijk snel en is het enigszins vorstgevoelig. Het gewas is te zaaien van half maart tot eind juli.

Afrikaantjes

Een bekend plantje dat ook als groenbemester gebruikt kan worden. Ze zijn erg vorstgevoelig, geven een middelmatige grondbedekking en zorgen voor een redelijke hoeveelheid effectieve organische stof. Daarnaast hebben Afrikaantjes houden daarbij de wortelvlieg op afstand wat het tot een goede combinatie maakt met het telen van wortels. En het oog wil ook wel eens wat: ze bloeien uitbundig. Zaaien van half mei tot half juli.

Kruisbloemig

De groenbemesters die onder de kruisbloemigen vallen mogen nooit gezaaid worden in een veld waar knolvoet is geconstateerd. De planten zijn namelijk zeer gevoelig voor deze ziekte waardoor de ziekte in stand gehouden wordt. Kruisbloemigen zijn bijvoorbeeld bladrammenas en gele mosterd.