De trouwe lezer van mijn blog zal het wel weten, de rest vertel ik het graag nog eens: de wormen in mijn tuin houd ik graag in ere. Ze doen veel werk voor mij terwijl ik thuis geniet van een bakje koffie of met een vriendin zit te kletsen. Zowel in de zomer als (wat minder) in de winter, dag en vooral in de nacht maken zij zich druk om het welzijn van mijn tuin. Om ze ter wille te zijn zorg ik er voor regelmatig nieuw organisch materiaal in op de tuin aan te brengen en als dank daarvoor verspreiden zij dit door de aarde en maken het fijn. Regenwormen zorgen voor een betere beluchting in de grond door de gangetjes die ze graven. Op de foto kun je dat heel mooi zien, ik haalde daar een tegel omhoog terwijl er net een worm onderdoor kroop.
De lucht die door de gangetjes in de aarde komt heeft een positief effect op bepaalde bacteriën in de grond die zorgen voor de afbraak van organisch materiaal en dit omzetten in voedingsstoffen. Daarnaast is het voor planten makkelijker om te wortelen als de aarde losser is en kan het water beter opgenomen worden. Tenslotte zorgen de regenwormen er zelf ook voor dat organisch materiaal wordt omgezet in voedingsstoffen voor de planten. Al met al genoeg redenen om deze dieren te koesteren!
Gebruikte bron: www.wikipedia.org

erappelgripe’ oftewel de riek, is inmiddels ingewijd met het rooien van de eerste aardappels. Voordat de eerste modder aan de riek kwam heb ik deze uiteraard weer even gemerkt met een houtbrander. Handig én leuk.
daag gerooid heb waren de vroege aardappels… tomtiedom, echt vroeg gerooid zijn ze dus niet 😉 Wat me opviel, al bij de eerste steek in de grond, is dat de aarde boordevol wormen zit. Ontzettend mooie, dikke, lange wormen. Wauw… wat ben ik blij met deze diertjes! Ze maken het werken in de soms keiharde kleigrond een heel stuk gemakkelijker. En ze zorgen ook nog eens voor gezonde grond! Sommige wormen waren zo dik dat het net leek of ik een aal door de grond had kruipen. Ik heb ze met zorg behandeld en bewonderd om hun prachtige, glimmende lijf.
Inmiddels zijn de eerste twee rijtjes aardappels gerooid. Er is nog een éénling die nog steeds niet afgestorven is. Ach, vooruit, die mag nog even blijven staan. En… ik heb slechts twéé aardappeltjes aangeprikt. Dat is een hele grote vooruitgang met de vorige keer toen dit rond de 25 procent lag… 

