Vorig jaar had ik nog een heel aantal coconnetjes over. Rupsen die zich hadden verpopt maar niet meer voor de winter van plan waren nog wat uit te voeren. Het meest logische was om deze poppen buiten te laten overwinteren. Maar aangezien de rupsen in een plastic bakje hadden gezeten hadden ze niet voor zichzelf een beschut plekje kunnen zoeken. En ja… wat doe je dan? Het leek mij het beste om ze een plekje op mijn koele zolder te geven.
Het ging heel lang goed. Met enige regelmaat keek ik in de bak of er geen vlinders in zaten en nee hoor, alleen poppen. Tot het een keer waarschijnlijk een week warmer is geweest en ik er twee weken níet in keek. Toen ik de bak weer eens bestudeerde ontdekte ik dat er drie koolwitjes in de bak zaten die van honger of uitputting waren gestorven. Ik schaamde me diep.
Toen de lentekriebels bij mij begonnen te komen en ik de poppen niet langer op mijn zolder wilde hebben staan, moest ik iets bedenken om ze op een beschutte plek te kunnen laten ontpoppen. Gelukkig was de oplossing simpel: een glazen bak op zijn kant en het plastic bakje erin. Geen last van regen, wél de warme van de zon.
Het heeft lang geduurd maar inmiddels beginnen er vlinders te verschijnen. Door het glas begrijpen ze niet hoe ze eruit moeten komen, misschien moet ik daar nog wat voor verzinnen. Tot nu toe viel het me al snel op dat er een vlinder zat ‘op te drogen’ en kon ik al drie vlinders met blijdschap de wijde wereld in laten vliegen.
















Terwijl ik naar de vrolijke vlinders zat te kijken vroeg ik me af wat vlinders tijdens hun leventje eigenlijk doen. Moeten ze iets bereiken? Of hoeven ze alleen maar eten te zoeken voor die dag en is dat genoeg? Tijdig eens voor nageslacht zorgen. Voor sommige vlinders een lange reis naar het zuiden tijdens de winter. En verder: fladderen. Wat heerlijk zeg! Ze hoeven niets en zijn ondertussen ontzettend waardevol en nuttig door de bestuiving van allerlei planten. Daar kan een bezige bij zoals ik nog wat van leren. Vlinders ZIJN gewoon.