Verschillende categorieën

Het is jullie misschien al opgevallen dat er wat kleine wijzigingen zijn op de website. Bijna 3 jaar ben ik nu bezig met deze blog en ik merk dat ik met enige regelmaat me graag in een onderwerp verdiep en daar wat over schrijf. Het is dan ook handig om deze blogberichten makkelijk te kunnen vinden, voor mensen die nog eens iets willen nalezen maar ook voor mensen die niet komen voor de blog maar enkel wat informatie zoeken. Het is echter wel eens lastig om de blogberichten te scheiden van de informatieve berichten. Vaak zitten de berichten er een beetje tussenin of is de informatie verdeeld over meerdere berichten.

Nu ik wat langer bezig ben wil ik hierin een scheiding brengen: gezellige babbelverhaaltjes over mijn tuin met een vleugje informatie erin en berichten die voornamelijk informatief zijn. Bij ‘Meest recente berichten’ komt natuurlijk alles langs, verder zit ik nog te dubben of ik in een blogbericht een verwijzing doe naar nieuwe informatieberichten of dat in de blog alle berichten komen en slechts enkele daarvan terechtkomen in ‘bron van informatie’ (waardoor ze op twee manieren te vinden zijn)

Misschien is het dan nu tijd om een poll te beginnen? Ik zal eens op zoek naar een mooie plug-in…

Nieuwe aanwinst

bougainvilleNa mijn verschillende blogberichten over kamerplanten zou je je gaan afvragen of iemand mij nog een plant cadeau durft te geven. Onduidelijke signalen (wel of geen variatie), lage kamertemperatuur, de mogelijk hoge slagingskans bij het stekken, wat voor plantje moet het dan toch worden?

Laatst kreeg ik een plantje cadeau. Er werd me meteen bij verteld dat deze te stekken is want diegene had het zelf gestekt en gaf mij het resultaat. Om mij nog het plezier te gunnen van het stekken waren er juist nog twee kleine takjes in de pot bijgezet zodat ik het proces kon volgen. Deze soort heb ik nog niet en dat is erg leuk. Bovendien hebben zelfs de nog kwetsbare stekjes mijn kamertemperatuur overleefd wat de plant zeer welkom maakt.

De naam is: bougainville. Het is een plant die oorspronkelijk uit Brazilië komt en die hier prima gedijt mits het warm kan overwinteren. Handig, zo’n plant die in de winter gezellig binnen staat en in de zomer mijn balkon komt opfleuren. Voor zover ik weet heeft de soort die ik heb gekregen roze bloemetjes.

 

Voor wie wat meer wil weten over deze plant valt er genoeg te lezen op internet. Hieronder twee tips:

Verse witlofsalade

witlofHet werd hoog tijd dat ik weer een nieuw bericht zou plaatsen. En gelukkig is er ondanks de winter ook weer genoeg te vertellen. Zowel gister als vandaag kon ik een uiterst verse salade eten door de witlof op zolder te oogsten. Ik at het nog nét niet rechtstreeks vanaf de wortels.

Het zijn prachtige kropjes geworden en ik toon jullie dan ook met enige trots de foto’s van mijn witlof. De geoogste witlof op de foto had ook nog eens amper een stronk waardoor ik er heerlijk veel van kon eten. En ja, het smaakt echt anders dan de witlof uit de winkel. witlofTen eerste is het natuurlijk al veel verser maar ook de smaak is dieper en verfijnder. Wat dat betreft komt het telen van witlof ook komend jaar weer op de planning!

Doorgaans eet ik witlof rauw, als salade met appel, rozijnen en wat slasaus. Eventueel gaan er nog wat walnoten of cashewnoten door. Sinaasappel smaakt er ook prima bij: in partjes door de salade of als versgesperst jus. Begint bij jullie het water al in de mond te lopen? 😉

Tijdelijk geen blog

Niet alleen in de tuin zijn er winterklussen, ook op de blog is dat wel eens handig. Nu er toch wat minder te schrijven is is er wat meer ruimte om achter de schermen wat dingen te veranderen. Het is nog even de vraag of jullie er veel van zullen zien straks (dat hangt er vanaf hoe snel het vordert) maar in ieder geval zijn er de komende week geen nieuwe blogstukjes te verwachten.

Dat betekent dus dat jullie álle tijd hebben om lekker jullie plantjes te vertroetelen! 😀

De kamertemperatuur voor de plant

Ik schreef laatst al wat over het cadeau geven van plantjes. Daar kan ik nog een stukje over schrijven en dan met name over de temperatuur die de plant voor zichzelf wenst. De meeste kamerplanten die in Nederland worden verkocht gedijen waarschijnlijk goed bij een temperatuur van 18-20 graden. Tenslotte is dat vaak de temperatuur bij mensen in huis, al kan het in de zomer natuurlijk een stuk heter worden. Inmiddels ben ik erachter dat er dus prachtige planten te koop zijn die ik met alle plezier wil verzorgen maar die ik een zekere dood tegemoet stuur als ik ze aan zal schaffen. Zo was er eens een Gardenia, ook wel bekend onder de naam Kaapse Jasmijn. Een plantje met groen glanzend blad met heerlijk geurende crème-kleurige bloemen. (beeld bij deze omschrijving nodig?)

Ik koos een plantje uit dat de bloemen nog redelijk in knop had zodat ik extra lang van de bloei kon genieten. Maar helaas… al snel verdorde de ene bloem en de knoppen vielen al af voordat ze zich geopend hadden. Nu komt dit wel vaker voor als een plant van een liefdevolle kweker die de plant verwend met optimale omstandigheden verhuisd via een koude buitenlucht naar een droge kamerlucht. Regelmatig staat de plant al zo krap in de pot dat je deze ook meteen moet verpotten. Dus… ik gaf het nog lang niet op. De plant kreeg extra aandacht, ik zocht wat op over de hoeveelheid water die ik het mocht geven, probeerde het in een andere pot, in een andere vensterbank maar helaas… niets hielp. De plant ging zienderogen achteruit tot deze echt ten dode opgeschreven was.

Ik weet niet precies hoe ik het heb ontdekt, maar ik heb later moeten concluderen dat de temperatuur bij mij in huis, met name in de winter, eenvoudigweg te laag is voor sommige planten. Zo wil een Gardenia minimaal 18 graden en helaas, dat ik een extra trui aantrek zal de plant weinig baten.

Bij het aanschaffen van een plant bedenk ik me dus nog wel een paar keer als ik vermoed dat de plant uit een tropisch of subtropische streek komt, zoals deze Gardenia. Echter… meestal ben ik al verkocht voor ik daar over nagedacht heb. 😉

 

De olifantspoot met de verkeerde naam

In het leven zijn er bepaalde zekerheden die echter bij het opgroeien weleens onderuit gehaald worden. Eén van mijn zekerheden was altijd: mijn moeder weet alle plantennamen. Bij het ouder worden bleken er ook wel eens planten te bestaan waar de naam niet bij mijn moeder bekend was. Hoe kan het ook anders. Toch deed dat niets af aan mijn vertrouwen in haar kennis.

En toen kwam internet. En met internet kwamen de zoekmachines. En zo ontstond er een barstje in het voetstuk waar ik mijn moeder op had geplaatst. Misschien werd dat ook wel eens tijd want ook moeders weten niet alles, maar ach hè, in sommige dingen blijf je graag geloven.

Het barstjMadagascar juweele ontstond zo: zoals ik gister al schreef heb ik een heleboel olifantspoten, dat plantje dat zijn zaadjes wegschiet en voor talloze nakomelingen zorgt. Nu wilde ik laatst iemand daarvan een plaatje mailen in de hoop deze enthousiast te maken voor één van mijn overvloedige planten. Toen ik echter even snel ‘olifantspoot’ intikte in de zoekmachine, verscheen daar een totaal ‘verkeerde’ plant! Ai! Geschokt keek ik naar de tientallen plaatjes, naar beneden scrollend in de hoop daar toch nog de juiste foto aan te treffen. Maar nee… de olifantspoot ziet er toch echt anders uit dan de vele planten die ik hier in huis heb.

En zo begon mijn zoektocht naar de vulling voor de barst. De juiste kennis weer op de juiste plek brengen en de barst is weer geheeld… 😉

Het valt nog niet mee om de naam van de plant te vinden. Mijn kamerplantenboekje, waar alle moderne, exotische planten niet instaan maar zo’n “olifantspoot die anders heet” waarschijnlijk wel, moet me helaas teleurstellen. Op internet vind ik wel een aantal encyclopedieën met zoekfunctie maar ook daar kan ik de plant niet in vinden. Maar hoe omschrijf je een plant dán? ‘Mooie plant die groot kan worden, een kenmerkende stam heeft, de schaduw goed verdraagt, jarenlang meegaat en zich voortplant door middel van zaadjes?” Ah, ‘zaadschietende kamerplant’ bleek de juiste zoekoptie te zijn. En dan hier de juiste naam voor deze plant:

Euphorbia leuconeura, ook wel bekend als Madagascar juweel. Een andere keer meer over dit juweel van Madagascar dat prima gedijt in de Nederlandse huiskamer.

Nieuwe plantjes

Het is niet gek als mensen zo rond mijn verjaardag op het idee komen om mij te verblijden met een plantje. En natuurlijk vind ik dat altijd leuk! Maar… wat voor plantje is dan geschikt? Niet dat ik veeleisend ben hoor, ik vind alle plantjes leuk, maar ik kan het me voorstellen dat iemand dan graag wat speciaals wil geven. En waar houd ik eigenlijk van, als het om plantjes gaat?

Om het een ander nog eens flink lastig te maken zend ik daarbij nogal tegenstrijdige signalen uit. Zo houd ik van wat variatie en, als ik zelf mag kiezen, neem ik het liefst een plantje in huis dat ik nog niet heb. Desondanks heb ik toch zo’n 18 Olifantspoten in huis, variërend van 3 cm tot bijna een meter hoog.

Dat heeft te maken met het niet willen weggooien van planten. Als een plant ziek is (nadat ik uiteraard er alles aan gedaan heb om ‘m beter te maken) of dood lukt het op den duur nog wel, maar die gezonde planten… die gooi je toch niet weg? Het probleem is dus vooral als planten te stekken zijn of zaad produceren. Een volwassen Olifantspoot geeft op een productieve dag wel 10 zaden die altijd ergens in de kamer terecht komen. Je zou denken: wat een bende, maar nee hoor, de zaadjes worden netjes in een bloembak gedeponeerd en je hoeft er niet meer naar om te kijken. Jullie begrijpen wel waar al die Olifantspoten vandaan komen.

Je kunt er nog zo van overtuigd zijn dat een plant niet valt te stekken, ik ga het tóch proberen. Want er is niets leuker dan een plant te vermeerderen. En als ik eenmaal weet hoe het moet…

Ik denk dat het beste advies is om een plantje te kiezen dat je zelf wel zou willen krijgen. De kans is namelijk groot dat ik na enige tijd de plant zoveel heb vermeerderd dat je er eentje cadeau krijgt.

Groen, groener, groenst

Het kan niemand in mijn omgeving ontgaan dat ik gek ben op plantjes. Dat levert soms aparte gesprekken op. Vooral het móment van het gesprek. Zo is het me meer dan eens overkomen dat er iemand op bezoek kwam en het gesprek ongeveer als volgt verliep:

Bezoek: ‘Hoi!’

Ik: ‘Hoi! Welkom, kom binnen.’ Ik neem een jas aan en laat het bezoek de woonkamer binnen.

Bezoek: ‘Zeg, ik heb twee plantjes en die doen het nog steeds.’

Ik: ‘O, joh, leuk! Wat voor plantjes zijn het?’

Bezoek: ‘Eh… nou eh… weet ik niet, beetje van die groene. Ze waren bijna dood maar mijn moeder kwam langs en die heeft ze weer water gegeven.’

Ik: ‘Aha…’ Wil die ander nou over plantjes praten? Eerlijk gezegd klinkt het nou niet alsof dat een hobby is… ‘Koffie?’

Bezoek: ‘Ja graag. Hoe gaat het trouwens?’

(…)

Na een paar van zulke situaties begon het tot me door te dringen dat het vermelden van het aantal planten in eigen huis komt door de groene weelde in mijn woonkamer. Voor mij is al dat groen normaal maar de meeste mensen hebben blijkbaar niet zoveel planten tegelijk in huis. Grappig, dat mensen aan hun eigen planten gaan denken als ze bij mij binnenkomen. Als sommigen die planten op dat moment ook nog even water konden geven zouden er waarschijnlijk heel wat meer planten overleven…

Een bloeiende plant

gerberaMijn Gerbera bloeit! En ja, dat is zeker nieuws dat het vermelden waard is. Ik heb het plantje namelijk niet kort geleden gekocht en doorgaans is dat het enige moment dat het plantje bloeit. Erna, nadat ik overigens erg van de mooie bloemen heb genoten, krijgt de plant luis. Hoewel ik de plant regelmatig aandacht geef, met name met de plantenspuit met afwasmiddel, is het daarna meestal afgelopen met de pret. Dit jaar heb ik erg veel last van luis bij mijn planten en is het dus helemaal bijzonder dat de ik plant niet alleen luisvrij maar ook nog weer in bloei heb gekregen. In de zomer heeft het plantje een paar maanden buiten gestaan en ik heb het idee dat dat erg goed voor ‘m is geweest. Inmiddels staat de Gerbera alweer een hele tijd binnen, is het nog steeds luisvrij en kan ik sinds een paar dagen genieten van de roze bloem.

En voor het geval het nog steeds niet duidelijk is waarover ik toch zo verheugd ben: de Gerbera is één van mijn lievelingsbloemen 🙂

Heel veel stekjes

DSCN0752De Japanse wijnbes kan nogal weelderig groeien. Om te voorkomen dat de takken alle kanten op gaan maak ik ze doorgaans met een boogje vast aan een pvc-buis. Eigenlijk zou zo’n systeem als die ik bij de frambozenstruiken heb handiger zijn: wat palen in de grond en een waslijn erlangs spannen. Zo groeien de takken mooi recht en kun je er makkelijk bij met oogsten. Als je tenminste wel tijdig de takken aan de lijn vastmaakt, anders helpt het niets. Maar goed, tot nu toe doe ik het altijd provisorisch met wat pvc-buizen die ik in de grond heb gestoken. En dat gaat nog best. Deze keer heb ik de takken wat te enthousiast naar beneden gebogen: elk uiteinde van de tak dat de grond raakte heeft zich gesetteld en is gaan wortelen. Zo heb ik nu een heleboel stekjes van de Japanse wijnbes.