Natte kleigrond

In het najaar kom ik steeds minder in mijn tuin, maar zo nu en dan wil ik er toch weer even heen. Om nog wat te oogsten of om enkel te genieten van dat stukje grond dat ik mag bewerken. Zo ook gister. Een vrije zaterdag is bij uitstek het moment om weer eens te tuinieren. En voor de winter zijn er nog genoeg klussen die gedaan kunnen worden dus vervelen hoef ik mij niet.

De klus die in ieder geval moet gebeuren stel ik het liefste uit. Het gaat om het graven van een geul waarin ik het worteldoek verder kan leggen rondom de frambozenstruiken. Ik ben al op de helft of misschien beter gezegd: nog maar op de helft. Het is namelijk een grote klus en aan het eind van de klus is het resultaat ook nog eens onzichtbaar. Maar goed, dat moet nog eens gebeuren. Gister heb ik lekker wat anders gedaan. Terwijl ik op mijn blog schrijf dat je vooral niet teveel moet opruimen in je tuin voor de winter, ga ik vervolgens zelf lekker takken afknippen om de boel er een beetje beter uit te laten zien. Of nou ja, vooral omdat ik het niet kon laten om eindelijk eens te mogen snoeien. Ik kan me dan ook heel goed voorstellen dat de meeste mensen voor de winter de tuin netjes maken. Met die paar keer dat ik nu nog naar mijn tuin ga kan ik me al amper bedwingen. Laat staan als je er dagelijks tegenaan kijkt.

Zowel de vlinderstruik als de gele frambozenstruik heb ik kortgeknipt en van de takken heb ik een tweede hekje gemaakt. Helaas, ik kan geen foto laten zien want mijn camera lag nog thuis. Als je zo weinig naar de tuin gaat vergeet je prompt wat je mee moet nemen. Verder heb ik zoveel mogelijk distels en paardenbloemen verwijderd, juist met natte kleigrond is dat gemakkelijk te doen. De dahliaknol mocht mee naar huis evenals wat gladiolenbollen en witlofwortels. En uiteindelijk ging de thee ook gewoon weer mee terug, met de miezerregen trok een bakje verse koffie op de bank thuis toch meer.

Vrij baan

volkstuin pad Vandaag ben ik zo’n 4,5 uur in mijn tuin geweest, al dan niet aan het werk. En ik heb geeneens tijd gehad om de Japanse wijnbes te oogsten of de aardbeien…

frambozenstruik
Weer een béétje loopruimte langs de frambozenstruiken…

Ik had me voorgenomen om dit keer niet te beginnen met oogsten of onkruid trekken. Daar begin ik doorgaans mee, zo van: eerst wat in ieder geval moet gebeuren, daarna wat er nog te doen valt. En zo kon mijn tuin langzaam tot een oerwoud groeien, want die tak die gister nog niet broodnodig gesnoeid moest worden, is vandaag nog maar amper groter.

Vandaag draaide ik het voor de verandering eens om: eerst aandacht besteden aan wat orde in de tuin. Er bleven namelijk steeds minder paden over waar je nog gewoon kon lopen. En dan vind ik een pad waar je slechts drie keer over iets heeft hoeft te stappen nog vrij toegankelijk 😉

Inmiddels is er weer wat meer ruimte om te lopen. Ik heb een kruiwagen gevuld met onkruid, resten van de koolplanten en een heleboel frambozen- en braamtakken. Vooral de frambozenstruiken dijden zo breed uit dat het een hele kunst was om er nog wat te kunnen plukken. Inmiddels is er weer wat licht te zien tussen de takken. En het paadje ernaast is weer een klein beetje beloopbaar. Niet ruim, maar daarvoor zal ik nog even moeten wachten tot de frambozenoogst afgelopen is. Ik kan er tenminste weer langs om de vruchten te plukken.

Achterin de tuin ben ik eveneens lekker bezig geweest. Het randje langs de composthoop is nu plantvrij en de grond wat lager. Zo rolt er niet steeds van alles op het pad. De royaal uitgezaaide IJzerhard moet zich nu beperken tot één stukje grond. Met nog even een mesje langs de tegels, een vegertje erlangs en het ziet er opeens netjes uit. (zie eerste foto) Wat heerlijk!

Als ik weer eens op mijn terrasje zit heb ik zicht op twee paadjes en beide paadjes zijn NETJES! 🙂

frambozenstruik
Er kan weer licht komen tussen de frambozentakken.

frambozenstruik

Aanpakken!

Een DSCN9991hele week is er in mijn huis hard geklust. Het resultaat is schitterend! Nu kan ik ook in mijn gang genieten van bloemen. De passiebloem en de kamperfoelie om precies te zijn.

Zowaar was er ook nog tijd om even lekker in mijn tuin bezig te gaan en met zijn tweeën gaat het een stuk harder. Zo was er tijd voor wat andere klusjes en is er even flink aangepakt. Want zo langzamerhand wordt het ook wel wat een oerwoud… Een wat rommelige tuin is niet erg, doorgaans houden de meeste dieren daar erg van. Maar als er steeds minder paadjes overblijven waar je nog kunt lopen zonder op planten te stappen, onder takken door moet duiken of eigenlijk gewoon een snoeischaar nodig hebt om er überhaupt langs te kunnen dan wordt het tijd om te gaan snoeien.

Het paadje op de eerste foto  is weer helemaal toegankelijk. Aan het einde groeiden de goudsbloemen weelderig over het pad en de bieslook had zich rijkelijk uitgezaaid en was daarbij niet buiten de paden gebleven. De komkommerplanten pasten niet meer zo goed in de kas dus daar heb ik een extra boog geplaatst zodat ze zich niet in het nauw gedreven hoeven te voelen.

Bij de koolplanten stonden een aantal broccoli-plantekoolplanten rode kool en bloemkooln die meer sierlijk waren dan productief en daar tussen groeide al heel wat onkruid. Inmiddels ziet het er heel netjes uit! 🙂

De composthoop vaart er wel bij, met al die goudsbloemen erop wordt het een fleurige berg. Het zou me niets verbazen als er de volgende keer dat ik kom bloemen hun kopje overeind hebben omdat ze zich op hun nieuwe plek geworteld hebben…

Bij deze aan de klusser: bedankt voor het helpen!

composthoop met goudsbloemen

Stekje

Het heeft wel eens zijn voordelen om bij een (biologische) moestuin te werken. Genoeg mensen met kennis en afgelopen week werd ik verblijd met een aanwinst voor mijn tuin. Een stekje van de zwarte bes. Ah, leuk! De takken hadden te sier gestaan in het lunchcafé en waren wortels gaan vormen. Ik leerde meteen dat ik mijn eigen rode bessenstruik zelf kan vermeerderen als ik dat wil. In het voorjaar een aantal takken afknippen en in het water zetten. Tegen de tijd dat ze wortels hebben kun je ze in de aarde zetten. Wel even laten afharden voor ze echt naar buiten gaan.

Aangezien het de tijd is om mijn perenboom te snoeien ben ik maar even gaan informeren bij een meer ervaren tuinder. Want ja, zoveel takken heeft mijn perenboom nog niet. Ik zou het wel leuk vinden als er wat meer takken aan komen, maar hoe moet ik deze dan gaan snoeien?

Deze man legde me uit dat het mooi is als een boom één tak heeft die netjes omhoog loopt, met daarnaast nog een aantal takken er omheen. De dikke knoppen die zich op de takken hebben gevormd zijn belangrijk want daar komen de bloemen uit. De verdere uitlopers van de takken, met kleinere knoppen kan ik eventueel snoeien. Maar gezien het geringe aantal takken van mijn boompje raadde hij me aan het te laten zoals het is. ‘Een perenboom weet zelf wel hoe hij moet groeien, die zijtakken komen er vanzelf.’ Ach ja, dat is ook zo. En toen ik afgelopen zaterdag mijn perenboom nog eens wat beter bekeek kwam ik erachter dat de boom niet 2 maar 4 takken heeft. Valt dat weer mee.

De pioniersbuurman van de tuin kwam zaterdag even mijn bezigheden bekijken. Bij de perenboom bleef hij even staan. ‘Eigenlijk zou je hier een paal bij moeten zetten,’ zei hij. ‘Denkt u dat de boom gaat omwaaien?’ vroeg ik hem. Die paar takken vangen toch niet zoveel wind dacht ik bij mijzelf. ‘Nee, maar hij groeit scheef. Zo groeit hij op den duur je tuin in.’ O… tsja… een páál in de grond, dat is nu niet echt mijn specialiteit. En ik heb geeneens een goeie paal. Toen hij mijn bedenkelijke gezicht zag en hoorde dat ik geen paal heb bood hij aan om er deze week een paal naast te zetten. Fijn! Hij doet zijn naam meteen eer aan.