Droogbonen

Toen ik gister in bed lag, dacht ik nog even tevreden aan mijn binnengehaalde oogst. Mijn gedachten bleven hangen bij de droogbonen. Ik had de dikste bonen geoogst met het idee dat de dikke boon die erin zat dan mijn droge boon zou worden. Maar zo in bed komen er nog wel eens heldere inzichten. Want die prachtige groene, dikke boon gaat natuurlijk niet zo drogen als ik in gedachten had. Die had moeten blijven hangen aan de plant tot ‘ie helemaal droog en knisperig is in plaats van nu in een bakje te liggen wachten tot het rottingsproces gaat beginnen.

Zucht… Nou ja, zo moet het dus niet. Gelukkig kan ik de bonen zoals ze geplukt zijn nog wel eten, al vraag ik me wel een beetje af of ze niet taai of draderig worden als ze zo lang aan de plant hebben gehangen. En de rest van de bonen laat ik állemaal hangen om lekker te groeien en te drogen.

Ik ben nu, lekker op tijd natuurlijk, dus maar eens op zoek gegaan naar wat meer informatie over het drogen van bonen. Dat het doppen van deze bonen veel werk is weet ik al uit ervaring. Ik vind het ook nog eens oersaai werk dus waarom ik eraan begonnen ben is mij ook nog een raadsel. Maar goed, ik vind het ook wel weer een uitdaging om in de winter nog zoveel mogelijk van eigen tuin te eten en daar is het idee ontsproten.

Wat ik ontdek tijdens mijn zoektocht is dat je de bonen kunt laten hangen tot ze geel worden. De bonen moet je drogen, in de vriezer leggen (24 uur, om de kevertjes te doden die anders je hele oogst aanvreten) vervolgens nog even drogen (vriezer is vochtig) en dan doppen. De droge bonen kun je in een blikje bewaren op een droge plaats.

Sommige mensen rijgen de droge peulen aan een draad om ze zo op te kunnen hangen. Het ziet er prachtig uit. Maar met mijn ruime zolder hoef ik enkel wat kranten te sparen om ze op te kunnen uitspreiden en bespaar ik mij wel flink wat werk 🙂

 

Gebruikte sites

tuinieren met een LED-lamp

Eerlijk gezegd kan ik er nog steeds niet helemaal bij, maar hoe meer ik erover lees, hoe meer ik begin te geloven dat het daadwerkelijk kan. En ook: hoe meer zin ik heb om dat zélf eens te ondervinden. Ik heb het over de LED-lamp waarmee groenten gekweekt worden. Geen volkstuin, maar bakken die  in een kamer zonder ramen kunnen staan en waar de prachtigste planten opgroeien. Enkele weken geleden werd ik er door iemand op geattendeerd. Ik werk al een tijdje bij een zorginstelling waar ik met deelnemers een moestuin opzet en onderhoud. Op die locatie was het erg moeilijk om plantjes vanaf zaad groot te brengen omdat er weinig daglicht is. En het daglicht dát er is, komt door een raam waaronder de verwarming volop brandt. En zo kwam ter sprake dat zo’n LED-lamp misschien wel leuk is om eens te proberen.

Voor zover ik er inmiddels een beetje achter ben hoe het werkt is het dat een plant met name het rode en blauwe spectrum van daglicht nodig heeft om te groeien. De blauwe is met name voor het opgroeien, de rode vooral voor het bloeien. Door een lamp te ontwikkelen dat vooral déze twee spectra uitstraalt, kan een plant ook zonder daglicht. Door niet het hele ‘daglichtspectrum’ uit te stralen, vraagt de lamp ook nog eens veel minder energie dan de meeste kweeklampen.

Wat me verbaasd over deze lamp is dat de gebruikers ervan zeggen dat er zo’n 90% minder water nodig is. Zoveel water komt er doorgaans niet uit het daglicht namelijk… 😉 Uiteraard is er bij het kweken veel minder bestrijdingsmiddelen nodig omdat er geen insecten zijn in dat afgesloten kamertje. En de plantenbakken kunnen allemaal gestapeld worden, zolang er boven elke bak maar een lamp zit.

Daarnaast zijn de lampen minder heet dan de gangbare lampen en is het een stuk brandveiliger.

Het klinkt allemaal heel futuristisch, onwennig en… ja, het maakt me ook ontzettend nieuwsgierig. Al moet ik zeggen: met zo’n LED-lamp beleef je wel een stuk minder tuinier-plezier!

Ook nieuwsgierig geworden? Ik heb een aantal sites op een rijtje gezet.

Paprikaplant

Dit jaar voor het eerst: eigen paprikaplanten. Het is niet dat ik niet van paprika’s houd dat ik er nu pas mee begin. Nee, het probleem zit ‘m in het verzorgen van de plant. Een paprikaplant is nogal kritisch en dan met name qua temperatuur. Het liefst tussen de 20 en 25 graden. Tsja… daar is ons klimaat niet helemaal geschikt voor. In een kas is een heleboel meer mogelijk, maar die heb ik niet. Dan maar eens binnenshuis proberen.

Gelukkig zijn de meeste planten naar buiten tegen de tijd dat de paprikaplant groot wordt en is er weer genoeg ruimte in de vensterbank. Na het verpotten van de drie plantjes vroeg ik me af hoe ze het toch hebben volgehouden in dat kleine krappe potje waar ze eerst met zijn drieën in zaten. Ze zullen vast flink gaan groeien nu ze daarvoor de ruimte hebben.

Ik lees op verschillende sites dat met goed weer de planten best naar buiten kunnen. Helemaal in mijn ‘serre’ waar ’s middags de zon vol op staat, zou het binnen wel eens te warm kunnen worden. En dáár houden de planten dan óók weer niet van. Zoals ik al zei, ze zijn wel een beetje kritisch. Met mooi weer naar buiten, gelukkig heb ik er maar drie ;-).

De paprikaplant heeft geen bijen nodig om bestoven te worden, dat scheelt alvast. Toch kunnen er verschillende redenen zijn waarom de bloemetjes afvallen zonder dat er een vrucht komt. Vaak heeft dit te maken met dat de plant ‘druk is met iets anders’: meer dan genoeg vruchten, overleven bij te hoge of te lage temperaturen of last van teveel of te weinig water. Het is aan te raden om het eerste bloemetje te verwijderen, dat geeft uiteindelijk een grotere oogst.

Tot zover al mijn net verworven kennis.P_20150609_200654Ik ben niet de enige die het leuk vind om eens wat te proberen. Tijdens het zoeken naar meer informatie over het kweken van paprika’s kwam ik een site van een andere enthousiaste tuinder tegen. Wie nog niet uitgelezen is kan gerust nog even verder gaan op deze site: www.vrolijketuinier.nl/groenten_paprika

Verder heb ik ook nog informatie gehaald van de volgende sites:

www.plantaardig.com

www.tuinieren.nl

www.moestuintips.nl

 

Orchideetje

Mijn kleine orchidee is weer aan het bloeien. Een paar knoppen zijn afgevallen, ik denk dat de plant iets te droog is geweest of last heeft van de lage luchtvochtigheid.

O, ja… natuurlijk, ik ga even op onderzoek uit.

Gewoon even googelen op ‘orchidee kweken’ levert niet meteen de beste sites op. Ik zou als eerste de site van de Orchideeën Hoeve in Luttelgeest verwachten of anders een of andere orchideeën-expert maar nee… Dan zelf maar op zoek naar de site van de Orchideeën Hoeve. Want als je een hele tuin vol orchideeën kunt onderhouden en kweken dan zul je er toch wel verstand van moeten hebben. En laat mijn kleine orchDSCN9250-1idee daar ook nog eens vandaan komen.

Ik vind een beschrijving van de verzorging van precies mijn soort orchidee. Het gaat om de maanorchidee, genaamd phalaenopsis. En tadá, zelfs twéé mogelijke oorzaken voor het afvallen van bloemknoppen. De ene is: een lage luchtvochtigheid in huis tijdens de winter. De andere is: een te koude temperatuur in combinatie met teveel water.

Tsja… zou de plant nu tevéél of te weinig water hebben? De temperatuur in mijn kamer is niet zo hoog, de luchtvochtigheid is laag en water geven doe ik met enige regelmaat maar ik weet niet of het voor de orchidee de goede regelmaat is.

Als ik nog eens goed lees vermoed ik dat het probleem de luchtvochtigheid is. Ik citeer: ‘Dagelijks de allerkleinste knopjes besproeien voorkomt dat deze uitdrogen en niet tot bloei komen.’* Gezien het afvallen van een uitgedroogd ogend knopje klinkt dit wel als de oorzaak. Bij teveel water in combinatie met een lage temperatuur staat dat ook de wortels verslechteren. Nou, die zijn zo blakend van gezondheid dat ik me daar geen zorgen over maak. De wortels zijn zo mogelijk twee keer zo groot als het hele plantje.

Handig zo’n blog, zo kom je nog eens ergens en leer ik weer meer over mijn eigen plantjes.

Voor een ieder die ook eens wil weten of zijn/haar orchideeën goed verzorgd worden, neem even een kijkje op de site, de foto’s maken het je gemakkelijk om je soort te herkennen.

* www.orchideeenhoeve.nl/phalaenopsis-verzorging

 

N.B. Nog eens even goed kijkend op de site van de orchideeënhoeve vraag ik me af of ik geen dwaasheid zit te verkondigen. Ik pak de orchidee er eens bij en tuur geconcentreerd naar de vorm van de bloem om deze te vergelijken met de foto op de site. En dan voel ik toch wat nattigheid… Blijkbaar heeft de plant wel teveel water gekregen, wat er rijkelijk uitloopt als je de pot op de kop houdt…

Vanaf vandaag krijgt de plant het water via de lucht toegediend.

Aardpeer

Het is heerlijk om met anderen te babbelen over tuinieren. Vooral over moestuinieren. Om ideeën uit te wisselen, te genieten van elkaars enthousiasme en om elkaar aan te steken om nieuwe dingen te proberen.

Afgelopen weekend kreeg ik een aardpeer in handen gedrukt. ‘Gekocht bij een biologische winkel, in maart in de grond stoppen en je kunt de hele winter oogsten.’ Ik ben vaak wel in voor wat nieuws, de aardpeer ken ik qua uiterlijk nog van mijn werk bij De Moestuin maar gegeten heb ik het nog nooit. Verbouwd al helemaal nog niet. Dus voor ik deze aardpeer in de grond stop wil ik wel graag weten waar ik rekening mee moet houden. Helemaal omdat het een vaste plant blijkt te zijn. Waar ga ik deze poten?

Lang leve de zoekmachines op internet. ‘Aardpeer verbouwen’ levert een prachtig resultaat op met een website geheel gewijd aan: aardperen. Genaamd: deaardpeer.nl Hoe kan het ook anders. De details kunnen jullie daar lezen. Ik herhaal alleen wat ik interessant vind 😉

De plant van de aardpeer kan wel zo’n 2,5 meter hoog worden (och heden, ik herinner mij zonnebloemen van die lengte die mijn struiken bedreigden tijdens storm…) en het is dan ook niet verwonderlijk dat het familie is van de zonnebloemen. Een andere naam voor de aardpeer is topinamboer, wat me ergens wel bekend in de oren klinkt. Wie weet staat er in mijn oude moestuinboeken wel wat over te lezen onder deze naam. Aangezien de aardpeer tegen vorst kan is het gevaar dat het gaat woekeren. Elk achtergebleven knolletje groeit in het voorjaar weer uit tot een nieuwe plant. Aangezien ik bij het aardappels rooien al regelmatig een knolletje vergeet zal dat hier niet anders gaan. Goed nadenken dus waar ik het ga poten.

En zo heb ik straks weer iets wat ik in de winter kan oogsten. Nog even en ik ben ook in de winter ‘druk’ met de tuin… 😉

 

Gebruikte sites:

Verse kruiden

DSCN1433

DSCN1444

Verse kruiden, het staat natuurlijk prachtig in de keuken (of op het balkon), het klinkDSCN1446t lekker en is ook nog eens hip. Maar dan het gebruik van verse kruiden. Verse kruiden gedragen zich niet altijd hetzelfde als gedroogde kruiden. En welke kruiden zijn nu precies voor welke gerechten? Moeten ze lang meekoken of juist niet?

Gister was ik op zoek naar deze antwoorden en kwam ik een hele handige site tegen. DSCN1445Een heleboel soorten kruiden op een rij, inclusief herkomst, DSCN1440verzorging, gebruik en hoe te bewaren. Voor een ieder die graag eens wat (meer) met verse kruiden wil werken: http://www.mijnreceptenboek.nl/ingredienten/kruiden/

Om het gebruik nog makkelijker te maken heb ik de samenvatting voor gebruik op de potjes voor de kruiden geschilderd. Naam, wel/niet of kort verhitten, gebruik bij vis/vlees/salade/saus/soep/thee, 1-jarig, 2-jarig of vaste plant, wel of niet vorstbestendig. Zo heb je niet alleen de gebruiksaanwijzing altijd bij de hand, maar ook nog eens vrolijke potjes in de vensterbank staan.

De kruidenpotjes die jullie hier zien zijn:

  • DSCN1441Basilicum: niet verwarmen, geschikt voor vis, vlees, soep, salade en sauzen. 1-jarig.
  • Peterselie: kort verwarmen, geschikt voor vis, vlees, sauzen en soep. 2-jarig, niet vorstbestendig.
  • Citroengras: kort verwarmen, geschikt voor vis, vlees en thee. Vaste plant, niet vorstbestendig.
  • Dille: kort verwarmen, geschikt voor vis, vlees, salade en sauzen, 1-jarig.
  • Rozemarijn: verwarmen, geschikt voor vlees, soep en thee. Vaste plant, niet vorstbestendig.

Ook leuk om iemand cadeau te geven, met plantjes of zaden.

Rups?

rups_rsLaatst ontdekte ik op mijn puntwederik een heel stel prachtige grijsblauwe rupsen. Tenminste, ja, als ik zo’n diertje als hiernaast zie dan denk ik dat het een rups is. Gezien de kleur vroeg ik me af of het de rups van het icarusblauwtje is, die heeft ook zo’n blauwe kleur. Op internet maar op zoek.

Zoals wel vaker kom ik dan al snel terecht op vlindernet.nl Op deze site staat een rupsenzoeksytseem en zo ben ik wel eens vaker op zoek naar de vlinder die uit die prachtige rups moet komen.

En dan kom ik er weer eens achter dat ‘blauwgrijze rups’ niet in te voeren is. Vraag 1 is: is het wel een rups? Ja natuurlijk is het een rups, dat ziet toch iedereen? Hmmm… Na een lange zoektocht denk ik dat ik kan zeggen dat het toch geen rups is.

Even wat theorie (dankzij vlindernet): Of een rups een rups is hangt af van zijn poten. Een echte rups heeft 3 paar borstpoten en een aantal schijnpoten. (Kijk voor een duidelijke tekening hier). Er zijn verschillende larven van insecten die erg op rupsen lijken. Een belangrijke voorbeeld is de bladwesplarve. Deze larve heeft na de drie paar borstpoten slechts één segment zonder poten terwijl de rups na de drie paar borstpoten twéé segmenten zonder poten heeft.  Aangezien ik doorgaans vooral let op de kleur en eventuele tekening is het thuis achterhalen óf het wel een rups is, al behoorlijk lastig. Ik geloof dat ik bij de volgende ‘rups’ die ik tegenkom toch eens even goed ga kijken naar die segmenten. Ik ben benieuwd of ik al leek zoiets kan zien of dat het eruit ziet als een en al pootjes.

Nog twee kenmerken die helpen te bepalen of het om een rups of een bladwesplarve gaat: Bij de bladwesplarve zijn de afzonderlijke segmenten moeilijk te zien en het lijf is vaak erg geribbeld. Daarnaast is de kop meestal zwart, rond en uitstekend van het lijf. Echter zijn er ook rupsen met een zwart, uitstekende kop.

Al met al valt het dus nog niet mee om een rups een rups te noemen. Aan de hand van deze foto kan ik niet goed zien of het hier om een rups dan wel om een bladwesplarve gaat. Echter gezien mijn tevergeefse zoektocht in het rupsenzoeksysteem vermoed ik dat het niet om een rups gaat. Naast de bladwesplarve zou het ook nog een larve van kevers, vliegen of muggen kunnen zijn. Duidelijk is in ieder geval dat ik wat beter moet kijken voor ik een rups een rups noem.

Knolvoet

Tuinprobleem: Knolvoet

Omschrijving: Knolvoet is een vervelende, besmettelijke ziekte die de wortels van de koolplanten aantast. Je kunt de aantasting goed zien als je de wortels uit de grond trekt: er zitten wratten op de wortels. Het tast de wortels van de plant aan waardoor de plant moeite krijgt met het opnemen van water en voedingsstoffen. De plant groeit minder hard en de bladeren gaan, met name bij warm weer, slap hangen. De kleur van de bladeren wordt loodachtig. (Inmiddels heb ik een foto van knolvoet. Kijk voor meer duidelijk foto’s even op: http://www.tuinadvies.nl/groente_knolvoet.htm)

Oorzaak: Deze wratten worden veroorzaakt door een schimmel, de slijmzwam (Plasmodiophora brassicae). De schimmel houdt van ietwat zure grond en vermenigvuldigt zich het beste bij nat weer en temperaturen >12 graden.

Voorkomen/Bestrijden: Bij knolvoet is voorkomen stérk aan te raden boven genezen. Als de schimmel eenmaal in de grond zit duurt het jaren voordat deze er weer uit is. In ieder geval kun je de eerste 6-8 jaar daar geen kruisbloemigen meer telen. Onder de kruisbloemigen vallen niet alleen de kolen maar ook radijsjes en raapstelen.

Een goede remedie tegen knolvoet is om aan wisselteelt te doen; elk jaar de kolen op een andere plek, waardoor ze slecht 1x in de 3 à 4 jaar op dezelfde plaats geteeld worden.

Wat ook goed helpt is het gebruik van kalk: zo’n 4 kg kalk per 10 vierkante meter. De schimmel houdt namelijk van ietwat zure grond, met de kalk wordt de pH verhoogd (en krijg je dus minder zure grond).

Is de grond eenmaal besmet, let er dan op dat je deze ziekte dan niet verder in je tuin verspreid door het lopen over de grond en het mee te nemen aan je schoeisel. Het uitwisselen van planten met andere tuinders is leuk, maar heeft ook het risico dat je zo een ziekte in je tuin krijgt. (of meegeeft aan de ander) Zelf opkweken heeft in dit geval de voorkeur.

Uiteraard zijn er ook chemische middelen die gebruikt kunnen worden voor de bestrijding van deze schimmel, maar die hebben niet mijn voorkeur.

 

Bronnen:

Het grote Moestuinboek; Hans van den Bosch

www.tuinadvies.nl

 

Nogmaals yacon

yaconNu ik een yacon heb wil ik wel graag weten wat ik er precies mee aan moet. Want het enige wat ik weet is dat ik de knol kan eten, maar wanneer? En was de plant nu meerjarig of éénjarig? Ik meende dat ik heb gelezen van meerjarig, maar als ze op mijn werk opnieuw opgekweekt worden dan klinkt dat niet heel logisch. En als je de knol opeet zal er verder ook niet zoveel overblijven toch?

Dus, op zoek naar informatie. Het eerste leerde ik al bij het verpotten van de plant. Ik had twee bakjes meegenomen en in één bakje zaten drie plantjes. Deze wilde ik uit elkaar halen maar toen ontdekte ik dat er een knol in het potje zat waar alle drie de plantjes uit gegroeid waren. Mijn eerste test bestond uit ‘kijken of de plant het overleefd als ik deze knol doormidden deel’. Het resultaat laat nog even op zich wachten.

Permacultuur Nederland geeft nuttige informatie over de yacon. De yacon maakt twee soorten knollen aan, een kleine (broed)knol en een grote knol waar het de energie in opslaat. De broedknol kun je het jaar erna weer planten. De plant (en knollen) vriezen in de winter dood, maar als je de knol tijdig uit de grond haalt en het jaar erna weer in de grond stopt groeit er weer een plant uit.

De knol kun je zowel rauw (salade of fruit) als bereid eten (roerbakken/frituren/koken). Van de bladeren kun je thee zetten en de stengel kun je eten als selderij. Daarnaast wordt er ook wel siroop van gemaakt (wat in de winkels duur verkocht wordt: wie wil er nog een handeltje beginnen? ;-)) gezien zijn zoete smaak met weinig caloriën. Wat ik ook een aantal keren tegenkwam is dat de nuttige toepassing voor diabetici door de inuline die erin zit.

De plant staat bij mij nu nog in pot maar gezien de plant wel 1-1,5 meter kan worden zal ik ‘m op den duur wel naar de tuin moeten verhuizen. Wat de opbrengst betreft: dit kan oplopen tot 10 (ik las zelfs ergens 20) kg per plant. Het lijkt me dat ik wel genoeg heb aan deze twee.

 

www.permacultuurnederland.org

www.horecaverswinkel.nl

www.yacon-gezond.nl

Lantaarntje

Ik kreeg zonet hoog bezoek op mijn balkon. Een libelle kwam mij daarmee vereren. Toen het even neerstreek op een plant heb ik het eens goed bestudeerd. En daarna ben ik op mijn tenen naar binnen gelopen om mijn camera te pakken, bang dat ik het zou afschrikken. Maar gelukkig, het zat er nog toen ik terugkwam en het schrok niet eens van mijn macro lens die heel dichtbij kwam.

Het probeerde wanhopig om door mijn raam te vliegen maar dat lukte natuurlijk niet. Met de witte raamkozijnen als achtergrond kon ik echter wel een nog duidelijkere foto maken. Ik had al even in mijn vlinderboek* zitten kijken wat voor libelle het zou zijn maar door de korte omschrijving bleven er nog twee opties over, een heldere foto leek me dan wel handig voor een verdere zoektocht.

Dankzij libellennet was het toen niet zo moeilijk meer, het blijkt een Lantaarntje te zijn. Bijzonder dat deze dan helemaal op mijn balkon is belandt want zoals alle libbellen verblijft het doorgaans bij water en momenteel is er zelfs in mijn regenmeter geen water te vinden.

Libelle lantaarntje

libelle lantaarntje

 

 

 

 

 

 

 

* ‘Vlinders in de tuin’ van de Vlinderstichting, geschreven door I van Halder, L. ten Hallers en T. Pavlicek