Amaryllisbol III

amaryllisDe zes weken waarin mijn Amaryllisbol moest drogen zijn inmiddels verstreken. Waarschijnlijk zijn het er al acht, maar dat geeft niet. Het werd tijd om de bol van zolder te halen en in de aarde te stoppen.

De bol hoeft pas water als de plant blad gaat aanmaken. Desondanks wilde ik mijn gevoel toch ook wat aandacht geven en gaf ik het bij het planten toch wat  druppen. Een plant heeft toch water nodig om te groeien? Hoe weet het anders dat het moet gaan beginnen? Het zal de temperatuur zijn, net als bij narcissen. In de woonkamer is het tenslotte een stuk aangenamer voor de bol dan op de koude zolder.

Voor wie een Amaryllisbol komend jaar (weer) wil overhouden is het aan te raden om de wortels in te korten. Nu had ik dit al gedaan voor het drogen dus ik was snel klaar. Het enige wat ik nu nog kan doen, naast het wachten, is een stokje opzoeken en een knijper. Leuk om straks te zien hoe hard de plant per dag groeit.

Kiemzaden (k)weken

kiemzaden wekenNogmaals een blogstukje over mijn vrijwilligerswerk. Het is tenslotte reuze interessant, zo’n kweekkast. En de kiemzaden kun je ook zonder kweekkast kweken. Tenslotte zorgt de kast enkel voor ideale omstandigheden en gebruiksgemak.

Velen zijn vast wel bekend met tuinkers. Zaden die je laat kiemen op een nat stuk keukenrol en die je na een week op je boterham kunt doen. Maar er zijn nog veel meer zaden die je als kiemplantje kunt eten. Zo schreef ik gister al over taugé, alfalfa en zonnebloempitten. Deze drie soorten kiemzaden vragen iets meer aandacht maar zijn net zo goed prima zonder kweekkast te kweken. De zaden moeten 8-12 uur geweekt worden in warm water. Vervolgens giet je het water af, spoel je de zaden schoon en laat je de zaden nog eens uitlekken.

Doe de zaden in een bakje (bijvoorbeeld een (jam)potje)) en spoel ze drie maal daags met water. Laat de zaden goed uitlekken om schimmel te voorkomen. De zaden kiemen bij kamertemperatuur. Taugé en zonnebloempitten groeien in het donker, alfalfa en tuinkers in het licht.

Op de foto van links naar rechts: zonnebloempitten, taugé en alfalfa.

Ontkiemde zaden

Na twee weken groeiende nieuwsgierigheid kon ik eindelijk het resultaat bekijken in de kweekkast. Was de oogst werkelijk zo mooi als werd beloofd? Waren we nog dingen vergeten? En stonden de instellingen van de kast juist op elkaar afgestemd?

Ziehier wat foto’s van de eerste kweekbakjes. De radijszaden (niet op de foto’s) waren prachtig. Vrijwel alles was ontkiemd en de kiemzaden hadden mooie donkergroene kiemblaadjes ontwikkeld. Klaar om geoogst te worden. Ook de tuinkers kon alweer geoogst worden. Links op de foto zien jullie alfalfa. We concludeerden dat teveel zaadjes op de kweekmatjes resulteert in slechte kieming.

Een andere conclusie die we trokken was omtrent de taugé. Want die groeide prachtig, maar wel met groene blaadjes. Eh… taugé is toch wit? Een witte kleur komt doorgaans omdat de groente in het donker gekweekt wordt. En ja hoor, toen we het nakeken bleken zowel de taugé als de zonnebloemzaden in het donker te moeten kiemen. Hmmm… Heb je  zo’n prachtige kast met led-verlichting en dan moet er een doek overheen tegen het licht. Dat is jammer.

Maar goed, alles is nog nieuw en we moeten nog veel leren. Misschien zijn andere kiemzaden dan wel leuker om te kiezen. En binnenkort zullen we er zeker weer nieuwe moeten uitkiezen want ó, wat gaat een ‘gewoon’ zakje kiemzaden snel leeg! Tijd om op zoek te gaan naar een groothandel.

 

Pompoentaart

Na een treinreis met zo nu en dan een heerlijke vleug ‘verse taart’ door de coupé was ik erg benieuwd naar de smaak van de pompoentaart. Ik moest echter nóg even geduld hebben. In het recept stond dat ik de taart moest behandelen als een cheesecake. Nadat de taart voldoende afgekoeld was moest deze nog 4 uur in de koelkast staan. Daarna lag ik volgens mij inmiddels in bed.

De volgende dag kon ik dan eindelijk mijn nieuwsgierigheid bevredigen. Met zijn drieën gingen we het resultaat beoordelen.

De foto bij het recept toonde een knaloranje taart. Echter, als ik ‘2 theelepels speculaaskruiden’ in het recept zie staan, dan neem ik natuurlijk twee zeer royale theelepels. Net als kaneel kan een taart niet teveel speculaaskruiden bevatten is mijn mening. Waarschijnlijk kwam het resultaat dichter bij 4 theelepels dan bij twee. Met tot gevolg: een bruine taart in plaats van oranje.

De meningen over de smaak waren verdeeld. Ten eerste moet je wel een beetje van cheesecake houden. Hoewel de smaak kruidiger is, blijft het een vochtige, lobbige taart vergelijkbaar met cheesecake. Niet iedereen vindt dat lekker.

Ten tweede kun je er beter niet bij vertellen dat het pompoentaart is. Sommige mensen hebben dan al bij voorbaat de neiging om af te haken. En dat terwijl ik de pompoen niet heb geproefd. Ik proefde vooral speculaaskruiden en dat beviel me wel 🙂 Ik vind het recept zo gek nog niet, al denk ik wel dat het snel gaat vervelen. Ik geef het een 6,5.

O, ik bedenk me opeens dat ik alles van het recept door twee heb gedeeld. Behalve de speculaaskruiden. En dan een royale hoeveelheid erin gooien… Misschien had ik de taart beter ‘speculaastaart’ kunnen noemen.

Week van de pompoen

Van die grote pompoenen die ik heb gekweekt kun je héél wat maken. Enig nadeel is dat het vrij snel achter elkaar gemaakt moet worden. Is de pompoen eenmaal aangesneden dan is deze nog maar beperkt houdbaar. Dus was ik deze week actief in de weer om de pompoen te verwerken. Na twee flinke pannen soep werd het tijd voor wat variatie. Taart! Andere jaren heb ik ook wel eens pompoentaart gemaakt, met wisselend succes. De kunst is om de taart geen weeïge smaak te laten krijgen want dan is de interesse in pompoentaart snel verloren.

Vandaag probeerde ik een nieuw recept. Het stond in de krant maar komt oorspronkelijk uit ‘Lekker Miljuschka’. De taart schijnt wat te hebben van een cheesecake.

Eigenlijk had ik weinig tijd om te bakken maar ik wilde dit nieuwe recept graag eens uitproberen. De pompoen is nu tenslotte aangesneden. Bovendien kan ik dit weekend de taart met anderen opeten, dat vind ik veel leuker dan alleen. Het resultaat was dat de taart in een kwartier (buiten) moest afkoelen en ik vervolgens een hele trein lekker heb zitten maken.

Nu hopen dat de taart ook zo lekker is als dat ‘ie ruikt!

Plant met een luchtje

In december kreeg ik een hyacint cadeau. Een net uitkomende bol, leuk om het voorjaar alvast mee in huis te halen. Ik houd van bloembollen. Zonder dat je het kunt zien zit een bol boordevol voeding en groeit het vanzelf uit tot een bloeiende plant. Het wacht alleen nog op de juiste temperatuur om te kunnen beginnen. En zo kun je voorjaarsbollen een beetje voor de gek houden en jezelf alvast een voorproefje geven op de lente.

Deze hyacintenbol heeft me echter nóg een voorproefje gegeven. Of het nu aan mijn flinke verkoudheid lag of dat de plant al vóór de bloei een luchtje verspreidt, ik weet het niet. Wel weet ik dat ik sinds de komst van de hyacint spontaan veel moest niezen. En dat hyacinten bij nogal wat mensen voor allergie zorgen.

Sindsdien staat de pot buiten. Nog geen voorjaar in huis. Wél veel langer plezier van de bol, al is het dan vanachter glas.

Muskaatpompoensoep

Vandaag ben ik maar eens begonnen met het aansnijden van een muskaatpompoen. Al enkele maanden liggen er drie te rijpen in de slaapkamer. Erg veel verkleuren ze niet, maar misschien gebeurt er vanbinnen wel iets. Ik weet inmiddels uit ervaring dat de muskaatpompoen ook prima gegeten kan worden als de schil nog grotendeels groen is. Voor de mooie oranje soep haal ik de groene schil er wel af. In tegenstelling tot de meeste pompoenen, is deze soort gemakkelijk te schillen. De schil gaat er net zo gemakkelijk af als bij een appel. De pompoen is relatief zacht en gemakkelijk te snijden.

Terwijl ik dit stukje typ ploppen achter mij de potjes door het vacuüm trekken van de deksels. Ik heb al enkele keren geprobeerd om soep in te maken. Het is niet zolang houdbaar als jam in potjes, maar enkele maanden redden ze wel. Ideaal. Zo hoef ik de soep niet in te vriezen én ik hoef er niet tijdig aan te denken om de soep weer úit de vriezer te halen. En wie weet kan ik nog wat mensen interesseren voor zelfgemaakte pompoensoep tegen een zacht prijsje. Zo verdiend het zaad zichzelf weer terug.

Vijgenboom II – snoeien

Vandaag een stukje over het snoeien van een vijgenboom. De beste tijd om de vijgenboom te snoeien is in november tot februari, tijdens de rustperiode van de boom. Bij het snoeien scheidt de boom melksap (wit) uit, dit kan irriterend zijn voor de huid.

Snoei dode en zieke takken terug tot op één knop, net als de takken die geen vrucht dragen. Verder kun je kijken naar kruisende takken, deze belemmeren elkaar namelijk in de groei. Zorg ervoor dat de boom ‘luchtig’ is. De ruimte tussen de takken zorgt ervoor dat het licht goed bij de bladeren kan komen.

Waar je verder nog op moet letten:

  • Veel snoeien zorgt ervoor dat de boom veel nieuwe scheuten zal aanmaken. Deze zijn kwetsbaar in de volgende winter. Vind je de boom toch te groot worden dan kun je er ook voor kiezen om de wortels af te steken. Neem vanaf de stam een halve tot één meter afstand en steek daar de wortels met een spade door. Deze klus kun je ook in de zomermaanden uitvoeren.
  • De boom draagt vrucht op het hout van dat jaar. Knip dus niet de jonge, uitgerijpte toppen met aankomende vruchtjes erop weg.

Dit is in het kort hoe je de vijgenboom kunt snoeien. Op de site wikihow.com is heel uitgebreid uitgelegd hoe je te werk kunt gaan en waar je op moet letten. Wil je extra informatie neem dan vooral daar even een kijkje, de link staat hieronder.

Dan is er ook nog de vraag of je een vijgenboom kunt stekken. En ja, dat blijkt te kunnen! Er zijn verschillende methodes voor. Ik heb er geen ervaring mee en verwijs de liefhebbers graag door naar de volgende site: www.vijg.nl


Gebruikte websites voor het maken van dit blogstukje:

Kweekkast met led-verlichting installeren

Vandaag mocht ik vol enthousiasme samen met drie andere “tuinmannen” bij mijn vrijwilligerswerk een gloednieuwe kweekkast installeren. Vorig jaar werd er al eens over nagedacht om een kast met led-verlichting te gaan maken. (zie: tuinieren met een LED-lamp) Maar alles was nog best nieuw en hoe het allemaal werkte werd ons nog niet helemaal duidelijk. Met tot gevolg dat het bleef een beetje liggen.

Enkele weken geleden werd ik echter blij verrast met het nieuws dat er een heuse kweekkast was aangeschaft en dat deze in januari geleverd zou worden. Vandaag was het zover.

Onze complete tuinploeg (met z’n vieren) is de hele ochtend zoet geweest met het installeren van deze kast. Het aansluiten en instellen van alle onderdelen was niet erg moeilijk, een kwestie van goed lezen. Het was ontzettend leuk om te doen en om de haverklap kwam iemand kijken wat voor nieuw apparaat de tuinafdeling had staan.

kweekkast led-verlichtingOp de foto zien jullie de kast, het paarse licht van de led-lampen is al aan. Onderin staat een bak met water. In de bak zitten twee pompen, eentje om het water te laten circuleren en eentje om het water door de slangen omhoog te pompen. De vier plateau’s in de kast zijn aangesloten op deze pomp. Het is de bedoeling dat er 3x per dag een soort eb en vloed wordt nagebootst. De plateau’s komen even onder water te staan en vervolgens loopt het water weer terug in de bak. Bovenin de kast zitten twee tijdsklokken: de ene is om de pomp 3x per dag aan te laten gaan, de andere is om de led-verlichting 16-20 uur per dag aan te laten staan. Verder zit er in de kast nog een ventilatiesysteem.

Op de plateau’s komen bakjes te staan met een kweekmatje erin. Het kweekmatje maak je wat vochtig en bedek je vervolgens met zaden van kiemgroenten. Na een week zijn de kiemgroenten (bijvoorbeeld taugé) klaar om geoogst te worden. kiemgroenten kweekkast ledverlichtingEen week is natuurlijk heerlijk snel, al had ik vandaag graag meteen het resultaat al willen zien! 😉

Rechts op de foto een bakje met kweekmatje, de bodem mag helemaal bedekt worden met zaden maar meer hadden we nog even niet.


Deze kast is besteld bij www.g-tools.nl

Verplanten

Naast het oogsten van groente is er in de winter nog veel meer te doen in de tuin. Echter, de natte, zompige kleigrond weerhoudt mij er wel eens van. Op de een of andere manier kan ik nogal chagrijnig worden van die zompige klei die me elke stap een centimeter doet groeien. Het is niet voor niets dat ik tegelpaden heb aangelegd in mijn tuin en probeer om vanaf die paden alles te kunnen bereiken. Alleen blijft de klei niet altijd netjes buiten de paden en ik niet óp de paden. Maar goed, in de winter mis ik mijn tuin ook nogal eens en dat blijkt dan weer tegen de zompigheid op te wegen.

Vorige week begon ik vol goede moed aan een klus die ik al enige tijd op de planning had staan. Het verplaatsen van de Japanse wijnbes. De oude struik had ik al verwijderd, de nieuwe stekjes moesten alleen nog even een beter plekje krijgen. In de loop der jaren is mijn tuin een wirwar van planten geworden, het overzicht is soms ver te zoeken. Tijd voor wat meer structuur!

De palen in mijn tuin die ik eens heb geplaatst om mijn frambozen en braamstruik in het gareel te houden bevallen goed. Een uitstekend idee om die ook te gaan gebruiken bij de Japanse wijnbes. En als ze dan tóch verplaatst moeten worden, waarom maak ik dan geen ‘fruithoek’? Is er ook meteen wat meer orde. Zo gezegd, zo gedaan. Inmiddels staan er wat kleine stekjes op rij bij de palen. De volgende taak is om de waslijn strak aan de palen te bevestigen zodat de takken eraan vastgemaakt kunnen worden. Ook een uitstekende klus voor in de winter. En de zompige klei? Die viel me dit keer alles mee.