Nieuwe voorraad

Hoewel ik doorgaans vrijwel al mijn plantjes zelf opkweek heb ik dit jaar verschillende plantjes gekocht. Zo heb ik laatst (weer) wat andijvie- en slaplantjes aangeschaft. Het voordeel is dat de plantjes minder kwetsbaar zijn en al enig formaat hebben. Doorgaans slaan ze goed aan en beginnen ze vlot aan een groeispurt. Het nadeel is dat je ze per 4 tegelijk koopt en ze allemaal precies even groot zijn. Over enige tijd heb ik dus precies 4 fikse andijviekroppen die geoogst willen worden. En dat is dan weer jammer. Want ik houd vooral van stamppot rauwe andijvie, en daar gaat niet zoveel andijvie in. Laat staan dat er vier kroppen binnen twee weken doorheen gaan.

Maar goed, er is wel wat te doen aan dit luxeprobleem. Zo spreid ik de oogst doordat ik de eerste krop oogst als deze nog relatief klein is.

Verder heb ik dit keer maar twee van de vier plantjes meteen in de tuin gezet. De andere twee staan nog op het balkon. Door de beperkte grond die de balkonplantjes hebben zullen ze op den duur niet verder groeien. Overigens doen de plantjes op het balkon het tot nu toe beter dan de plantjes in de tuin.

Verder vallen er wel eens wat plantjes ten prooi aan slakken, mollengangen, luizen, extreme weersomstandigheden of wat dan ook. Zo is het eerste andijvieplantje in de tuin alweer dood.

En mocht er dan aan het eind nog steeds teveel andijvie overblijven dan zijn er gelukkig altijd vrienden of familieleden die wel willen delen in de oogst om te voorkomen dat er mooie groente wordt weggegooid.

Groenbemesters

Er komen steeds meer lege plekken in de tuin. Er zijn nog wel wat groenten te telen maar eigenlijk vind ik het voor dit jaar wel even goed zo. Om de aarde niet helemaal kaal te laten zaai ik groenbemesters in.

De phacelia heeft zichzelf al (zeer) rijkelijk uitgezaaid en zorgt voor een mooi groen tapijtje rondom de tegels. Op de plek van de kapucijners heb ik winterrogge en komkommerkruid gezaaid. Gezien de hongerige vogels die altijd in de buurt van de tuinen lijken te ‘hangen’ heb ik er maar een net op gelegd. Ik kan zien dat het onkruid eronder al begint op te komen. Nu de groenbemesters nog.

Nog meer tomaten verwerken

Terwijl de ingrediënten voor de pastasaus in de oven stond (zie blogstukje Pastasaus maken II) ging ik met de rest van de tomaten aan slag. Ik ben dol op tomatensoep, vooral op tomatensoep met tomaten uit eigen tuin. De vele tomaten die nog bleven liggen gingen de soep in, net als wat uien, een halve courgette, wat wortels en knoflook. Na het op smaak maken en pureren, liet ik er nog stukjes spaghetti in koken als vermicelli. De hete tomatensoep deed ik in schone glazen potjes. Soep is minder lang houdbaar dan bijvoorbeeld jam. Maar omdat ik regelmatig soep eet, kan het prima en scheelt het zo een heel stuk in de vriezer. Inmiddels zijn de eerste vier potjes (van de negen) alweer leeg.

 

Pastasaus maken II

zelf pastasaus makenDe berg tomaten groeide en groeide maar. Prachtige rode, sappige, rijpe tomaten. Het werd hoog tijd om er eens iets meer mee te doen dan het tussendoor op te snoepen of in de macaroni te gooien. Dus ging ik een hele middag aan de slag om zelf pastasaus te maken en tomatensoep.

Deel 1 was het maken van pastasaus. Van mem hoorde ik dat je zoiets heel gemakkelijk in de oven kunt maken. Met haar tips nog in mijn achterhoofd sloeg ik aan het uitproberen. Ik was tevreden over het resultaat én het gemak, vandaar hier het recept.

Verwarm de oven voor op 200 graden. Vet een ovenschaal/plaat in met olie. Ik had een plaat én een ovenschaal.

Snijd de tomaten in grove stukken en verspreid ze over de ovenschaal. Vervolgens kun nog van alles toevoegen. Bijvoorbeeld wat uien (in achtsten), courgette (grove stukken) en gepelde knoflookteentjes. Verder strooide ik er nog gebroken rozemarijn en royaal peper en zout over de groenten.

zelf pastasaus makenDe plaat vol groenten moeten 60 minuten in de oven op 200 graden. Dit lijkt heel erg veel en ik was ook benieuwd of alles er niet zwart uit zou komen. Dat viel alles mee. Ik had de plaat niet helemaal goed ingevet en dat zorgde voor wat zwarte randjes, verder zag het er prima uit.

In een kopje kokendheet water heb ik een bouillonblokje en wat laurierblaadjes laten trekken. Verder nog wat verse tijm en peterselie uit de eigen kruidenbak. (Handig om te trekken in een thee-ei.) Vervolgens gooide ik de groenten en het kruidenwater in een grote pan. Ik heb het nog even laten koken en er toch nog maar wat vleestomaten bij gedaan (ik vond het geheel wel wat weinig en had nog steeds tomaten over). Vervolgens heb ik alles met de staafmixer tot een gladde pap gemaakt.

En klaar was de pastasaus!

Ik moet zeggen dat ik deze methode wel erg makkelijk vind. Het is relatief weinig werk. Het nadeel is dat de oven nogal snel vol is en er nog wel een extra ovenplaat bij had gemogen. Maar dat hangt er vanaf hoeveel saus je wilt maken.

zelf pastasaus maken

Snijbiet snijden

De snijbiet doet het ontzettend goed. Nu had ik wel wat royaal gezaaid (het zakje met de witte moest op en ik wilde ook nog graag wat gekleurde snijbiet) maar het groeit ook als een tierelier. Aangezien mijn poging om er zoetzuur van te maken de eerste keer nog niet zo’n smakelijk resultaat gaf, heb ik nog weinig ideeën om de snijbiet in te maken. We eten vooral de kleine blaadjes, als sla. Voor de grote bladeren en de dikke stengels hebben we al verschillende recepten uitgeprobeerd, met wisselend succes. Tot nu toe hebben we nog niet echt een geweldig recept ontdekt. En daarom groeit de snijbiet rustig verder.

Ondertussen maak ik me druk om de vele courgettes en de massa’s tomaten. De boontjes worden trouw geplukt en gegeten (of ingevroren) en de wortels en bieten verdwijnen ook steeds meer uit de tuin. Handig om dan een groente te hebben die je kunt oogsten wanneer je maar wilt en weer kunt laten aangroeien als je nog wat nodig hebt. En zo groeit de snijbiet maar door en door.

Vrienden proberen ook wat snijbiet uit. Ik zet de groente weer eens op de kooklijst en zo is er weer een snijbietplantje opgegeten. Nog maar 43 te gaan. De eerste plantjes beginnen te bloeien. O, wat moet ik toch met deze groente, die zo stevig doorgroeit en waar ik de inspiratie voor mis?

Ik heb de boel afgeknipt. Niet alles, maar de eerste rij. Zo kunnen er weer frisse kleine blaadjes groeien voor de sla. De berg afgesneden snijbiet vult een heel vak in de tuin. O, wat is dat toch, dat ik die zorgvuldig verzorgde snijbiet maar gewoon op de tuin gooi?

Overvloed. Grote overvloed van een nog te onbekende groente. O, en ik moet bekennen: ik ben altijd al beter geweest in het verzorgen van plantjes dan in het uitproberen van nieuwe recepten. Ik vind het verzorgen ook echt veel leuker dan het verwerken van de groente. Dus neem het me maar niet al te kwalijk dat ik dit jaar lekker heb genoten van het verzorgen van de frisse snijbiet en er daarna compost voor de tuin van maak.

Snijbloemen

Tussen alle soorten groente en fruitstruiken maak ik graag wat ruimte voor bloemen en planten. Een deel daarvan is éénjarig. Eénjarige planten zijn misschien meer werk maar zeker ook de moeite waard. Ze bloeien doorgaans erg uitbundig, al het moois laten ze zien in dat ene seizoen.

Mijn favoriete éénjarige is de Zinnia. Al jaren zaai ik daarvan wat in het voorjaar. Het is elk jaar weer een verrassing welke kleuren ik heb, aan het zaadje is het namelijk niet te zien. Dit jaar zijn het vooral gele en er zit één felroze bij. Het ziet er vrolijk uit. En door ze zo mee te nemen in de geleegde bokashi-emmer worden ze onderweg naar huis ook nog beschermd tegen knakken. 

Pruimenmot

Dit jaar heb ik eindelijk een mooie pruimenoogst mogen plukken. Waar er vorig jaar eindelijk meer dan één pruim verscheen, namelijk twee, had ik dit jaar een stuk of twintig pruimen. Hoera! En dat terwijl de pruimenboom afgelopen herfst verhuisd moest worden. Dat is dus prima gegaan.

Opvallend is dat de, overigens prachtige, pruimen vrijwel allemaal precies één rupsje bevatten. Een zachtroze, klein beestje van zo’n 1,5 cm lang. Waar ik eerst nog uitging van een ‘pechpruim’ ben ik er inmiddels achter dat het geen uitzondering is. Om precies te zijn had ik één pruim waar geen beestje in zat, waarna ik prompt een pruim had met twee rupsjes. Ik heb het even opgezocht en het blijkt te gaan om de rups van de pruimenmot. Deze mot legt de eitjes bewust, één per pruim. Vandaar dat het zo netjes uitkomt. Waarschijnlijk is de mot een keer de draad kwijt geraakt.

We kunnen de pruimen nog wel eten al is het wel veel werk om de vieze plekjes eruit te snijden. Maar ja, de ‘royale’ oogst van 20 pruimen is toch te klein om kritisch te zijn en te kostbaar om weg te gooien.

Die paarse kleur

Enige tijd geleden plaatste ik al een foto op de blog van de paarse bloemkool. Inmiddels zijn er al twee bloemkolen geoogst, bereid en opgegeten. Ik ontdekte al snel dat de felpaarse kleur helaas een stuk minder fel is als de bloemkool gekookt is. Het veranderd in zachtpaars. De kool smaakt vrijwel hetzelfde als gewone bloemkool, al lijkt het erop dat je deze paarse wat langer moet koken. Tot dusver allemaal leuk en aardig.

Toch wordt de paarse bloemkool in de gewone supermarkt doorgaans niet aangeboden. En ook in restaurants ben ik nog nooit de paarse variant tegengekomen. Ik begrijp inmiddels ook wel waarom niet. Als er na het koken nog maar een zacht paarse kleur over is en je maakt er ook nog een maaltijd van met een beetje een wittig sausje, is er weinig over van de vrolijke felpaarse bloemkool. Het lijkt het meer op blauw-paars. Het doet toch enigszins denken aan… tsja… beschimmeld eten. Waarschijnlijk zal de paarse bloemkool alleen door hobbyisten geteeld worden.

Overvloed

Bombonera

Het mooie weer is blijkbaar gunstig voor de groei van tomaten. De zogenaamde cherrytomaten zijn trostomaten geworden en inmiddels beginnen ze vlot te kleuren. Niet alleen de cherrytomaten, ook de vleestomaten en de echte trostomaten worden rood. Het zorgt voor een overvloed aan tomaten. Een grote overvloed. Een zeer grote overvloed. Ik neem tegenwoordig een emmer mee naar de tuin om de tomaten in mee terug te kunnen nemen. Al drie keer zat deze tot over de helft vol. En dan zaten de oranje cherrytomaatjes in een apart bakje.

De vleestomaten zijn prachtig, als ze tenminste niet beginnen te rotten. Sommige hebben al een rotte plek onderop nog vóór ze rood kleuren. Je zou denken aan een ziekte tomatenplant, maar de rotte plek zit bij alle tomaten op precies dezelfde plek. En het is alleen deze soort tomaat. Misschien kom ik er nog eens achter waar het aan ligt. Het is jammer, want de vleestomaten zijn ontzettend groot en heerlijk zacht. Gelukkig zijn er ook vleestomaten die prachtig gezond blijven, mooi rood worden en met smaak door ons verorberd worden.

Speciaal voor deze blog heb ik de vleestomaat even vastgelegd en gewogen. Ik kon het niet geloven maar deze tomaat weegt 570 gram!

 

 

 

Eindelijk maar toch

De kogeldistel in mijn bloembak bloeit! Het heeft lang geduurd en dat heeft een oorzaak. De kogeldistel was weer prachtig opgekomen in het voorjaar. Zo vlak voor ons trouwen bleek de plant vol te zitten met luizen. Ai… Het kwam er een keer van om de bladeren in te spuiten met groene zeep en verder… tsja… de plant moest zichzelf een beetje zien te redden. Maar zowaar, in zo’n gezellig appartementencomplex zijn er altijd wel mensen die een ander even willen helpen. Maar misschien niet helemaal op de manier die ik had gedacht.

Op een dag zag ik dat de plant uitgetrokken was en netjes op de bloembak lag. Ik snapte er niks van, waarom trok iemand zomaar planten uit mijn plantenbak?! Ik zag in elke buur een potentiële plantenhater. Zo kwamen ze alleen niet echt op mij over en na enige tijd moest ik concluderen dat er iemand behulpzaam het groot geworden onkruid eruit heeft getrokken. Tenslotte wil niemand een dikke distel in zijn bloembak hebben, nietwaar?

De plant was verloren dacht ik, maar dan kende ik mijn distel nog niet goed genoeg. Na enige tijd kwam er tussen de uitgebloeide duizendschoon weer een kogeldistel tevoorschijn. En inmiddels bloeit deze mooi paars.