Gehandicapt

Ivlinder uit coconk werd deze week weer blij verrast met het juiste moment. Ik keek in het bakje met cocons en ziedaar! Een vlindertje was net uit zijn cocon gekropen, nog verkreukeld en al maar wel hélemaal eruit. Even later ontdekte ik er nóg één, deze zat al op de rand van de bloempot haar vleugels te laten drogen, de ene vleugel nog niet helemaal gladgestreken.

Het lijkt vlinder uit cocon wel alsof vlinders er niet tegen kunnen als ze in dit prille stadium bekeken worden. De verkreukelde vlinder kwam niet verder dan kreukelige vleugels. Lopen ging nog net maar daar bleef het bij. Vanmorgen lag het op zijn rug.

De tweede vlinder kon bíjna vliegen, ware het niet dat haar andere vleugel kreukelig bleef. Nu fladderde ze wanhopig in het rond, zo nu en dan een eind naar beneden tuimelend, steeds rustiger tot ze in een hoekje kroop. Daar zit ze nog steeds. Of waarschijnlijk ligt ze daar, met de pootjes omhoog. Arme vlindertjes…

Herfstmaaltijd

Het is overduidelijk dat we weer een nieuw seizoen zijn ingegaan. Voor zover het nog niet duidelijk was 😉 Gekleurde bladeren aan de bomen of eronder, afstervende planten, kou… én pompoenen! Zojuist heb ik mijn eerste pompoen aangesneden. Er zat opeens een lelijke, rotte plek in en dan is het hoog tijd om ‘m op te eten.

Deze pompoen oogstte ik al vroeg, ik denk zo half augustus, het moment waarop de meeste tuinders net de eerste pompoenen aan hun planten zien komen. Aangezien ik had verwacht dat er groene pompoenen aan deze plant zouden komen en het een oranje was, was ik wel benieuwd naar de kleur van de pitten. Want waarschijnlijk heb ik het verkeerd onthouden 😉 De verschillen tussen de pitten zijn duidelijk: er zijn witte en dikke, lichtbruine pitten. Even teruglezen in mijn berichten laat mij zien dat ik me daarin vergist moet hebben. Uit de oranje pompoen van vandaag zijn namelijk geen witte maar de donkere pitten gekomen.

Terwijl ik dit blogbericht typ kookt een heerlijk herfststamppotje voor 4 avonden gaar. Aardappels, pompoen (meteen maar helemaal), uien, knoflook, appels en straks nog wat kruiden erbij. Spekjes zouden er heerlijk bij smaken maar die heb ik net niet in huis. Dan maar een cordon bleu, heus niet erg! 😉

En zo luidt ik vanavond het begin van mijn herfstmaaltijden in. Mjammie!

Goed verpakt

Ik irriteer me er wel eens aan, al dat verpakkingsmateriaal dat overal wordt gebruikt. Al het plastic bijvoorbeeld dat ik wekelijks tegenkom bij het inwerken van de tijdschriften bij de bieb. Of in de supermarkt: Cruesli verpakt in plastic en dan weer verpakt in een doos. Of wortels die niet alleen in een plastic bakje zitten maar waarvan het bakje dan ook nog eens wordt verpakt in plastic.

Het materiaal dat, netjes gescheiden, wordt verzameld en bij mijn ‘buren’ wordt verwerkt, vliegt regelmatig met de wind mee mijn tuin in. En nee, plastic vergaat niet. Hoe lang ik het ook probeer te negeren, ik zal het toch eens moeten opruimen want blijven liggen doet het wel maar meer gebeurt er niet.

HoP_20150923_175243ewel al dat verpakkingsmateriaal van mij wel wat minder mag, heeft het natuurlijk ook zijn voordelen. Groenten blijven langer goed, spullen blijven langer heel. Daarbij, er is niets nieuws onder de zon, de natuur kan er ook wat van! Kijk maar eens naar deze maïskolf. Ik heb het van de plant gehaald, de eerste 2 lagen bladeren er in mijn tuin al vanaf gehaald en kon er thuis nog vele lagen vanaf pellen. Wát een verpakkingsmateriaal zeg! En dat voor slechts één maïskolf.

Voordeel is dat dit verpakkingsmateriaal mijn tuin mag inwaaien, mag blijven liggen én… mijn plantjes weer voorziet van nieuwe voedingsstoffen!

Organische stof

Ik heb al verschillende keren geschreven dat het toevoegen van organische stoffen aan je tuinaarde belangrijk is. Maar wat is het eigenlijk precies? En wat is de functie ervan? Vandaag het beloofde blogbericht hierover.

Organische stof is de verzamelnaam voor alles wat zich in de bodem bevindt, meestal wordt echter met name het dode plantenmateriaal, mest, bacteriën en schimmels bedoeld.

De hoeveelheid organische stof in de grond is een belangrijke indicator voor de vruchtbaarheid. Een overzicht van de functies ervan:

  • het versnelt het opwarmen van de grond (doordat de grond een donkerdere kleur heeft)
  • het vermindert het wegspoelen van voedingsstoffen
  • het verbetert het doorlaten en vasthouden van water
  • het laat water én lucht beter in de grond, dit is goed voor het klimaat van het bodemleven
  • het zorgt voor voedingsstoffen in de grond
  • het stabiliseert de zuurtegraad van de grond (bij zure grond heb je bijvoorbeeld meer mosgroei)
  • het houdt meer CO2 vast dan de lucht, het gaat opwarming van de aarde tegen
  • het is de enige voedingsbron voor het bodemleven
  • de toename van bodemleven door het organische materiaal verlaagt de gevoeligheid voor ziekte

Er vallen hele boeken te schrijven over organische stof, maar dat laat ik aan anderen over. Voor mij is het genoeg om een beetje te weten wat het doet en waarom het zo belangrijk is om het aan mijn tuin toe te voegen.

 


De informatie voor dit blogbericht heb ik gevonden in de brochure van Department Leefmilieu Natuur en Energie (lne), op pagina 39 van deze brochure kun je de samenvatting van het gehele artikel vinden. www.lne.be

Overige informatie vond ik op www.kennisakker.nl

Winterklaar?

DSCN0168Nu het tuinseizoen begint af te lopen zie ik om mij heen allemaal mensen hun tuin ‘winterklaar’ maken. Alle groente die niet winterhard is wordt geoogst of gerooid. Afval wordt weggebracht, de tuin wordt omgespit, de paadjes misschien nog aangeveegd. Netjes en dus klaar voor de winter.

Ik ben er niet zo zeker van dat al die netheid een tuin winterklaar maakt. O, zeker, het ziet er netjes en verzorgd uit. Lege vakken, klaar om weer ingezaaid  te worden. Het spitten voor de winter heeft als voordeel dat de dikke, harde brokken klei met een koude winter kapot vriezen en fijner worden. Dat is zeker een groot voordeel want het maakt het werken een stuk gemakkelijker.

Toch ben ik niet overtuigd. Ik kijk graag naar de natuurlijke gang van zaken. En in de natuur zie ik nooit vanzelf een DSCN0167leeg veld. Er staat altijd iets, al is het maar een veld vol brandnetels, er is altijd grondbedekking. En dat heeft een reden. De planten beschermen de grond. De aarde waar alle voedingsstoffen voor volgend jaar in zitten en waar door de bodemdieren nog aan wordt toegevoegd.

Het voordeel van het bedekt houden van de grond tijdens de winter is dat de grond beschermd wordt tegen weersinvloeden (vorst, uitspoelen van voedingsstoffen, uitdroging etc). Daarbij breng je extra voedingsstoffen in de aarde als je plantenresten of groenbemesters gebruikt die door de bodemdieren kunnen worden afgebroken tot voedingsstoffen, tijdens de winter (plantenresten) of in het vroege voorjaar (groenbemesters).

DSCN0170Het toevoegen van organisch materiaal aan je tuin heeft vele voordelen, ik zal er binnenkort een stukje over schrijven. Ik vind het zelf er niet heel charmant uitzien als ik al mijn afval in de tuin laat liggen en ik houd toch wel van een beetje een mooie tuin. Maar in de winter maak ik een uitzondering. Naast het toevoegen van voedingsstoffen en organisch materiaal aan mijn tuin zorgt deze bedekking van plantenresten (of groenbemesters) er ook nog eens voor dat het onkruid minder snel tevoorschijn komt. Zo hoef ik in het voorjaar niet alle tuinvakken tegelijk onkruid vrij te maken, dat scheelt weer! Al zal het mij niet verbazen als deze ’troep’ (zie foto) in het voorjaar niet meer terug te vinden is. Lang leve de slakken!

Prei II

preiDe prei die ik wél zelf heb ‘groot’gebracht (die kleine dus 😉 ) heb ik inmiddels netjes in een geul in een gat gezet. Prei zetten noem je dat. De wortels willen graag zuurstof en om een mooie witte prei te krijgen zal de prei diep in de grond moeten staan. Door eerst een geul te graven en daar vervolgens met een pootstok gaten in te duwen kun je de prei diep in de grond zetten zonder eerst je hele tuin te hoeven afgraven. Van de prei heb ik de wortels flink ingekort en ook van het blad de top afgeknipt (want ja, ze waren al zo groot…) Dit is om de groei te bevorderen. Vervolgens zet ik ze in het gat zonder deze weer dicht te gooien met aarde. Met een flinke plens water rolt de eerste aarde al in het gat, de rest zal vanzelf gaan met de regen. En nu maar afwachten of er nog wat van terecht komt. Anders heb ik volgend jaar weer bloeiende prei met een natuurlijke volgende generatie voor het jaar erna.

Prei I

preiIk had het zo mooi voorbereid. Als één van de eerste soorten werd het gezaaid, tegelijk met de witlof: prei. Ik vind prei heerlijk, het is prima in de winter nog uit de tuin te halen, het kan overal doorheen en je hebt nooit ineens een overschot omdat je het gerust in de tuin kunt laten staan. Maar helaas, vroeg gezaaid maar slecht opgekomen. Thuis nog eens gezaaid maar op de een of andere manier wil het maar niet groeien. Hoe kan dat toch? Ik kreeg van iemand nog wat preiplantjes maar die groeien óók al amper. Ik snap er niks van.

Lang leve de natuur die precies weet hoe het moet! Die gaat haar gang wel. DSCN0109En zo heb ik, dankzij een bloeiende preibol vorig jaar toch heel wat preiplanten in de tuin staan. Weliswaar niet op het plekje dat ik ervoor gereserveerd had maar dat proef je toch niet. Ik heb prei! 🙂 En de bollen die dit jaar hebben staan bloeien gooi ik meteen maar op de juiste plek, wie weet kan ik dan toch nog een beetje ‘meepraten’ in het beleid van de natuur 😉

Vlinder komt uit cocon II

Met zo’n serie foto’s die ik heb gemaakt bij het verschijnen van deze kersverse vlinder had ik niet genoeg aan één blogbericht. Tenslotte moet ik mijn lezers ook niet verwennen met teveel plaatjes, dan vergeten ze straks nog het verhaaltje te lezen 😛

Het verhaal gaat verder. Nadat de vlinder met zijn pootjes aan het ondereind van de cocon trekt komt het lijfje tevoorschijn. En dan lijkt er iets mis te gaan. Wanneer de vleugels er precies uit horen te komen weet ik niet, tenslotte is het mijn eerste keer dat ik het zie, maar gezien de tijdsduur van het proces begin ik me al wat zorgen te maken. Het geheel neemt normaal iets van 5-15 minuten in beslag schat ik, en dit kleine beestje is inmiddels al drie kwartier bezig. Tussendoor ga ik toch maar eens mijn oogst opruimen en de bloemetjes in het water zetten. Hoewel ik wel tig keer per minuut weer terugloop naar het bakje, bang dat ik alsnog het moment van het oppompen van de vleugels zal missen, lijkt er weinig schot in de zaak te zitten.

Na verloop van tijd lijkt de vlinder het op te geven. In plaats van te blijven wurmen en trekken ligt het steeds langer stil. Nee toch?! Zie ik éindelijk een vlinder uit zijn cocon komen, stopt ‘ie er halverwege mee…?

Ik kan het niet laten mij ermee te bemoeien. Enkel omdat de vlinder op den duur meer stil ligt dan nog beweging vertoont durf ik het aan om heel voorzichtig het lege stukje van de cocon beet te pakken, in de hoop de vlinder wat meer houvast te bieden dan het gladde bakje waarin het zich bevindt. Het vlindertje begint weer te wurmen maar het mag niet baten. Enkele uren later, nog steeds geen millimeter verder uit de cocon, haal ik met uiterste precisie de cocon van zijn vlinders. Zou het hem nu wél lukken om zijn vleugels uit te slaan? De vlinder loopt nog wat, maar zijn vleugels zien er behoorlijk gehavend uit. Hoort dat? Is het gehandicapt of heeft het geen kracht meer om het proces af te maken? Ik weet het niet.

De volgende dag blijkt de vlinder nog in leven, ik leg een stukje sappige peer neer, ter vervanging van het klokhuis van de avond ervoor. Het komt nog zover dat het met zijn tong in het vruchtvlees zit maar een uur later is het echt einde verhaal.

Treurig zet ik het schoteltje uit het zicht. Ik heb me nog nooit zo betrokken gevoeld bij een vlinder. En waarschijnlijk is er nog nooit een vlinder zo’n groot deel van zijn leven bestudeerd.

vlinder7vlinder8vlinder9vlinder91vlinder92

 

Vlinder komt uit cocon I

Hoera! Ik kwam op een avond thuis van mijn tuin (ja, de tuinmiddagen lopen weleens over in de avond, het kan nog net voor het te donker is…) en precies op het moment dat ik in het ‘coconnenbakje’ keek, kroop er een vlinder uit. Direct liet ik alles uit mijn handen vallen. De oogst die schoongemaakt en opgeruimd zou worden, de bloemen die in het water moesten, het eten dat ik zou gaan maken: HET moment was aangebroken, eindelijk zou ik een vlinder uit zijn cocon zien komen! Het gaat altijd zo snel dat ik meestal al een ‘kant-en-klare’-vlinder tegen de wand van het bakje zie zitten, met hooguit nog wat golvende vleugels. Al moet ik zeggen dat het me elke keer weer verrast, zo’n nieuw leven dat geruisloos mijn kamer in is gekropen.

Zonder mijn blik ook maar een ogenblik af te winden grabbelde ik in mijn tas naar mijn fototoestel. Als een vlinder uit zijn cocon kan kruipen zonder dat ik iets merk terwijl de bak voor mijn neus staat, dan zal ik dit keer niet eens met mijn ogen knipperen. Maar ik heb het mis. De vlinder neemt alle tijd en na een half uur weet ik dat dit niet de snelste vlinder is… Maar zo heb ik gelukkig alle tijd om foto’s te maken. En daar laat ik jullie graag in delen. Vandaag deel I. Bij foto 4 en 5 zie je duidelijk hoe de vlinder met zijn pootjes aan de cocon trekt/zich afzet op de cocon.

vlinder1vlinder2vlinder3vlinder4vlinder5vlinder6

Entree

DSCN0165Met de komst van een rozenboog voor de druivenstruik en een sierhekje van snoeiafval heeft mijn tuin een soort van entree. En zo’n entree moet er natuurlijk wel netjes uitzien! Het is het eerste (en voor velen ook het enige) wat mensen zien als ze langs de tuinen lopen. Ik maak graag een nette indruk met mijn tuin, vandaar dat ik deze week het onkruid bij de ‘entree’ maar weer heb verwijderd. Zo langzamerhand stond het alweer aardig vol, helemaal omdat de randen van mijn tuin nu eenmaal nogal wat opvangen uit andere tuinen of van de paden.

Aan het voorjaar heb ik ook al gedacht door een serie bollen in de grond te stoppen. Wat voor bollen het zijn weet ik eigenlijk niet, ze zijn uit een bak op mijn balkon gekomen die ik heb leeggehaald. Ik vermoed Alium en Narcissen, ik ontdek het vanzelf!