Boontjes

DSCN0160Ik heb inmiddels al een kwart van een literbak gevuld met droogbonen. Op de foto zien jullie van links naar rechts de Wieringerboon, de yingyangboon en de citroenboon. Tussen de bonen die nog liggen te drogen heb ik ook nog de kievitsboon, deze is blijkbaar later klaar in het jaar want de bonenplanten zijn voor een deel ook nog groen.

Nu het najaar is duik ik voor mijn blogstukjes ook weer wat meer het internet op. En voor deze droogbonen is dat wel handig want ik ben wel benieuwd wat het verschil in smaak is en voor volgend jaar weet ik graag van tevóren of het klimbonen of struikbonen zijn 😉

Even een kort overzicht:

Je hebt stambonen en je hebt stokbonen. De stambonen blijven laag en hebben geen steun nodig. De stokbonen kunnen wel 2,5 meter hoog worden en hebben behoefte aan een stok.

  • Wieringerboon: stamboon
  • Yingyangboon: de plant blijft laag (stamboon) en de bonen worden bruin door het koken.
  • Citroenboon: eveneens een stamboon. Deze naam wordt al snel gegeven aan een citroengele boon, de echte citroenboon is nogal moeilijk te verkrijgen, ik zal wel een ‘soort van’ hebben 😉 Qua smaak lijkt deze boon op de witte boon, het heeft een iets stuggere schil
  • Kievitsboon: stamboon, deze boon wordt bruin door het koken

Voor een beschrijving en eventuele aanschaf van deze en nog vele andere droogbonen is de volgende site handig om eens te bekijken: http://www.levenvanhetland.nl/boon.htm

Voor een uitgebreide uitleg over het telen van bonen, zowel sperziebonen als droogbonen, kun je eens kijken op: http://www.mooiemoestuin.nl/groenteteelt/peulgewassen/boontjes/ DSCN0158

De kraamkamer

foto gemaakt om 19:05
foto gemaakt om 19:05

Beweging in de kraamkamer! Een verslag van mijn rupsenbelevenissen van vandaag.

Ik had weer nieuwe rupsen meegenomen naar huis en het leek me leuker om de rupsen in een glazen bak te doen in plaats van de plastic bak waar ik door alle krassen niet meer in kon kijken. Dus nadat ik de rupsen uit de bak had gehaald zette ik het deksel op zijn kant in de bak zodat ik de achtergebleven cocon wat beter kon bekijken. Verder zaten er nog twee rupsen al een aantal dagen nogal stil, ook op het deksel, en het leek me leuk om te zien hoe ze zouden veranderen in een pop.

Vanavond ontdekte ik dat er nog een klein rupsje was achtergebleven. Och toch! In de verste verte geen eten voor het beestje meer te vinden. Zorgvuldig werd deze alsnog verhuisd naar het rupsenhuis. Toch nog maar even goed kijken of dat dan écht de laatste was. Het viel me opeens op dat die ene rups wel heel erg had zitten poepen. Ik meende dat ‘ie een cocon aan het spinnen was? Poepen rupsen dan nog? Misschien was het kantelen van het deksel te stressvol voor het beestje? Toch wel raar want op een blad beweegt hun ondergrond ook voortdurend.

foto gemaakt om 19:58 u
foto gemaakt om 19:58 u

Het leuke van zo’n open bak is dat je zo nu en dan even kunt kijken. Nu de cocon zo’n twee weken oud is, kan het niet lang meer duren voor deze opengaat. En ja, dat wil ik wel heel graag meemaken!

Een uur later weer kijken levert een interessante ontdekking op. De poepjes van de rups bewegen! Hoe is het mogelijk?! Door goed te turen naar het kleine gekrioel ontdek ik dat er allemaal mini-rupsjes onder de rups vandaan komen. Of komen ze nu úit de rups? Ik zou het serieus gaan denken. Maar het zijn toch de vlinders die eitjes leggen? Niet de rupsen? Heeft die ene vlinder die ik eergisteren vrijliet al zo snel eitjes gelegd? Volgens mij was het meer bezig met bijkomen van zijn metamorfose…

Terwijl ik met mijn neus zowat bovenop de ‘zogende rups’ zit (het doet me denken aan zo’n zeug die tig kleintjes bij zich heeft krioelen die willen drinken) zie ik vanuit mijn ooghoek wat bewegen. Hé, de cocon! Nu ben ik helemaal niet meer bij de bak weg te slaan, dát wil ik wel zien! Ik weet dat een vlinder enigszins kreukelig uit zo’n cocon komt en ik ben reuze benieuwd hoe dat er dan uitziet. De bak verhuist naar de tafel en een extra lamp wordt aangesleept om genoeg licht te hebben om foto’s te maken. Prompt moet de accu van de camera opgeladen worden en is het SD-kaartje van de andere camera stuk. Het is toch wat. Gelukkig gaat zo’n metamorfose langzaam en laadt mijn accu snel op.

foto gemaakt om 20:18 u
foto gemaakt om 20:18 u

Terwijl ik verwachtte iets interessants te zien bij de cocon blijkt de ‘zogende rups’ nog interessanter. Kijk maar eens goed naar de foto’s. (Als je op de foto klikt krijg je deze in groter formaat) Op de foto om 19:05 zie ik mini-rupsjes tussen een heleboel draadjes. Op de volgende foto (19:58) lijken de rupsjes zich uit het net te ontwarren en kan ik zelfs een rupsje zover krijgen om op mijn vinger te kruipen. Bij de laatste foto (20:18) zie ik alleen een heleboel draadjes en nog het kopje van slechts één mini-rups. Wat gebeurt hier eigenlijk?

Het is mij een raadsel. Interessant is het wel!

DSCN2034Ondertussen zie ik de cocon verkleuren en opeens herken ik er een vlinder in! Zien jullie het ook? Het ligt op zijn rug, met de vleugels in mini-formaat ongeveer in het midden te zien, ik zie er al een stip op en een zwart randje.

Ondertussen is het 22 uur. De vlinder zit nog net zo ver in de cocon als drie uur geleden, de mini-rupsjes lijken zich ook ingesponnen te hebben en de rups die een cocon aan het maken is heeft zich uitgerekt, ingetrokken, zijn achterlijf heen en weer bewogen en zich weer uitgerekt. Ik heb blijkbaar de hele avond naar rupsen en een cocon zitten kijken. Live-tv. En hierbij dus het verslag 😉

Phytophthora – tomatenziekte

Helaas, helaas, ik had het al verwacht maar vandaag moest ik toch drastische maatregelen nemen. Ik heb namelijk Phytophthora, oftewel de tomatenziekte bij de meeste tomatenplanten in mijn tuin. Het is het grote nadeel van tomaten kweken in de open lucht ten opzichte van het kweken in een kas. Door nat weer is de kans op Phytophthora groot en het was laatste enige tijd behoorlijk nat.

Speciaal voor jullie heb ik de kenmerken van deze ziekte op de foto gezet. Het is namelijk een zeer besmettelijke ziekte, de sporen ervan verspreiden zich via de wind, dus tijdig de zieke planten verwijderen is erg belangrijk en zelfs wettelijk verplicht! De planten in een plastic zak stoppen en niet bij GFT of op je eigen composthoop gooien. Inmiddels heb ik de zieke planten gerooid.

Overigens verwacht ik dat, door het natte weer, de andere planten binnenkort ook kenmerken van de tomatenziekte zullen vertonen, maar ik hoop het zolang mogelijk te kunnen rekken. Alle tijd dat de tomaten nog kunnen rijpen is mooi meegenomen. Zit de ziekte eenmaal in de plant dan zijn ook de tomaten aangetast. Je kunt bij het rooien van de plant dan wel de groene tomaten bewaren en deze in de vensterbank laten rijpen maar op den duur zullen ze alsnog bruine vlekken vertonen en verrotten.

Zoals jullie op de foto’s kunnen zien zijn de kenmerken:

  • bruine plekken op de tomaten
  • zwarte plekken op de bladeren (of geheel zwarte bladeren, afhankelijk van het stadium)
  • zwarte stengels van de tomatenplant

 

zieke tomaatgezonde en zieke tomaatzwarte bladerenaangetast bladzwarte stamzwarte stengel

Groenbemester II

Zoals beloofd vandaag een aantal groenbemesters met hun belangrijkste eigenschappen. Ik vind zelf de zaaitijd belangrijk. Dit jaar vond ik zelf dat ik er vroeg bij was maar was ik alsnog te laat met het zaaien van de rode klaver. Dit had overigens ook te maken met een verkeerde notitie. Tussen eind juli en half september zit natuurlijk nogal een verschil… Maar gelukkig had ik nog genoeg Phacelia. En volgend jaar probeer ik wat nieuwe soorten uit.

Winterrogge

Bij de Moestuin waar ik heb gewerkt werd veel gebruik gemaakt van winterrogge: deze blijft groen in de winter (niet vorstgevoelig), bedekt de grond snel en wortelt diep wat de grond goed losmaakt. De effectieve organische stof is echter laag en na het onderwieden moet je 3 weken wachten voor je gaat zaaien omdat het een stof bevat dat ontkiemen tegengaat. Je kunt dit gewas zaaien van half augustus tot eind oktober.

Phacelia (bijenvoer)

Deze plant is erg vorstgevoelig, bedekt de bodem snel en geeft middelmatige effectieve organische stof. Als de plant in bloei komt, wortelt de plant dieper en wordt er op een dieper niveau de grond losgemaakt. Daarnaast zorgt de plant voor veel nectar en trekt het veel hommels aan. Je kunt dit gewas zaaien van half april tot half augustus.

Rode klaver

Het grote voordeel van rode klaver als groenbemester is dat deze plant actief stikstof opneemt uit de lucht. Dit betekent extra voeding voor de aarde als het gewas wordt ondergewied. Dit is bij alle groenbemesters het geval die onder de soort vlinderbloemig vallen (zoals witte klaver, luzerne en gele lupine) Verder heeft het een hoge effectieve organische stof, bedekt het de grond redelijk snel en is het enigszins vorstgevoelig. Het gewas is te zaaien van half maart tot eind juli.

Afrikaantjes

Een bekend plantje dat ook als groenbemester gebruikt kan worden. Ze zijn erg vorstgevoelig, geven een middelmatige grondbedekking en zorgen voor een redelijke hoeveelheid effectieve organische stof. Daarnaast hebben Afrikaantjes houden daarbij de wortelvlieg op afstand wat het tot een goede combinatie maakt met het telen van wortels. En het oog wil ook wel eens wat: ze bloeien uitbundig. Zaaien van half mei tot half juli.

Kruisbloemig

De groenbemesters die onder de kruisbloemigen vallen mogen nooit gezaaid worden in een veld waar knolvoet is geconstateerd. De planten zijn namelijk zeer gevoelig voor deze ziekte waardoor de ziekte in stand gehouden wordt. Kruisbloemigen zijn bijvoorbeeld bladrammenas en gele mosterd.

Groenbemester I

phacelia - bijenvoer - groenbemesterSinds ik Phacelia (ook wel Bijenvoer genoemd) eens in mijn tuin heb gehad valt deze niet meer uit mijn tuin weg te denken. De plant is een paradijsje voor de hommels, helemaal in het vroege voorjaar wanneer er nog niet zoveel te eten is voor ze. Naast het voeden van hommels is het ook nog eens een mooie plant om te zien, de bloemen maar ook de blaadjes als de zaden net ontkiemd zijn. En tenslotte is het een groenbemester.

Al eerder in mijn moestuin-carrière heb ik me globaal wat verdiept in groenbemesters (artikel: wat is het ook alweer?) waarbij ik een interessant en informatieve website tegenkwam. Het was me echter veel te complex om dat toen verder uit te zoeken. Wat mij betreft was het al voldoende dat ik wist dat de mooie plant ook nog nuttig was voor het losmaken van de harde klei. En zo stimuleer ik het dat de plant zich uitzaait en zaai ik steeds meer vakken in met de Phacelia.

Inmiddels ben ik bijna 2 jaar verder met mijn moestuin en vind ik het interessant om me er verder in te verdiepen. Er zit namelijk nogal een verschil tussen de soorten groenbemesters en ik heb er een aantal wat nader onderzocht en schrijf er vandaag en morgen een stukje over.

Vandaag een overzicht van de functies van een groenbemester:

  • grondbedekking: dit gaat onkruid tegen (waar een plant groeit is minder ruimte voor andere planten) en zorgt er ook voor dat de grond minder gevoelig is voor weersinvloeden.
  • grond losmaken: de wortels van de plantjes maken de oppervlakkige of diepere grond losser (afhankelijk van de soort groenbemester die je kiest)
  • het vasthouden van voedingsstoffen (het gaat uitspoeling van voedingsstoffen tegen)
  • organische stof: als de plant na verloop van tijd onder de grond wordt gewerkt komt er meer organische stof in de aarde. Dit heeft vele voordelen, het zorgt onder andere voor betere drainage en voedingsstoffen in de grond. (Ik heb een mooi document gevonden waarin heel goed wordt uitgelegd wat het belang is van organische stof. Een blog daarover houden jullie nog tegoed.)

Vooral het toevoegen van organische stof aan mijn tuinaarde vind ik belangrijk. Dat is ook de reden waarom ik liever compost gebruik dan kunstmest. Nadeel is wel dat het veel duurder is en ook nog eens heel veel sjouwwerk. Vandaar dat ik me verdiep in groenbemesters. Zaad is zo zwaar nog niet 😉

Morgen zal ik een aantal groenbemesters toelichten.

 

 

Tuinwandeling

DSCN1757
1. vooraanzicht tuin

DSCN1470Hoewel ik vrijwel dagelijks foto’s, gemaakt in mijn tuin of balkon, bij mijn berichten zet, verbaast het mij niet om wel eens te horen dat mensen geen idee hebben van hoe mijn tuin eruit ziet. Ook al is er een foto op de hoofdpagina met een vooraanzicht, het is vanaf een foto heel moeilijk om in te schatten hoe het er daadwerkelijk uit ziet.

Misschien kan ik jullie een klein beetje helpen met deze foto’s en het teeltplan. Ik ben vooraan in de tuin begonnen. Op het teeltplan sta ik dan ongeveer halverwege het pad dat langs vak A en B loopt, een rij tegels daarvan is nog nét op de foto te zien. Op foto 1 met het vooraanzicht van de tuin kun je links vak A zien, met daarin de aardappels, rechts daarvan een pad met aan de andere zijde vak B met de uien.

Voor de volgende foto loop ik het pad op dat op foto 1 niet te zien is omdat het links net buiten de foto valt. Op het teeltplan zien jullie een pad langs de gehele lengte van de tuin lopen, van voor naar achter, helemaal aan de linkerkant. Dat ga ik nu oplopen om de rest van de foto’s te maken.

DSCN1758
2. naast vak C

Een paar meter de tuin ingelopen, ik sta nu naast vak C, ook gevuld met aardappels. De camera is gericht naar rechtsachter. Je kunt nog net de tuinkast zien, die op het teeltplan ongeveer bij de letter P staat. Vooraan zie je de aardappels, dan de vergeelde spinazie waarvan ik het zaad wil vangen. De grote struiken rechts van het net (waaronder de aardbeien zitten) zijn de frambozen. Op de foto zie je links van het net wat ‘blauwige’ planten, dat zijn de koolplanten waar ik nu heen ga ‘lopen’

3. bij de koolplanten
3. bij de koolplanten

Ik sta nu naast vak K met de koolplanten. Ik richt de camera naar de tuin van de buurman (misschien was het achteraf gezien handiger geweest om steeds de tuinkast in beeld te houden? Met een grotere foto zou die er linksbovenin nog op staan) Rechts voor me is weer het net met de aardbeien eronder. Recht voor me kan ik, bij goed kijken, nog net wat zien van het plastic van de tunnelkas voor de komkommer (vak N). Linksachter zie je de rode rozen (vak L)

DSCN1760
4. achterin de tuin

Ik loop nog verder naar achter in de tuin en draai me half om, de laatste foto, 4. Je kunt middenrechts nog wat koolplanten zien en een stukje oerwoud van de frambozen, recht voor: de rode roos en de vlinderstruik die erachter staat. Op de voorgrond staat links de gieter in vak O (het pad loopt niet tot achter zoals op het teeltplan staat aangegeven) Precies middenvoor zie je de bonenplanten en de tomatenplanten. Niet volgens het teeltplan, ik zag na het maken van het plan dat er nog twee soorten niet graag naast elkaar staan. Bovendien was ik ook nog vergeten de tomatenplanten ergens te plannen, wel lastig als je er een stuk of tien wilt… 😉

Het paadje dat je op de foto ziet loopt tot mijn ‘terrasje’, en links daarvan zie je net niet de tuinkast staan.

Ik ben benieuwd of het iets heeft bijgedragen aan de beeldvorming. Niet de hele tuin is in beeld geweest. Op sommige plekken groeien de planten dusdanig over het pad dat je er niet echt langs kunt… 😉

Ik houd van roze…

DSCN1670… maar paars is ook goed. Zelfs de bloemen in mijn tuin weerspiegelen mijn voorkeuren! Als ik stof zoek om kleding voor mezelf te naaien bevat het vrijwel altijd bloemen en de kleur roze, paars of rood zit er ook sowieso in. Nou, met dit bloemenspektakel waarbij de roos natuurlijk ook nog hoort (maar die kunnen jullie inmiddels wel dromen) zou ik zo een stoffenprint kunnen laten maken van een foto van mijn tuin. Ben ik meteen tevreden.

Van deDSCN9432 pioenroos kan ik momenteel thuis ook genieten, ik heb één van de twee trossen afgeknipt om thuis in een vaas te zetten. Moeilijke moment, dat afknippen, maar ik ben nu eenmaal meer thuis dan in mijn tuin. Zowel thuis als in mijn tuin wat om van te genieten is dan toch een mooie verdeling.

Daarnaast staat er heel wat vingerhoedskruid in bloei. Dat had ik overigens niet verwacht. Deze plant bloeit namelijk in zijn tweede jaar. Vorig jaar had ik veel bloeiende planten en die hebben zich royaal uitgezaaid. Je zou denken dat ze dit jaar dan nog overslaan, nietwaar? Maar nee hoor, de kleine plantjes die vorig jaar al zijn begonnen met groeien (en misschien wel handig gebruik hebben gemaakt van de zachte winter) staan dit jaar al vol trots hun bloemen te etaleren. Niet allemaal, dus volgend jaar heb ik nog evengoed wat moois. DSCN9430

DSCN9433En dan de irissen. Vorig jaar gekregen na hun bloei, dit jaar de verrassing van de kleur. Nee, dit keer heb ik níet zelf de kleur gekozen. Maar gelukkig is het wel paars 😀

tuinieren met een LED-lamp

Eerlijk gezegd kan ik er nog steeds niet helemaal bij, maar hoe meer ik erover lees, hoe meer ik begin te geloven dat het daadwerkelijk kan. En ook: hoe meer zin ik heb om dat zélf eens te ondervinden. Ik heb het over de LED-lamp waarmee groenten gekweekt worden. Geen volkstuin, maar bakken die  in een kamer zonder ramen kunnen staan en waar de prachtigste planten opgroeien. Enkele weken geleden werd ik er door iemand op geattendeerd. Ik werk al een tijdje bij een zorginstelling waar ik met deelnemers een moestuin opzet en onderhoud. Op die locatie was het erg moeilijk om plantjes vanaf zaad groot te brengen omdat er weinig daglicht is. En het daglicht dát er is, komt door een raam waaronder de verwarming volop brandt. En zo kwam ter sprake dat zo’n LED-lamp misschien wel leuk is om eens te proberen.

Voor zover ik er inmiddels een beetje achter ben hoe het werkt is het dat een plant met name het rode en blauwe spectrum van daglicht nodig heeft om te groeien. De blauwe is met name voor het opgroeien, de rode vooral voor het bloeien. Door een lamp te ontwikkelen dat vooral déze twee spectra uitstraalt, kan een plant ook zonder daglicht. Door niet het hele ‘daglichtspectrum’ uit te stralen, vraagt de lamp ook nog eens veel minder energie dan de meeste kweeklampen.

Wat me verbaasd over deze lamp is dat de gebruikers ervan zeggen dat er zo’n 90% minder water nodig is. Zoveel water komt er doorgaans niet uit het daglicht namelijk… 😉 Uiteraard is er bij het kweken veel minder bestrijdingsmiddelen nodig omdat er geen insecten zijn in dat afgesloten kamertje. En de plantenbakken kunnen allemaal gestapeld worden, zolang er boven elke bak maar een lamp zit.

Daarnaast zijn de lampen minder heet dan de gangbare lampen en is het een stuk brandveiliger.

Het klinkt allemaal heel futuristisch, onwennig en… ja, het maakt me ook ontzettend nieuwsgierig. Al moet ik zeggen: met zo’n LED-lamp beleef je wel een stuk minder tuinier-plezier!

Ook nieuwsgierig geworden? Ik heb een aantal sites op een rijtje gezet.

Paprikaplant

Dit jaar voor het eerst: eigen paprikaplanten. Het is niet dat ik niet van paprika’s houd dat ik er nu pas mee begin. Nee, het probleem zit ‘m in het verzorgen van de plant. Een paprikaplant is nogal kritisch en dan met name qua temperatuur. Het liefst tussen de 20 en 25 graden. Tsja… daar is ons klimaat niet helemaal geschikt voor. In een kas is een heleboel meer mogelijk, maar die heb ik niet. Dan maar eens binnenshuis proberen.

Gelukkig zijn de meeste planten naar buiten tegen de tijd dat de paprikaplant groot wordt en is er weer genoeg ruimte in de vensterbank. Na het verpotten van de drie plantjes vroeg ik me af hoe ze het toch hebben volgehouden in dat kleine krappe potje waar ze eerst met zijn drieën in zaten. Ze zullen vast flink gaan groeien nu ze daarvoor de ruimte hebben.

Ik lees op verschillende sites dat met goed weer de planten best naar buiten kunnen. Helemaal in mijn ‘serre’ waar ’s middags de zon vol op staat, zou het binnen wel eens te warm kunnen worden. En dáár houden de planten dan óók weer niet van. Zoals ik al zei, ze zijn wel een beetje kritisch. Met mooi weer naar buiten, gelukkig heb ik er maar drie ;-).

De paprikaplant heeft geen bijen nodig om bestoven te worden, dat scheelt alvast. Toch kunnen er verschillende redenen zijn waarom de bloemetjes afvallen zonder dat er een vrucht komt. Vaak heeft dit te maken met dat de plant ‘druk is met iets anders’: meer dan genoeg vruchten, overleven bij te hoge of te lage temperaturen of last van teveel of te weinig water. Het is aan te raden om het eerste bloemetje te verwijderen, dat geeft uiteindelijk een grotere oogst.

Tot zover al mijn net verworven kennis.P_20150609_200654Ik ben niet de enige die het leuk vind om eens wat te proberen. Tijdens het zoeken naar meer informatie over het kweken van paprika’s kwam ik een site van een andere enthousiaste tuinder tegen. Wie nog niet uitgelezen is kan gerust nog even verder gaan op deze site: www.vrolijketuinier.nl/groenten_paprika

Verder heb ik ook nog informatie gehaald van de volgende sites:

www.plantaardig.com

www.tuinieren.nl

www.moestuintips.nl

 

Experiment tomatenplant

tomatenplant_voorijsheiligen Ik was dit jaar vroeg met mijn tomatenplanten. Ik had ze vroeg gezaaid, ze waren mooi opgekomen en groeiden voorspoedig. Op een gegeven moment had ik geen grote potten meer waarin ik ze kon overzetten, was het al enige tijd warm weer voor die tijd van het jaar en besloot ik er twee in de tuin te zetten. Konden ze mooi al wat groeien in plaats van verpieteren in een pot op het balkon waar het ook nog eens veel te vol stond.

Na enige tijd moest ik concluderen dat ik véél te vroeg was (wat is nou een maand op een jaar? Blijkbaar toch wel veel…) en dat er eentje toch zeker wel dood zou gaan. Inmiddels is het een maand later en wat zie ik tot mijn verbazing? De ten dode opgeschreven plant, is helemaal groen! Toegegeven, het ziet er niet heel florisant uit. Nogal ielig. In vergelijking met de tomatenplant die ik pas enkele dagen geleden in de tuin heb gezet is het wel duidelijk dat een tomatenplant beter functioneert met voldoende warmte (en aandacht helpt vast ook wel 😉 ) De twee linkerfoto’s laten de tomatenplanten zien die al een maand in de tuin staan, tussen stokjes en met wat plastic er omheen. Op de andere foto de plant die net in de tuin gezet is.

Conctomatenplantlusie: een tomatenplant kan het buiten overleven, ook al zijn de nachten nog erg koud, maar qua groei loopt het een achterstand op. Beter is om de plant langer binnen te houden (of op het beschutte balkon) en pas met warm(er) weer in de tuin te zetten.

tomatenplant_warm