Ruimte voor de zon

Het is nog hoogzomer maar zo langzamerhand wordt het tijd om rekening te houden met het einde van deze warme en zonnige periode van het jaar. Om me heen zag ik al verschillende druivenstruken met gekleurde, (bijna) rijpe druiven terwijl die van mij nog zo groen als gras waren. Vorige week ging ik dus maar eens aan de slag om de druiven van wat zon te voorzien. Of beter gezegd: om de hinderende bladeren tussen de druiven en de zon weg te halen.

Ik kwam talloze druiventrossen tegen. Ik vraag me nog steeds af of ik er wel genoeg vanaf geknipt heb en dat terwijl ik heel rigoureus te werk ben gegaan. De struik hangt bomvol met flinke trossen en dat terwijl dit nog maar (mijn) tweede jaar van de druivenstruik is.

Je zou zeggen dat de snoeisessie geslaagd is. Het lijkt wel of de druiven erop gewacht hebben want afgelopen zondag zag ik opeens op alle trossen een kleurtje komen. De eerste tros laat zelfs niet lang meer op zich wachten. Wat kan de natuur toch voor verrassingen zorgen, prachtig!

 

Meloenen

Nadat ik vorige week wat meer informatie had opgezocht over het kweken van meloenen ben ik in de kas wat gaan proberen. Omdat de bevruchting door bijen gebeurd is het soms nodig om met de hand te bevruchten. Met nog wat losse flarden van de informatie in mijn achterhoofd ging ik in de kas aan het experimenteren. Ik wist niet meer helemaal precies waar ik op moest letten maar was van plan later alsnog even de informatie goed door te lezen. Maar ik blijk het goed onthouden te hebben want de eerste bevruchting is al geslaagd. Vanavond zag ik in de kas al een tweede meloentje groeien. Hoera! De andere meloen groeit gestaag door en is al van serieus formaat. Ontzettend leuk om te zien en weer eens wat anders te kweken. Juist die nieuwe soorten fruit/groente (waarvan er nog talloze voorradig zijn) uitproberen maakt het tuinieren zo leuk.

Aardappels rooien

M&M-tuin

Vandaag heb ik de eerste aardappels gerooid. Het is jammer dat ik mijn fototoestel thuis had laten liggen, anders had ik jullie kunnen laten zien hoe groot de aardappels zijn. Het zijn echt flinke ‘joeperds’ en inmiddels heb ik al een half kratje vol. Terwijl ik met zorg de aardappels uit de grond wipte, haalde ik ook meteen het onkruid grondig weg. Naast me stond een vuilniszak voor het zieke aardappelloof, een emmertje voor het wortelonkruid (met name heermoes), een emmertje voor de composthoop en tenslotte nog een krat voor de aardappelen.

Na het rooien heb ik alles netjes egaal gemaakt met de hark, bestrooid met kalk en vervolgens ingezaaid met groenbemester. Er lag nog een restje rode klaver en verder mag er phacelia (mijn favoriet) gaan groeien.


Op de foto die niet gemaakt is zien jullie aan de rand van het stuk landbouwzeil een stukje mooie zwarte aarde met drie tegels en een in bloei geschoten krop sla.

Op de voorgrond staat een aardappelkistje met daarin aardappels zo groot als mango’s.

 

Gluren bij de buren

Er zijn van die planten die ik schitterend vind maar die eenvoudigweg niet meer in mijn tuin passen. De artisjok is zo’n plant. Hoewel het eten van de artisjok me niet aanspreekt (teveel werk) vind ik zowel de plant als de bloemen schitterend. Gelukkig zijn er op het volkstuinencomplex genoeg mensen die er wél ruimte voor vrijmaken. En zo kon ik deze foto maken in de tuin van een andere tuinder. De hommels waren juist druk bezig nectar te verzamelen toen ik langskwam. Het leverde een mooi plaatje op.

Galiameloen

In de kas staan twee meloenplanten. Ze groeien lekker door maar een meloen had ik nog niet gezien. Terwijl ik de planten water gaf maakte ik in mijn hoofd een notitie ‘informatie opzoeken over meloenen kweken’. Plots viel mijn oog op een groen balletje. En ja hoor, tóch een meloen! Ik vermoed dat ik in het begin iets verkeerd heb gedaan. Bij komkommerplanten kun je namelijk het best de zijtakken verwijderen. Bij de meloen had ik dat ook gedaan maar volgens mij komen de meloenen juist aan die zijtakjes.

Ik heb net toch maar even op internet gekeken om te te kijken of ik nog tips kon vinden over meloenen kweken. Ik kwam een interessante site tegen met allerlei handige tips. En ja hoor, de meloenen groeien inderdaad aan de zijtakjes… 😉 De bevruchting wordt gedaan door de bijen en dat kan in de kas voor problemen zorgen. Geen wonder dat er tot nu toe nog niet meer meloenen gevormd zijn. Handmatig bevruchten is aan te raden. Het is handig om de takken te toppen. Dat laatste heb ik gelukkig nog niet gedaan, de meloen groeit namelijk aan het laatste zijtakje. 😉

Voor wie wat meer wil lezen over het kweken van meloenen, kan op www.tuinkrant.com nog even verder studeren.

Bonen belevenissen II

Dit jaar wilde ik graag meer soorten bonen. Sperziebonen uit eigen tuin vind ik heerlijk, maar ik had steeds een lage soort (stambonen) waardoor met een natte zomer de bonen soms al aan de plant rotten. Bovendien had ik juist een beetje ontdekt dat bonenstaken neerzetten niet zo moeilijk is (al moet ik na deze week toegeven dat een goede constructie toch nog niet zo eenvoudig is). Wat meer klimbonen (stokbonen) leek me dan wel wat. In het bestelboekje voor de zaden heb ik ijverig wat nieuwe soorten aangekruist. Toen ik van mijn tuinmaatje ook nog een serie oude zakjes bonenzaden kreeg had ik meer dan genoeg soorten.

Tijdens het zaaien had ik netjes genoteerd waar ik wat voor bonen had gezaaid. Van het oude zaad kwam echter niet alles op en moest ik nog eens wat zaaien. Van bepaalde soorten had ik maar een of twee plantjes, van andere tien. Het overzichtelijk planten in de tuin werd al wat ingewikkelder. Ook dat werd genoteerd in mijn tuinboekje. Het werd nog wat lastiger toen sommige stambonen geen stambonen maar stokbonen bleken te zijn.

Toen ik laatst even snel nog een maaltje sperziebonen ging plukken had ik eerst al de droogbonen te pakken. Geen probleem, je kunt ze gewoon eten, maar die draad die erin zat vond ik niet zo aangenaam. Ik kwam al snel de goede sperziebonen tegen en het werd een maaltijd met een mix van 4 bonensoorten.

Andere jaren at ik de droogbonen ook wel als sperzieboon maar vorig jaar waren er wel erg weinig droogbonen overgebleven. Daarom was het plan om ze dit jaar alleen als droogboon te gebruiken. Alle bonen aan de klimplanten heb ik braaf laten hangen.

Deze week zag ik echter prachtige lange, knapperige sperziebonen hangen. ‘Zeg… zijn dat eigenlijk wel droogbonen?’ Vroeg ik me af. Er begon me iets te dagen. Had ik me niet voorgenomen om een sperzieboon als klimmer te telen? En ja hoor, toen ik thuis nog eens opzocht welke bonensoort ik daar had gezaaid kwam ik erachter dat er inderdaad een heel aantal planten stonden met prachtige, lange, smakelijke cobra bonen. Ik heb flink kunnen oogsten en nog niet alles meegenomen. De tas was echter vol dus dat leek me eerst wel weer even genoeg. De bonen zijn inmiddels geblancheerd en ingevroren. En zo blij ik wat beleven met die bonen.

Bonen belevenissen I

Er valt altijd wat te beleven met bonenplanten in je tuin. Tenminste, bij mij is dat wel het geval. Zo kwam ik afgelopen maandag op mijn tuin. Het waaide hard en ik was opgelucht toen ik zag dat de druivenstruik nog overeind stond. Dit keer moest ik echter de bonenstokken overeind hijsen. De stokken bleken onder invloed van de wind en regen scheefgezakt te zijn. Als twee handen nodig hebt om ze recht te zetten is het een lastige klus om ook nog iets aan hun stabiliteit te verbeteren. De grond was zacht, de stokken bogen door onder het gewicht van de bonenplanten en zodra één stok scheefzakte trok deze de hele zaak weer mee omver.

Met wat extra stokken heb ik de hele boel weer wat overeind weten te zetten. Waarschijnlijk heb ik ook teveel bonen per stok waardoor alles te zwaar is geworden. Terwijl ik dit typ waait het buiten behoorlijk en ik houd mijn hart vast voor mijn bonenstaken. Want ze stevig in het gareel krijgen is me niet gelukt. Ik heb allang door dat een stevige constructie maken iets is waar ik nog veel ervaring kan opdoen. Het zal me een hoop ‘noodsituaties’ schelen na een storm. Er valt altijd nog genoeg te leren in een tuin en dit jaar is dat vooral ‘hoe maak ik mijn tuin windbestendig?’ 😉

 

Roze pracht

Momenteel geniet ik van een mooi boos gladiolen. De donkerroze en de roze-witte gladiolen zijn mijn favorieten. Toevallig waren ze dit keer ongeveer tegelijk zover om af te snijden. Gladiolen kun je het best afsnijden op het moment dat ze kleur bekennen. Heel handig want dan weet je ook meteen wélke gladiool je oogst. En zo kon ik een bos bij elkaar zoeken dat mooi bij elkaar past.

Kogeldistel en zonnebloemen

kogeldistelNa lang wachten (tussen het zaaien en de bloei zit denk ik zo’n 14 maanden) wordt mijn geduld eindelijk beloond met de bloei van de Kogeldistel. De stekelige paarse bol wordt overdekt met hele kleine paarse bloemetjes. De bollen (of beter gezegd: kogels) hebben een grote aantrekkingskracht op de hommels. Die trekken zich niets aan van de naam ‘distel’ en schuren met hun zachte, mollige lijfjes heen en weer over de bollen.

Verderop in de tuin beginnen de eerste zonnebloemen te bloeien. Lerend van mijn eerste volkstuinjaar heb ik dit keer een soort die relatief laag blijft. Ik herinner me nog zonnebloemen zo groot als bomen die dreigend boven mijn bessenstruik zwaaiden. De stokken die ik ernaast had gezet waren niets vergeleken met de dikke stammen van de zonnebloem die ze overeind moesten houden. Het waren overigens prachtige zonnebloemen, met meerdere bloemen per plant. Ze groeiden echter wel zo hoog dat ik een trapje nodig had om ze te kunnen plukken. Nee wat dat betreft zijn die lage zonnebloemen van dit jaar zo gek nog niet 😉

Vraatzucht

Dit jaar heb ik (nog?) geen rupsen in de koolplanten zitten. Het groene, fijnmazige net weerhoudt de vlinders ervan om eitjes te leggen. Maar er is geen jaar zonder rupsen. Dit keer kwam ik ze op mijn balkon tegen. Of beter gezegd: ik kwam hun poep op mijn balkon tegen. De zwarte spikkeltjes rondom de bloempot lieten bij mij meteen alarmbellen rinkelen. Het duurde niet lang voor ik weer wist dat het een rupsenalarm was. En ja hoor, verschillende bladeren van de plant waren helemaal opgegeten. Na even zoeken (wat hebben sommigen toch een goede schutkleur) kon ik twee rupsen vinden. Ze hadden zich al aardig groot gegeten.

Ik houd van rupsen. Meer nog houd ik van vlinders. Ik wilde ze dan ook niet doodmaken. De plant (een gerbera) is gelukkig groot genoeg en als dit de enige twee rupsen zijn dan kan de plant dat makkelijk aan. Ik zal het maar even in de gaten houden. Ondertussen hoop ik dat de rupsen in goede gezondheid verkeren en zich spoedig tot een prachtige vlinder zullen ontpoppen.