Organische stof

Ik heb al verschillende keren geschreven dat het toevoegen van organische stoffen aan je tuinaarde belangrijk is. Maar wat is het eigenlijk precies? En wat is de functie ervan? Vandaag het beloofde blogbericht hierover.

Organische stof is de verzamelnaam voor alles wat zich in de bodem bevindt, meestal wordt echter met name het dode plantenmateriaal, mest, bacteriën en schimmels bedoeld.

De hoeveelheid organische stof in de grond is een belangrijke indicator voor de vruchtbaarheid. Een overzicht van de functies ervan:

  • het versnelt het opwarmen van de grond (doordat de grond een donkerdere kleur heeft)
  • het vermindert het wegspoelen van voedingsstoffen
  • het verbetert het doorlaten en vasthouden van water
  • het laat water én lucht beter in de grond, dit is goed voor het klimaat van het bodemleven
  • het zorgt voor voedingsstoffen in de grond
  • het stabiliseert de zuurtegraad van de grond (bij zure grond heb je bijvoorbeeld meer mosgroei)
  • het houdt meer CO2 vast dan de lucht, het gaat opwarming van de aarde tegen
  • het is de enige voedingsbron voor het bodemleven
  • de toename van bodemleven door het organische materiaal verlaagt de gevoeligheid voor ziekte

Er vallen hele boeken te schrijven over organische stof, maar dat laat ik aan anderen over. Voor mij is het genoeg om een beetje te weten wat het doet en waarom het zo belangrijk is om het aan mijn tuin toe te voegen.

 


De informatie voor dit blogbericht heb ik gevonden in de brochure van Department Leefmilieu Natuur en Energie (lne), op pagina 39 van deze brochure kun je de samenvatting van het gehele artikel vinden. www.lne.be

Overige informatie vond ik op www.kennisakker.nl

Winterklaar?

DSCN0168Nu het tuinseizoen begint af te lopen zie ik om mij heen allemaal mensen hun tuin ‘winterklaar’ maken. Alle groente die niet winterhard is wordt geoogst of gerooid. Afval wordt weggebracht, de tuin wordt omgespit, de paadjes misschien nog aangeveegd. Netjes en dus klaar voor de winter.

Ik ben er niet zo zeker van dat al die netheid een tuin winterklaar maakt. O, zeker, het ziet er netjes en verzorgd uit. Lege vakken, klaar om weer ingezaaid  te worden. Het spitten voor de winter heeft als voordeel dat de dikke, harde brokken klei met een koude winter kapot vriezen en fijner worden. Dat is zeker een groot voordeel want het maakt het werken een stuk gemakkelijker.

Toch ben ik niet overtuigd. Ik kijk graag naar de natuurlijke gang van zaken. En in de natuur zie ik nooit vanzelf een DSCN0167leeg veld. Er staat altijd iets, al is het maar een veld vol brandnetels, er is altijd grondbedekking. En dat heeft een reden. De planten beschermen de grond. De aarde waar alle voedingsstoffen voor volgend jaar in zitten en waar door de bodemdieren nog aan wordt toegevoegd.

Het voordeel van het bedekt houden van de grond tijdens de winter is dat de grond beschermd wordt tegen weersinvloeden (vorst, uitspoelen van voedingsstoffen, uitdroging etc). Daarbij breng je extra voedingsstoffen in de aarde als je plantenresten of groenbemesters gebruikt die door de bodemdieren kunnen worden afgebroken tot voedingsstoffen, tijdens de winter (plantenresten) of in het vroege voorjaar (groenbemesters).

DSCN0170Het toevoegen van organisch materiaal aan je tuin heeft vele voordelen, ik zal er binnenkort een stukje over schrijven. Ik vind het zelf er niet heel charmant uitzien als ik al mijn afval in de tuin laat liggen en ik houd toch wel van een beetje een mooie tuin. Maar in de winter maak ik een uitzondering. Naast het toevoegen van voedingsstoffen en organisch materiaal aan mijn tuin zorgt deze bedekking van plantenresten (of groenbemesters) er ook nog eens voor dat het onkruid minder snel tevoorschijn komt. Zo hoef ik in het voorjaar niet alle tuinvakken tegelijk onkruid vrij te maken, dat scheelt weer! Al zal het mij niet verbazen als deze ’troep’ (zie foto) in het voorjaar niet meer terug te vinden is. Lang leve de slakken!

Boontjes

DSCN0160Ik heb inmiddels al een kwart van een literbak gevuld met droogbonen. Op de foto zien jullie van links naar rechts de Wieringerboon, de yingyangboon en de citroenboon. Tussen de bonen die nog liggen te drogen heb ik ook nog de kievitsboon, deze is blijkbaar later klaar in het jaar want de bonenplanten zijn voor een deel ook nog groen.

Nu het najaar is duik ik voor mijn blogstukjes ook weer wat meer het internet op. En voor deze droogbonen is dat wel handig want ik ben wel benieuwd wat het verschil in smaak is en voor volgend jaar weet ik graag van tevóren of het klimbonen of struikbonen zijn 😉

Even een kort overzicht:

Je hebt stambonen en je hebt stokbonen. De stambonen blijven laag en hebben geen steun nodig. De stokbonen kunnen wel 2,5 meter hoog worden en hebben behoefte aan een stok.

  • Wieringerboon: stamboon
  • Yingyangboon: de plant blijft laag (stamboon) en de bonen worden bruin door het koken.
  • Citroenboon: eveneens een stamboon. Deze naam wordt al snel gegeven aan een citroengele boon, de echte citroenboon is nogal moeilijk te verkrijgen, ik zal wel een ‘soort van’ hebben 😉 Qua smaak lijkt deze boon op de witte boon, het heeft een iets stuggere schil
  • Kievitsboon: stamboon, deze boon wordt bruin door het koken

Voor een beschrijving en eventuele aanschaf van deze en nog vele andere droogbonen is de volgende site handig om eens te bekijken: http://www.levenvanhetland.nl/boon.htm

Voor een uitgebreide uitleg over het telen van bonen, zowel sperziebonen als droogbonen, kun je eens kijken op: http://www.mooiemoestuin.nl/groenteteelt/peulgewassen/boontjes/ DSCN0158

Phytophthora – tomatenziekte

Helaas, helaas, ik had het al verwacht maar vandaag moest ik toch drastische maatregelen nemen. Ik heb namelijk Phytophthora, oftewel de tomatenziekte bij de meeste tomatenplanten in mijn tuin. Het is het grote nadeel van tomaten kweken in de open lucht ten opzichte van het kweken in een kas. Door nat weer is de kans op Phytophthora groot en het was laatste enige tijd behoorlijk nat.

Speciaal voor jullie heb ik de kenmerken van deze ziekte op de foto gezet. Het is namelijk een zeer besmettelijke ziekte, de sporen ervan verspreiden zich via de wind, dus tijdig de zieke planten verwijderen is erg belangrijk en zelfs wettelijk verplicht! De planten in een plastic zak stoppen en niet bij GFT of op je eigen composthoop gooien. Inmiddels heb ik de zieke planten gerooid.

Overigens verwacht ik dat, door het natte weer, de andere planten binnenkort ook kenmerken van de tomatenziekte zullen vertonen, maar ik hoop het zolang mogelijk te kunnen rekken. Alle tijd dat de tomaten nog kunnen rijpen is mooi meegenomen. Zit de ziekte eenmaal in de plant dan zijn ook de tomaten aangetast. Je kunt bij het rooien van de plant dan wel de groene tomaten bewaren en deze in de vensterbank laten rijpen maar op den duur zullen ze alsnog bruine vlekken vertonen en verrotten.

Zoals jullie op de foto’s kunnen zien zijn de kenmerken:

  • bruine plekken op de tomaten
  • zwarte plekken op de bladeren (of geheel zwarte bladeren, afhankelijk van het stadium)
  • zwarte stengels van de tomatenplant

 

zieke tomaatgezonde en zieke tomaatzwarte bladerenaangetast bladzwarte stamzwarte stengel

Groenbemester II

Zoals beloofd vandaag een aantal groenbemesters met hun belangrijkste eigenschappen. Ik vind zelf de zaaitijd belangrijk. Dit jaar vond ik zelf dat ik er vroeg bij was maar was ik alsnog te laat met het zaaien van de rode klaver. Dit had overigens ook te maken met een verkeerde notitie. Tussen eind juli en half september zit natuurlijk nogal een verschil… Maar gelukkig had ik nog genoeg Phacelia. En volgend jaar probeer ik wat nieuwe soorten uit.

Winterrogge

Bij de Moestuin waar ik heb gewerkt werd veel gebruik gemaakt van winterrogge: deze blijft groen in de winter (niet vorstgevoelig), bedekt de grond snel en wortelt diep wat de grond goed losmaakt. De effectieve organische stof is echter laag en na het onderwieden moet je 3 weken wachten voor je gaat zaaien omdat het een stof bevat dat ontkiemen tegengaat. Je kunt dit gewas zaaien van half augustus tot eind oktober.

Phacelia (bijenvoer)

Deze plant is erg vorstgevoelig, bedekt de bodem snel en geeft middelmatige effectieve organische stof. Als de plant in bloei komt, wortelt de plant dieper en wordt er op een dieper niveau de grond losgemaakt. Daarnaast zorgt de plant voor veel nectar en trekt het veel hommels aan. Je kunt dit gewas zaaien van half april tot half augustus.

Rode klaver

Het grote voordeel van rode klaver als groenbemester is dat deze plant actief stikstof opneemt uit de lucht. Dit betekent extra voeding voor de aarde als het gewas wordt ondergewied. Dit is bij alle groenbemesters het geval die onder de soort vlinderbloemig vallen (zoals witte klaver, luzerne en gele lupine) Verder heeft het een hoge effectieve organische stof, bedekt het de grond redelijk snel en is het enigszins vorstgevoelig. Het gewas is te zaaien van half maart tot eind juli.

Afrikaantjes

Een bekend plantje dat ook als groenbemester gebruikt kan worden. Ze zijn erg vorstgevoelig, geven een middelmatige grondbedekking en zorgen voor een redelijke hoeveelheid effectieve organische stof. Daarnaast hebben Afrikaantjes houden daarbij de wortelvlieg op afstand wat het tot een goede combinatie maakt met het telen van wortels. En het oog wil ook wel eens wat: ze bloeien uitbundig. Zaaien van half mei tot half juli.

Kruisbloemig

De groenbemesters die onder de kruisbloemigen vallen mogen nooit gezaaid worden in een veld waar knolvoet is geconstateerd. De planten zijn namelijk zeer gevoelig voor deze ziekte waardoor de ziekte in stand gehouden wordt. Kruisbloemigen zijn bijvoorbeeld bladrammenas en gele mosterd.

Groenbemester I

phacelia - bijenvoer - groenbemesterSinds ik Phacelia (ook wel Bijenvoer genoemd) eens in mijn tuin heb gehad valt deze niet meer uit mijn tuin weg te denken. De plant is een paradijsje voor de hommels, helemaal in het vroege voorjaar wanneer er nog niet zoveel te eten is voor ze. Naast het voeden van hommels is het ook nog eens een mooie plant om te zien, de bloemen maar ook de blaadjes als de zaden net ontkiemd zijn. En tenslotte is het een groenbemester.

Al eerder in mijn moestuin-carrière heb ik me globaal wat verdiept in groenbemesters (artikel: wat is het ook alweer?) waarbij ik een interessant en informatieve website tegenkwam. Het was me echter veel te complex om dat toen verder uit te zoeken. Wat mij betreft was het al voldoende dat ik wist dat de mooie plant ook nog nuttig was voor het losmaken van de harde klei. En zo stimuleer ik het dat de plant zich uitzaait en zaai ik steeds meer vakken in met de Phacelia.

Inmiddels ben ik bijna 2 jaar verder met mijn moestuin en vind ik het interessant om me er verder in te verdiepen. Er zit namelijk nogal een verschil tussen de soorten groenbemesters en ik heb er een aantal wat nader onderzocht en schrijf er vandaag en morgen een stukje over.

Vandaag een overzicht van de functies van een groenbemester:

  • grondbedekking: dit gaat onkruid tegen (waar een plant groeit is minder ruimte voor andere planten) en zorgt er ook voor dat de grond minder gevoelig is voor weersinvloeden.
  • grond losmaken: de wortels van de plantjes maken de oppervlakkige of diepere grond losser (afhankelijk van de soort groenbemester die je kiest)
  • het vasthouden van voedingsstoffen (het gaat uitspoeling van voedingsstoffen tegen)
  • organische stof: als de plant na verloop van tijd onder de grond wordt gewerkt komt er meer organische stof in de aarde. Dit heeft vele voordelen, het zorgt onder andere voor betere drainage en voedingsstoffen in de grond. (Ik heb een mooi document gevonden waarin heel goed wordt uitgelegd wat het belang is van organische stof. Een blog daarover houden jullie nog tegoed.)

Vooral het toevoegen van organische stof aan mijn tuinaarde vind ik belangrijk. Dat is ook de reden waarom ik liever compost gebruik dan kunstmest. Nadeel is wel dat het veel duurder is en ook nog eens heel veel sjouwwerk. Vandaar dat ik me verdiep in groenbemesters. Zaad is zo zwaar nog niet 😉

Morgen zal ik een aantal groenbemesters toelichten.

 

 

tuinieren met een LED-lamp

Eerlijk gezegd kan ik er nog steeds niet helemaal bij, maar hoe meer ik erover lees, hoe meer ik begin te geloven dat het daadwerkelijk kan. En ook: hoe meer zin ik heb om dat zélf eens te ondervinden. Ik heb het over de LED-lamp waarmee groenten gekweekt worden. Geen volkstuin, maar bakken die  in een kamer zonder ramen kunnen staan en waar de prachtigste planten opgroeien. Enkele weken geleden werd ik er door iemand op geattendeerd. Ik werk al een tijdje bij een zorginstelling waar ik met deelnemers een moestuin opzet en onderhoud. Op die locatie was het erg moeilijk om plantjes vanaf zaad groot te brengen omdat er weinig daglicht is. En het daglicht dát er is, komt door een raam waaronder de verwarming volop brandt. En zo kwam ter sprake dat zo’n LED-lamp misschien wel leuk is om eens te proberen.

Voor zover ik er inmiddels een beetje achter ben hoe het werkt is het dat een plant met name het rode en blauwe spectrum van daglicht nodig heeft om te groeien. De blauwe is met name voor het opgroeien, de rode vooral voor het bloeien. Door een lamp te ontwikkelen dat vooral déze twee spectra uitstraalt, kan een plant ook zonder daglicht. Door niet het hele ‘daglichtspectrum’ uit te stralen, vraagt de lamp ook nog eens veel minder energie dan de meeste kweeklampen.

Wat me verbaasd over deze lamp is dat de gebruikers ervan zeggen dat er zo’n 90% minder water nodig is. Zoveel water komt er doorgaans niet uit het daglicht namelijk… 😉 Uiteraard is er bij het kweken veel minder bestrijdingsmiddelen nodig omdat er geen insecten zijn in dat afgesloten kamertje. En de plantenbakken kunnen allemaal gestapeld worden, zolang er boven elke bak maar een lamp zit.

Daarnaast zijn de lampen minder heet dan de gangbare lampen en is het een stuk brandveiliger.

Het klinkt allemaal heel futuristisch, onwennig en… ja, het maakt me ook ontzettend nieuwsgierig. Al moet ik zeggen: met zo’n LED-lamp beleef je wel een stuk minder tuinier-plezier!

Ook nieuwsgierig geworden? Ik heb een aantal sites op een rijtje gezet.

Paprikaplant

Dit jaar voor het eerst: eigen paprikaplanten. Het is niet dat ik niet van paprika’s houd dat ik er nu pas mee begin. Nee, het probleem zit ‘m in het verzorgen van de plant. Een paprikaplant is nogal kritisch en dan met name qua temperatuur. Het liefst tussen de 20 en 25 graden. Tsja… daar is ons klimaat niet helemaal geschikt voor. In een kas is een heleboel meer mogelijk, maar die heb ik niet. Dan maar eens binnenshuis proberen.

Gelukkig zijn de meeste planten naar buiten tegen de tijd dat de paprikaplant groot wordt en is er weer genoeg ruimte in de vensterbank. Na het verpotten van de drie plantjes vroeg ik me af hoe ze het toch hebben volgehouden in dat kleine krappe potje waar ze eerst met zijn drieën in zaten. Ze zullen vast flink gaan groeien nu ze daarvoor de ruimte hebben.

Ik lees op verschillende sites dat met goed weer de planten best naar buiten kunnen. Helemaal in mijn ‘serre’ waar ’s middags de zon vol op staat, zou het binnen wel eens te warm kunnen worden. En dáár houden de planten dan óók weer niet van. Zoals ik al zei, ze zijn wel een beetje kritisch. Met mooi weer naar buiten, gelukkig heb ik er maar drie ;-).

De paprikaplant heeft geen bijen nodig om bestoven te worden, dat scheelt alvast. Toch kunnen er verschillende redenen zijn waarom de bloemetjes afvallen zonder dat er een vrucht komt. Vaak heeft dit te maken met dat de plant ‘druk is met iets anders’: meer dan genoeg vruchten, overleven bij te hoge of te lage temperaturen of last van teveel of te weinig water. Het is aan te raden om het eerste bloemetje te verwijderen, dat geeft uiteindelijk een grotere oogst.

Tot zover al mijn net verworven kennis.P_20150609_200654Ik ben niet de enige die het leuk vind om eens wat te proberen. Tijdens het zoeken naar meer informatie over het kweken van paprika’s kwam ik een site van een andere enthousiaste tuinder tegen. Wie nog niet uitgelezen is kan gerust nog even verder gaan op deze site: www.vrolijketuinier.nl/groenten_paprika

Verder heb ik ook nog informatie gehaald van de volgende sites:

www.plantaardig.com

www.tuinieren.nl

www.moestuintips.nl

 

Experiment tomatenplant

tomatenplant_voorijsheiligen Ik was dit jaar vroeg met mijn tomatenplanten. Ik had ze vroeg gezaaid, ze waren mooi opgekomen en groeiden voorspoedig. Op een gegeven moment had ik geen grote potten meer waarin ik ze kon overzetten, was het al enige tijd warm weer voor die tijd van het jaar en besloot ik er twee in de tuin te zetten. Konden ze mooi al wat groeien in plaats van verpieteren in een pot op het balkon waar het ook nog eens veel te vol stond.

Na enige tijd moest ik concluderen dat ik véél te vroeg was (wat is nou een maand op een jaar? Blijkbaar toch wel veel…) en dat er eentje toch zeker wel dood zou gaan. Inmiddels is het een maand later en wat zie ik tot mijn verbazing? De ten dode opgeschreven plant, is helemaal groen! Toegegeven, het ziet er niet heel florisant uit. Nogal ielig. In vergelijking met de tomatenplant die ik pas enkele dagen geleden in de tuin heb gezet is het wel duidelijk dat een tomatenplant beter functioneert met voldoende warmte (en aandacht helpt vast ook wel 😉 ) De twee linkerfoto’s laten de tomatenplanten zien die al een maand in de tuin staan, tussen stokjes en met wat plastic er omheen. Op de andere foto de plant die net in de tuin gezet is.

Conctomatenplantlusie: een tomatenplant kan het buiten overleven, ook al zijn de nachten nog erg koud, maar qua groei loopt het een achterstand op. Beter is om de plant langer binnen te houden (of op het beschutte balkon) en pas met warm(er) weer in de tuin te zetten.

tomatenplant_warm

Kurkuma

Kurkuma, tot zo’n 1,5 jaar terug had ik nog nooit van het woord gehoord. Laat staan dat ik wist wat het was. Inmiddels eet ik het wekelijks en heb ik de afgelopen week voor het eerst de verse variant uitgeprobeerd. DSCN9269Ook als je nog nooit van kurkuma hebt gehoord is de kans groot dat het je het wel eens door je eten hebt gedaan. Het is namelijk een belangrijk onderdeel van kerriepoeder. Kurkuma, ook wel geelwortel genoemd, is een kruid met een wat bittere smaak. En wat je niet snel vergeet is de knalgele kleur.

Qua uiterlijk doet het denken aan gember, alleen is het iets kleiner. En zodra je het opensnijdt knalt de gele/oranje kleur je tegemoet. Deze kleur laat je de eerste twee dagen ook niet meer los, alles waar het mee in aanraking komt blijft een tijd geel. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze geelwortel ook wel als kleurstof wordt gebruikt.

Waarom ik schrijf over kurkuma is omdat het een kruid is (makkelijker verkrijgbaar als poeder dan vers) dat een aantal heel interessante gezonde effecten heeft. In India wordt het veel gebruikt om het eten mee te kruiden en uit verschillende onderzoeken is gebleken dat dit de oorzaak is van het (veel) lagere percentage van verschillende soorten kanker in dit land. Sterker nog, het wordt in Azië gebruikt als medicijn tegen onder andere Alzheimer en Parkinson. Ook helpt het tegen ontstekingen, waaronder reuma.

Sinds ik weet hoe gezond kurkuma is, voeg ik regelmatig een theelepel van dit kruid toe aan mijn eten. Met name in combinatie van zwarte peper want dit versterkt de werking. Het leek me leuk om eens een verse geelwortel te eten en ik ontdekte het afgelopen week bij de biologische winkel. Leuk!

Misschien komt het binnenkort nog wel eens langs op mijn blog, als ik het ga planten in mijn tuin. Ik zie namelijk net een foto en concludeer dat het prachtig kan bloeien.

Tot zover mijn promo-praatje over kurkuma 😉

Gebruikte websites: