Rabarber

Gister oogstte ik de laatste rabarber van dit jaar. Na de langste dag maakt de plant meer oxaalzuur aan en dat is niet zo gezond. Bovendien heeft de plant ook tijd nodig om te herstellen van al het oogsten en om weer voldoende energie te verzamelen voor volgend jaar.

Mijn oogst was dit jaar een heel stuk groter dan vorig jaar (niet vreemd natuurlijk) en hoewel ik had bedacht dat ik geen rabarber ging inmaken maar het gedurende de oogsttijd gewoon zou opeten, ben ik vandaag toch aan het inmaken geweest. Tenslotte wil je ook niet alsmaar rabarber eten of rabarbertaart, hoe lekker het ook is. Van de oogst van gister en een zak rauwe rabarber die in de vriezer zatrabarber heb ik bijna 10 potjes met overheerlijke rode rabarber gemaakt. Daar kom ik de winter wel mee door! En dan ligt er ook nog een zak rabarber in de vriezer die ik aan de jam kan toevoegen. Aardbei-rabarberjam… mjammie!

Achter de schermen

Aan mijn blog kun je het niet zien, maar achter de schermen ben ik al enige tijd bezig met ‘google vertellen dat ik besta’. Als je een zoekwoord intypt bij google (of een andere zoekmachine) is er altijd een bepaalde volgorde waarin alle sites op een rijtje worden gezet. Deze volgorde is afhankelijk van verschillende factoren en doorgaans staan de meest relevante sites bovenaan en de sites die het minst logisch zijn onderaan. Maar hoe weet de zoekmachine nu welke sites relevant zijn en welke niet?

Dit hangt deels af van de beschrijving van je site, achter de schermen. In de lijst die tevoorschijn komt nadat je je zoekterm hebt ingevuld zie je onder de link ook een stukje tekst staan. Deze kan de zoekmachine, in mijn geval, uit de blog plukken, precies dat stukje waar ook de zoekterm in voor komt. Wat echter ook kan, als je een heit hebt die je daarover de juiste informatie geeft, is zelf deze tekst typen. Hierdoor kun je bepaalde zoektermen wat beter naar voren doen komen. Als ik wil gevonden worden op volkstuin blog dan zorg ik dat in dat kleine stukje tekst in ieder geval de woorden ‘volkstuin’ en ‘blog’ komen te staan. Hierdoor weet de zoekmachine dat de blog die eraan gekoppeld is, relevant is voor de zoekterm ‘volkstuin blog’.

Nou, ja, dat is even in lekentaal een klein onderdeeltje van waar ik al een tijdje mee bezig ben. Wat ik wilde vertellen is dit: vandaag ontdekte ik dat ik door google gevonden ben en dat mijn zoekterm optimalisatie (zoals het proces wat ik net beschreef heet) geresulteerd heeft in het worden van nummer 19 op 40.700 resultaten.

Nou, daar word ik wel enthousiast van.

 

Knoflook

De teentjes waren al voor de (verwachtte) vorst geplant. De vorst bleef vrijwel uit, maar het gaat om het tijdstip. En afgelopen week kon ik dan de eerste, zelf verbouwde knoflook oogsten!

Ik moet toegeven dat ik tot zo’n jaar geleden nooit knoflook gebruikte. Maar je leert wel eens wat. Een vriendin die zegt dat ze het vrijwel overal doorheen gooit. Op mijn werk waar ik het veelvuldige leerde gebruiken bij het maken van soep. En toen begon ik zelf met het bereiden van macaronisaus, zonder pakje. Sindsdien heb ik vrijwel altijd knoflook in huis.

Laatst hoorde ik iemand op mijn werk verzuchten dat verse knoflook zo ontzettend lekker is. Verse knoflook, gewoon die bolletjes toch? Nee, die bedoelde ze niet, die zijn al gedroogd. O. Nu weet ik wat ze wél bedoeld. Want deze net geoogste knoflook ruikt ontzettend lekker! Het liefst zou ik het hele bolletje door mijn eten doen, maar dat zal de omgeving mij vast niet in dank afnemen. Die geur…! O, héérlijk! Dus dát is knoflook. Ik snap niet dat er tijden zijn geweest dat ik dat nooit gebruikte.

Komkommer experiment (II)

(vervolg)

Ik bleef toch volhouden. Iemand gaf me de tip om de grote bladen eraf te halen zodat er minder vocht zou verdampen. Een ander moedigde me aan dat ik het vooral moest proberen en dat ze benieuwd was naar het resultaat.

Ik wikkelde de takjes in nat papier en deed ze in een zakje. Thuis zette ik ze in een vaas met water, in de badkamer want dat was op dat moment de koelste plek in het huis. Als de takjes teveel vocht zouden verliezen door verdamping, zouden ze ten dode opgeschreven zijn.

In de loop van de weken (het experiment heeft zo’n 2 weken geduurd) hield ik de takken nauwlettend in de gaten. Groeiden er al worteltjes? Werden de blaadjes nou slapper of leek dat maar zo? Sommige blaadjes gingen dood, andere blaadjes bleven slap hangen maar verdorden niet. Hmmm, bijzonder.

Op een dag ontdekte ik dat ze vol zaten met zwarte luis. O! Het was al zo moeilijk voor ze om te overleven en dan dit er ook nog bij! Zorgvuldig bespoot ik ze met water en zeepsop. Wat besmettingsgevaar betreft was het een voordeel dat ze in de badkamer stonden, anders waren er nog veel meer planten in gevaar geweest.

Een takje ging dood, ik gooide het weg en vroeg me af of ik de rest ook niet beter kon weggooien. Alle takken zagen er nu niet echt levendig uit. Maar goed, aangezien ze niet in de weg stonden en de takken toch nog niet helemaal dood leken te zijn liet ik ze staan.

Van de meeste takken kan ik nog niet zoveel zeggen, op één tak na. Die begon heel voorzichtig wortels aan te maken. Hoera!

Na twee weken kon ik zeggen dat het experiment geslaagd was. Ik kon een tak met al aardige wortels (en zijworteltjes) in een pot met modder zetten om verder te gaan groeien. Ondertussen zijn er nog steeds een aantal takken die weliswaar niet dood zijn, maar ook (nog?) geen wortels hebben. Ik ben benieuwd welke kant dat opgaat. Bewezen is in ieder geval dát het mogelijk is. 🙂

Komkommer experiment (I)

Mijn experiment begon op een donderdagochtend toen ik op mijn werk leerde hoe we de komkommerplanten in de kas moesten dieven. Ik zat vol interesse te luisteren want dit jaar heb ik voor het eerst een komkommerplant (nou ja, vorig jaar twee kleintjes maar die wilden niet zo goed) en wat extra kennis over de verzorging kon ik wel gebruiken. Want dat je tomatenplanten moet dieven, dat wist ik wel. Maar komkommerplanten ook…?

Ja dus. Voor de mensen die zich nu afvragen wat ik bedoel met ‘dieven’: bij sommige planten groeien er extra takjes vanuit het punt waar een zijtak aan de hoofdtak vastzit (de oksel). In principe is het geen ramp als je deze laat zitten, maar die extra takjes verbruiken energie van de plant die het beter kan gebruiken voor de verzorging van de vruchten. Vandaar dat je tomatenplanten altijd gaat dieven, dit houdt in dat je het extra takje uit de oksel haalt. Wat nog een voordeel van dit dieven is, is dat de plant overzichtelijker is. Toen ik vorig jaar de tomatenplanten in mijn tuin niet had gediefd, groeide alles als een oerwoud door elkaar. En dat terwijl het handig is om een tomatenplant omhoog te leiden en zo de tomaten de mogelijkheid te geven zoveel mogelijk zon op te vangen.

Terug naar mijn experiment. In een kas groeien de planten veel harder dan buiten en aangezien de komkommer- en tomatenplanten op mijn werk één keer per week gediefd worden zijn de takken die je afbreekt soms al aardig groot. Toch jammer vond ik, zou je ze niet kunnen stekken? Toen ik het vroeg aan de expert, die ons net had uitgelegd hoe we de komkommerplanten moesten verzorgen, zei die van nee. Maar goed, soms ben ik wel eens eigenwijs en aangezien ik niet zoveel te verliezen had, heb ik een potje gevuld met water en daar de mooie takken ingezet.

Binnen de kortste keren waren de takjes helemaal slap. O, maar misschien was het in de kas ook wel veel te warm voor net afgebroken takjes die nog geen wortels hadden… Ik heb het potje maar buiten neergezet en er later nog wat takjes bij gedaan in de hoop dat die meer overlevingskans hadden.

Tegen de tijd dat het pauze was, stond de expert erbij te lachen. Er zat namelijk een reuzegrote naaktslak op deze uiterst kwetsbaar (en geheel slap hangende) takjes. Hmmm… het werd ze wel heel erg moeilijk gemaakt. Eerlijk gezegd vroeg ik mijzelf af of ik dit nog verder moest proberen, het zag er hopeloos uit.

(wordt vervolgd)

Lantaarntje

Ik kreeg zonet hoog bezoek op mijn balkon. Een libelle kwam mij daarmee vereren. Toen het even neerstreek op een plant heb ik het eens goed bestudeerd. En daarna ben ik op mijn tenen naar binnen gelopen om mijn camera te pakken, bang dat ik het zou afschrikken. Maar gelukkig, het zat er nog toen ik terugkwam en het schrok niet eens van mijn macro lens die heel dichtbij kwam.

Het probeerde wanhopig om door mijn raam te vliegen maar dat lukte natuurlijk niet. Met de witte raamkozijnen als achtergrond kon ik echter wel een nog duidelijkere foto maken. Ik had al even in mijn vlinderboek* zitten kijken wat voor libelle het zou zijn maar door de korte omschrijving bleven er nog twee opties over, een heldere foto leek me dan wel handig voor een verdere zoektocht.

Dankzij libellennet was het toen niet zo moeilijk meer, het blijkt een Lantaarntje te zijn. Bijzonder dat deze dan helemaal op mijn balkon is belandt want zoals alle libbellen verblijft het doorgaans bij water en momenteel is er zelfs in mijn regenmeter geen water te vinden.

Libelle lantaarntje

libelle lantaarntje

 

 

 

 

 

 

 

* ‘Vlinders in de tuin’ van de Vlinderstichting, geschreven door I van Halder, L. ten Hallers en T. Pavlicek

Mooi weer

Ik snap eigenlijk niet wat jullie hier doen. Een beetje achter de computer, laptop of I-pad zitten terwijl het zúlk mooi weer is! Ik zou zeggen: trek dat dikke vest uit, zoek je slippers op en geniet van het zonnetje nu het schijnt. 🙂

Heb ik wel gedaan in ieder geval. Ik was pas half 9 weer terug van de tuin en heb erna met de benen op de bank genoten van opgebakken aardappeltjes en (heel) verse sla met nog versere tuinkruiden. Heerlijk!

Bloemetjes

Sinds kort ben ik op mijn werk ook een ochtend bezig in de tuin. En vandaag heb ik meegeholpen met het planten van bloemen voor de bloementuin. Aan het eind van de ochtend waren er nog heel wat voorgezaaide bloemen over en werd ik verblijd met een deel daarvan. Het heeft zo zijn voordelen om van je hobby je werk te maken!

Helaas was ik vanmorgen wat te actief geweest in verkeerde houdingen (de tuin is nu eenmaal niet op mijn lengte ingesteld) waardoor ik vanavond door hoofdpijn niet meer naar mijn eigen tuin ben gegaan. De bloemetjes zullen nog wat langer moeten wachten tot ze in de grond mogen. Wel heb ik op mijn balkon her en der in wat bloembakken wat plantjes gezet, zo kan ik er thuis ook van genieten.

Daarnaast gingen er ook nog voorgezaaide prei, bietjes en bloemkoolplantjes weg. Er was teveel en ze hadden allang in de tuin moeten staan. Ik neem het risico om ze nóg een dag in een piepklein bakje te laten staan in de hoop dat ik ze morgenavond vrij kan laten. Ik heb ze zelf natuurlijk ook in de tuin gezaaid, maar zo kan ik de oogst wat verspreiden omdat deze plantjes al wat groter zijn.

Snoepen

Vanmorgen kon ik met mijn bezoek smullen van de frambozen. Wat zijn ze toch groot zeg! En erg lekker! En dan te bedenken dat de oogst net begonnen is. De oogst van de gele framboos loopt tot ver in september dus ik heb nog heel wat maanden frambozenpret!

Ik ben ook alweer naar mijn tuin geweest, gister was enkel voor het oogsten van de aardbeien en frambozen. Vandaag ‘moest’ er gewerkt worden. Het paadje voor mijn tuin moet ook onderhouden worden, ieder zijn eigen stukje. Het onkruid groeit daar graag en de paardenbloemen zijn hardnekkig. Het is dan ook lastig om ze met wortel en al te verwijderen en elk stukje wortel dat er blijft staan begint weer te groeien. Altijd durende dagbesteding.

Daarna ben ik begonnen aan het ‘kolenvak’. Het is te merken dat ik alweer een tijdje niet intensief onkruid heb gewied want er stond behoorlijk wat. Maar nu ziet dat blok er weer heel netjes uit!

Helaas kwam ik tot een vervelende ontdekking. Het is eigenlijk mijn eigen schuld, ik had nog zo op mijn blog geschreven dat de melige koolluis op de boerenkool verwijderd moest worden omdat het andere koolplanten kon besmetten. En ja… als je daarmee wacht tot de nieuwe koolplanten in de tuin staan is het niet verwonderlijk als het ook daadwerkelijk gebeurd. Ik kan nu echter moeilijk alle planten verwijderen, dan heb ik helemaal geen oogst. Dus heb ik enkel de drukbezochte bladeren geplukt en deze weggegooid met het onkruid. Met dank aan de lieveheersbeestjes voor deze redelijk vroege signalering.

Overvloed

Het is groeizaam weer met al die regen en warme dagen die elkaar afwisselen. Bijna een week niet naar de tuin is dan vragen om overrijpe vruchten maar het is soms niet anders. Vanavond ben ik maar snel weer eens wezen kijken op mijn favoriete plekje en ik had uit voorzorg maar een emmer mee genomen want tot nu toe kwam ik steeds bakjes te kort.

Nou, dat was een heel verstandig besluit want er waren niet alleen heel veel aardbeien maar ook erg veel frambozen. Omdat de frambozen nogal kwetsbaar zijn had ik daar een apart bakje voor meegenomen. Veel te klein dus. Gelukkig was er nog ruimte in de emmer. Het zijn prachtige dikke, donkerrode vruchten. Alweer een heel verschil met vorig jaar, toen waren ze veel kleiner.

Ruime een halve emmer vol nam ik weer mee naar huis. Wat een overvloed! En dan te bedenken dat de slakken er ook behoorlijk van groeien want de enigszins overrijpe vruchten worden druk bezocht. Er zijn zoveel slakken dat ik dit jaar niet eens meer bang ben om ze beet te pakken. Nou ja, het heeft niet mijn voorkeur maar als ik moet kiezen tussen de slak beetpakken of mijn oogst te laten opeten dan kies ik toch voor de slak. (Mocht er iemand zijn die overweegt slakken te eten, tenslotte zijn er genoeg mensen die dat doen, dan nodig ik diegene van harte uit om in mijn tuin wat te komen halen. Je hoeft zelfs geen toegangsgeld te betalen!)

Thuisgekomen heb ik de aardbeien gewassen en de overrijpe of minder fraaie vruchten in de vriezer gedaan voor de jam. Met de mooie aardbeien heb ik twee buren (heel erg) blij gemaakt. Ik ben er vrijwel zeker van dat ik allergisch ben voor de aardbeien. Ik kreeg al enkele keren de tip om ze af te spoelen met heet water en dat ga ik ook zeker doen, maar momenteel jeukt er nog van alles, helemaal na het oogsten dus ben ik er niet zo happig op. Bovendien heb ik meer dan genoeg frambozen om van te genieten.