Hoewel het tuinseizoen ten einde loopt, is de tuin nog niet leeg. Sterker nog, kort geleden heb ik net weer een stuk ingezaaid. Dit keer met winterpostelein. Een jaar geleden had ik er nog nooit van gehoord. Hoewel, ik herinner me opeens dat ik jaren terug bij een oude vrouw ging schoonmaken via de thuiszorg. Ze wilde graag dat ik ook de boodschappen voor haar deed en het heeft haar enige moeite gekost om mij ervan te overtuigen dat winterpostelein in de supermarkt te koop is. Op de afdeling groente. Ik snapte er niks van. Ik dacht aan delftsblauw porselein tussen de aardappels en vroeg me af of die vrouw niet een beetje in de war was. In de supermarkt heb ik nog iemand ernaar gevraagd, diegene aankijkend met een blik van: ‘ja, ik weet ook niet wat ik ervan moet denken’ en het bleek er niet te zijn. Jammer, anders had ik toen al kunnen ontdekken dat het niet delftsblauw is. Het is dus een soort sla, tenminste, ik denk dat het in die categorie valt. Kleine blaadjes, een beetje zo groot als spinazie. Het zaad ontkiemt pas bij lage temperaturen en zo kun je in de winter dus nog verse groenten oogsten.
Categorie archieven: Blog
Bloemkolen
De laatste (goeie) bloemkolen zijn geoogst. Nog twee van die prachtige exemplaren zijn het! Ik ben er best een beetje trots op moet ik bekennen. Ach, een ieder die wel eens bloemkolen heeft (geprobeerd te) telen zal het wel begrijpen. Vanavond zal ik ze dan ook aan mijn gasten voorzetten. Na een voorafje met pompoensoep. Tenslotte laat ik ze graag even meegenieten van hoe het is om je eigen groenten te verbouwen en er lekker mee te gaan kokkerellen.
En nu staat er nog wat in de tuin. Je zou ze de mislukte bloemkolen kunnen noemen, maar daar ben ik niet zo voor. De kolen zijn namelijk nog niet klaar. Als je nog wat langer wacht zul je ontdekken wat er nog moet gebeuren. De meeste bloemkolen krijgen de kans namelijk niet, maar al die bloemkoolroosjes willen gaan bloeien. De eerste bloemkool is inmiddels zover en zo heb ik alweer een nieuwe soort bloemen in mijn tuin.
Pompoenen (2)
En toen waren er nog drie oranje en een witte pompoen over. Tijd voor recept nummer twee: pompoensoep. Inmiddels heb ik al 3 recepten voor pompoensoep in mijn bezit dus ik kan kiezen. Ik kies voor de variant met appel en verschillende soorten kruiden. Weer een hele lading pitten en een boel snijwerk. Soep kun je makkelijk al eerder klaarmaken en dan kan het heel ontspannend zijn met mooie muziek op de achtergrond en zonder tijdsdruk omdat het al bijna etenstijd is.
Op de foto staat de soep zachtjes te koken. Straks nog even met de staafmixer erin en dan op smaak maken. Maar eerst nog even naar de bakker om vers brood te halen, beetje kaas erop en even in de oven: ik verheug me er nu al op!
En dan zijn er nog 2 pompoenen over. Iemand nog een idee wat ik ervan zal maken? Komend weekend krijg ik logees die ik graag wat lekkers voorzet. 
Pompoenen (1)
Volgend jaar wil ik pompoenen gaan verbouwen. Maar voor ik eraan begin leek het me toch wel handig om eerst eens een paar keer zelf iets met pompoen klaargemaakt te hebben. Dus kocht ik laatst een aantal pompoenen en ben ik deze week helemaal in de pompoensfeer.
De eerste pompoen is geslacht voor een pompoentaart. Wederom een recept waar ik op mijn werk op geattendeerd werd. En als je eenmaal iets lekkers hebt geproefd… Dus aan de slag maar. Schillen, snijden, scheiden. Die pitten, die ken ik van het pompoenpittenbrood en dat vind ik heel erg lekker. Bewaren dus maar. Later maar eens opzoeken op internet hoe ik die het beste kan klaarmaken. Of misschien komt er ook nog eens een pompoenpittenbrood van eigen hand. Maar dat kan alleen als ik die pitten een tijd kan bewaren want momenteel heb ik het te ‘druk’ met de pompoenen zelf.
Of je ook iets met het zachte deel van de pompoen kunt weet ik eigenlijk niet, de meeste recepten schrijven dat je het zachte deel en de pitten moet verwijderen. In de bokashi-emmer dan maar.
Na wat kokkerellen en bakken kwam de pompoentaart uit de oven. Hij zag er goed uit, maar warm kon ik hem nog niet aansnijden. Aangezien het al avond was, moest het nog een nachtje wachten.
Inmiddels is de taart gekeurd. Het smaakt anders dan de taart die ik op mijn werk heb geproefd en ik twijfel welke versie de bedoeling was. Het heeft allebei wel iets. Die van mij is wat zacht en smeuïg, het doet denken aan de substantie van kwark/monchoutaart. Op mijn werk was de taart steviger maar doorgaans proef ik het daar pas als het niet meer verkoopbaar is, ook al was die ook erg lekker. Wie weet is deze taart over een week ook wat steviger, dan kan ik van beide varianten genieten.
Zichtbaar
Ja…? Komt ‘ie?
Of geldt dit ook? Zo alleen nog maar op ’t randje van de bloembak? Ehm…
O!
Ja?!
Ja! Daar gaat ‘ie!
De eerste pimpelmees heeft mijn voedersilo ontdekt. Meteen wordt ‘ie afgewisseld door een tweede. Hoera! Ook hier weten ze mijn balkon te vinden.
Opeens staat de bank veel te ver naar voren, de voedersilo is zo helemaal niet zichtbaar. Sommige praktische dingen ontdekt je pas als je er al een tijdje woont. Namelijk dat de voedersilo vanaf mijn plek vaste plek aan tafel niet te zien is én niet vanaf de bank. Waarom hangt ‘ie er dan? Misschien moet ik het toch maar ergens anders ophangen en dan hopen dat ze ‘m nog steeds weten te vinden (en vooral: durven te komen).
Ik heb al een hele wintervoorraad voor ze aangelegd, zelf gekweekte zonnebloemzaden die nu hangen te drogen bij de cv. Laat ze maar komen, gezellig!
Tuinpraatjes
Met sommige medetuinders heb ik vaker een praatje dan met andere. Hoever onze tuinen van elkaar af zitten maakt natuurlijk uit, maar ook het tijdstip waarop ’n ieder in z’n tuin is. Of de behoefte aan een praatje. Met één man maak ik al vanaf vrijwel het begin graag een babbeltje. Een vriendelijke man die ik voor mijzelf de ‘wijnboer’ noem omdat hij zoveel druiven verbouwt. Zo nu en dan vraag ik hem eens om raad of praten we gewoon even over het weer of over niets in het bijzonders. Laatst hoopte ik een pompoen te kunnen ruilen tegen wat van mijn courgettes. Hij had echter niet zoveel pompoenen dat hij er teveel had en bovendien verbouwde hijzelf al courgettes. Ach, het was het proberen waard natuurlijk, je weet maar nooit. Hij had nog wel een andere soort pompoen die ik wel mocht hebben maar die moest nog even wat verder rijpen. Leuk! Even later liep ik met wat kropjes andijvie weer naar mijn eigen tuin.
Gister kwam ik bij mijn tuin en lag daar een mooie witte pompoen mij toe te lachen. Ah, leuk! Hij is eetbaar maar kan ook mooi te sier liggen. Van allebei wat dan maar? Even later kwam de wijnboer langs en babbelden we wat over de tuin. Hij liet weten dat als ik nog ’s wat boontjes nodig had om te zaaien ik het maar moest aangeven. Wat handig, ik was juist nog op zoek naar een lage soort bonen om volgend jaar te gaan verbouwen. Dus zo stond ik even later bij zijn tuin en kreeg ik wat bonen toegestopt. Montana, te zaaien vanaf half mei. Maar al voor te zaaien vanaf eind april. Goed idee.
Van het een komt het ander. Ik vroeg hem naar zijn wortels. Ik meende dat ik die van mij te laat had geoogst. ‘Nee hoor, je kunt ze tot de vorst laten zitten.’ Als ze te lang zitten kunnen ze gaan barsten. ‘Maar hoe komt het dan dat mijn worteltjes niet zo lekker smaken? Die we vroeger van pake kregen waren verrukkelijk en deze vallen mij nogal tegen…’ Welk soort ik had… eh, geen idee, dat moet ik thuis even opzoeken. Ik kreeg een paar van zijn wortels om te proeven. Alleen de geur van deze wortels was al een stuk beter dan die van mij. Amsterdamse bak. Ze smaken inderdaad beter. Ik ben benieuwd welke soort pake heeft.
En zo wisselen we kennis uit. Ook weleens andersom. Een tijdje geleden kwam een ervaren tuinder naar mij toe om te vragen welk soort bieten ik had, want die van mij zagen er beter uit dan de zijne. Leuk toch, zo samen optrekken!
Bloemenpracht
Het voelt al onwennig als er geen bloemen in mijn huis staan. Wat raak je daar snel aan gehecht zeg! ’t Is heerlijk om ook thuis te kunnen genieten van de bloemenpracht van mijn volkstuin. En het leukste is nog dat ik van veel meer bloemen kan genieten dan alleen mijn gezaaide snijbloemen. De zomerasters zijn alweer uitgebloeid maar van de zinnia’s zijn er nog wel genoeg om wat mee naar huis te nemen. De cosmea die ik begin dit jaar van iemand heb gekregen staan nu volop in bloei. Geen witte en geen roze maar een leuke combinatie van beide kleuren. Van de lavatera heb ik ook maar wat afgesneden, qua kleur staan die mooi bij de rozewitte cosmea. En dan de ijzerhard, lichtpaars, heel fijntjes en met een mooi lange stengel.
Een leuke combinatie, zowel qua kleur als variatie in vorm en hoogte. Voor de komende week heb ik weer wat moois om van te genieten.
En uiteraard ook een bosje zonnebloemen. Deze keer heb ik voor de kleine bloemen gekozen en heb ik een vaas vol roodgele zonnetjes.
Tuin p(e)rik(k)elen
Een ieder weet dat je maar beter wat uit de buurt kunt blijven van brandnetels. Eén aai over de heerlijke, zachte bladeren en je wordt er de rest van de dag nog op een prikkelende manier aan herinnerd. Begin dit jaar heb ik een keer een brandnetel in een pot in de tuin ingegraven om extra service te bieden aan een aantal vlindersoorten. De rupsen hiervan eten uitsluitend brandnetel en aangezien ze dus niet aan mijn bloemkool komen zijn ze van harte welkom. Maar goed, ook brandnetels groeien. Heel onhandig als je voorover gebukt bij de prei zit en net iets voelt kriebelen op je rug (niet al mijn oude tuinkleren zijn nog helemaal de goede maat en dat zorgt wel eens voor een bloot kiertje) en vervolgens de brandnetel voelt steken. Tijd om te gaan snoeien. Ik had het al een paar keer uitgesteld omdat ik mijn tuinhandschoenen dan weer thuis had laten liggen. Maar goed, dit keer had ik ze bij me en als eerste heb ik de brandnetel aangepakt. Handschoenen aan en knippen maar. Ja, ook die takken daar wat verderop. Ai… handschoenen hebben een beperkte lengte en de mouwen van mijn jas ook… En zo werd ik er de rest van de dag aan herinnerd dat de brandnetel heel goed elk kiertje in mijn kledij weet te vinden. Precies ter hoogte van mijn pols liep een rand van brandnetelstippen, jeukend en al.
Maar aan alles komt een eind, ook aan prikkende brandnetels.
courgettecake
Ik heb heel wat recepten verzameld waarin ik mijn courgettes kan gebruiken. Inmiddels is de courgetteplant op zijn retour en komen er nog hooguit een paar per week. Het is bijna gebeurd met de courgettetijd. Eén recept wilde ik graag nog eens proberen, namelijk de courgettecake. Misschien kennen jullie de worteltjestaart. Als je daar voor ’t eerst van hoort sta je vreemd te kijken. Hoe kun je nou een lekkere taart maken van wortels? Maar in feite proef je weinig wortel, ook al zit er heel wat in. Zo is het ook met de courgettecake. Ik heb het laatst op mijn werk geproefd en was verrast dat je zoiets lekkers van courgette kunt maken. Heel handig als je een zomer lang veel courgettes hebt.
Gister heb ik het recept uitgeprobeerd en helaas is de cake niet gaar geworden. Lang niet gaar, de courgettes zullen wel te vochtig zijn geweest. Ik kan het gerust nog eens uitproberen wat courgettes betreft maar eerst heb ik nog een bakvorm vol halfgare courgettecake. Straks nog eens even proeven hoe het smaakt als ‘ie koud is. Warme taart is altijd goed, maar dat is alleen het eerste stukje (bij wat minder zelfbeheersing misschien de eerste 2 ;-))
Ik kreeg op m’n werk de tip om de courgettes nog even door de bloem te halen voor ik het door het beslag doe. Misschien helpt het. Ik houd jullie op de hoogte.
Mini’s
Twee-en-een-half kistje aardappels. Wat zullen we eten? Aangezien ik al 3 dagen gekookte aardappels heb gehad (twee keer in de stamppot en één keer nog opgebakken) wilde ik wel wat anders. En zo kwam ik op het idee om de kleine aardappeltjes, ongeschild, te gaan eten. Eerst poetsen, aardappels uit de winkel zijn blijkbaar al eens schoongemaakt want daar zit lang zoveel modder niet aan. Tegen de tijd dat al deze kleine aardappeltjes enigszins schoon waren was het allang etenstijd. Maar, hoe maak je ze eigenlijk klaar? Ik heb ze wel eens bij iemand gegeten en daar kwamen ze uit de oven, maar moet ik ze dan eerst nog even koken? En kan ik ze gewoon op een bakplaat erin doen of moet er nog iets meer aan gebeuren? Internet biedt uitkomst.
“In een pan met water en dan even aan de kook brengen. Meteen daarna afgieten en dan in de oven.” Ik vraag me af of het misschien ook nog zonder dat koken kan, maar goed, ik doe het toch maar want ondertussen begint mijn maag te rammelen en ik heb geen zin in harde aardappels. Vervolgens in een bakvorm wat olie, aardappeltjes erin, wat oregano, zout en paprikapoeder erover en hopla, in de oven.
Dan de rest klaarmaken; de spinazie is zo gedaan (diepvries) en met wat stukjes rookworst en net geplukte tomaatjes ziet het er heerlijk uit. Na een klein half uurtje zijn de mini-aardappels klaar en kan mijn rammelende maag dan eindelijk gevuld worden.
Heerlijk was het!

