De appels beginnen rijp te worden aan de bomen. En laten we in deze gemeente verschillende gemeenschappelijke appelbomen of zelfs hele boomgaarden hebben…!
Afgelopen zondag liep ik er met mijn bezoek even langs, nadat we mijn (overvolle) tuin hadden bekeken. Maar ja… ik had dat idee pas bedacht terwijl we al onderweg waren dus het enige wat we konden vullen waren onze handen. Zes handen kunnen best wat meenemen, ware het niet dat de helft van de handen al bezet waren met courgettes en rijpe vruchtjes van mijn volkstuin. Goed, er zijn toch nog wat rijpe appels thuisgekomen en mem heeft ze voor me geschild en ontklokt. Het was een kleine moeite om er daarna nog appelmoes van te maken. Vorig jaar heb ik geen appelmoes gemaakt: zo duur is appelmoes in de winkel niet en het scheelt een boel werk. Helemaal als je van die kleine appeltjes hebt waarvan het klokhuis ongeveer de helft van de appel is. Maar ik heb het gemist, de zelfgemaakte appelmoes. Het is toch echt veel lekkerder om zelfgemaakte appelmoes te maken! Dus ik ben blij dat ik de eerste potjes staan heb. En als ik nog eens langs de boomgaard kom dan zoek ik de grootste appels zodat het werk binnen de perken blijft. 

Ik weet nu nog niet hoe hij me is opgevallen, maar ergens in het loopje van het aanrecht naar de bank zag ik dat er iets over mijn balkon drentelde. Ah, de muis! Of de… ik weet niet hoeveel variaties inmiddels al over mijn balkon hebben gelopen maar de muis die er gister was zal ik de volgende keer herkennen aan de vreemde plek op zijn rechterzij.
Terwijl ik de muis zat te bekijken en probeerde te ontdekken wat voor vreemde vlek het had op zijn zij, liep het zo bij de deur langs tegen de muur op. Opeens was ik wel blij dat het raampje boven de deur dicht zat. Niet dat ik bang ben voor muizen maar ik zit er niet op te wachten om een muis in de huiskamer rond te hebben lopen. Helemaal niet nu alle gaten goed dichtgestopt zijn. En nu maar hopen dat ‘ie niet stiekem door de wijd open deur naar binnen glipt terwijl ik dit stukje zit te typen…

De buurman gaf me nog een goede raad: de restanten van de koolplant meteen rooien omdat het laten staan de kans op knolvoet vergroot. Nu had ik laatst gehoord dat de plant in de oksels nog weer wat nieuwe (bloem)kooltjes aanmaakt als je eenmaal de grote bloemkool hebt geoogst. Leuk om eens uit te proberen dacht ik. Maar knolvoet wil ik zeker niet in mijn tuin hebben dus ik heb de boel er snel uitgehaald. En dat was maar goed ook, er was al een plant die de eerste tekenen van knolvoet vertoonde.
Planten doen wel eens onverwachte dingen. Helemaal als we ruimte tekort komen. Zo blijkt de pompoenplant zich te ontpoppen tot een echte klimmer. Dat ontdekte ik toen ik vreemd bekende bladeren tegenkwam tussen de frambozenstruiken. Duidelijk niet van de frambozenstruik maar toch vaag bekend. En ja hoor, de slingerende tak kon teruggeleid worden tot de pompoenplant. Tsja, ik had ook niet gedacht dat die ene pompoenplant zoveel ruimte nodig zou hebben. Ik verwachtte een paar pompoenen van één plant, maar als de vruchten zich allemaal goed gaan ontwikkelen kan ik heel wat meer verwachten.
Het is leuk om te zien hoe de planten zich met elkaar verbinden. De tomatenplant, braamstruik en pompoenplant staan vlak bij elkaar en krullen om elkaar heen. De pompoenplant maakt handig gebruik van de lengte van de braamstruik om zich omhoog te werken. En zo kan het tot de hoogte van de frambozenstruik groeien om van daaruit een tweede verdieping te bouwen. Ik ben benieuwd hoe dat gaan zal als er eenmaal pompoenen aan zitten. Krijg ik dan roze pompoen of oranje met frambozensmaak?

Dit jaar kan ik al een stuk meer fruit oogsten dan vorig jaar. Niet alleen geven de frambozenstruiken en aardbeiplantjes meer oogst, ook de Japanse wijnbes produceert veel lekkers en inmiddels heb ik ook de eerste eigen bramen geplukt. Deze keer was het kleinfruit voor de jam, andere keren smikkel ik er ’s avonds lekker van.

