Update II

In mijn volkstuin groeien natuurlijk niet alleen maar mooie bloemen, al zou je het soms denken. Tussen de uit de kluiten gewassen Acanthus, de rijkelijk uitgezaaide phacelia, de vele papaver en de explosief groeiende anjers, groeien ook nog ergens wat groenten. En deze groeien minstens zo hard als de bloemen, zo niet nóg harder.

De wortels staan in mooie rijtjes naast de prei. Hoewel de meeste wortels er goed uitzien, lijkt de rode soort het dit jaar nog slechter te doen dan vorig jaar. Het zal wel erg gevoelig zijn voor warmte en droogte want de één na de ander schiet in bloei.

Een paar preiplantjes die ik in het voorjaar heb gekocht om de oogst te spreiden zijn klaar om geoogst te worden. Grote planten, dacht ik. Tot ik er eentje uittrok en ontdekte dat ik ze vergeten ben te ‘zetten’. De onderkant van de schacht is bijna niet wit omdat er maar een paar centimeter onder de grond heeft gezeten. O ja… 😀 Ach, de prei was groot genoeg. Binnenkort de nieuwe, jonge planten maar eens met de pootstok in de grond zetten.

De tomatenplanten groeien goed, ik moet regelmatig dieven. In één week heb ik zo een dief van 20 cm. Dat gaat wel snel met dit weer.

De bonen moest ik tussen het onkruid vandaan vissen en hadden een achterstand opgelopen. Wat wil je ook als het onkruid ze boven de pet groeit. Gelukkig staan ze nu weer vrij, volop in de zon en groeien ze lekker hard. Een paar planten zijn doodgegaan of het zaad is niet opgekomen. Tsja, het was even in een drukke periode. Ik heb er nog wat bij gezaaid en er is best kans dat die boontjes de achterstand wel weer inlopen.

De andijvie is inmiddels op. Drie mooie, dikke kroppen andijvie, mooi na elkaar klaar. Ik heb alweer nieuwe gezaaid en deze plantjes zijn nu zo’n 7 cm.

Aan de kapucijners heb ik dit jaar weinig gedaan. Tegen de tijd dat ik aandacht aan ze wilde besteden waren de eersten al rijp voor de oogst. We hebben er al een paar keer van gegeten en de laatsten zitten in de vriezer. Ik vermoed dat er van mijn oude, zelf gevangen zaad, toch wat opgekomen is en dat daar doperwten tussen hebben gezeten. Tsja, als het zaad eenmaal gedroogd is zie ik het verschil niet meer zo goed. Tussen de paarse kapucijners groeiden groene peulen: doperwten. En er groeiden paarsgroene peulen: dopcijners. Of kaperwten.

De eerste courgetteplant begint courgettes te produceren. We hebben er al twee op en er zaten alweer genoeg nieuwe aan. De andere courgetteplant is nog niet zover. Met het zaaien was er de eerste keer maar eentje opgekomen. De twee die ik erna zaaide kwamen allebei op. Gelukkig kon ik er een andere tuinder blij mee maken. Eén plantje slijten is makkelijker dan 30 courgettes 😉

Het is maar goed ook dat er weer courgettes zijn. De zoetzuur die ik er van maak is bij ons favoriet en inmiddels is de voorraad van vorig jaar bijna op. Waarschijnlijk komt het precies uit.

Als laatste nog even over de rabarber. Want ó, wat heb ik daar dit jaar veel oogst van! Ik geloof dat ik de 15 kilo wel haal. Ik gaf dan ook graag wat weg (1/3 van de vriezer zit nu vol rabarber) en gelukkig zijn er altijd wel liefhebbers voor. Aan het eind van het tuinjaar zal ik ook wat planten eruit halen, de eerste liefhebber heeft zich al gemeld.

Oogsten

Er valt steeds meer te oogsten in de tuin. Zaterdag oogstte ik de eerste courgette, vandaag oogstte ik al nummer twee en drie. Van de rabarber haalde ik nog een laatste oogst, het bleek meer te zijn dan ik dacht: twee kilo rode rabarber. De worteloogst komt ook op gang. Vandaag aten we ons eerste maaltje gemengde wortels: oranje, gele en één lichtrode die niet meer te onderscheiden was van de oranje 😉 Ik had wat doperwtjes opgespaard (die willen dit jaar nog niet zo) en zo aten we zelfs wortels met doperwtjes uit eigen tuin. Heerlijk!

Ondertussen zijn er ook kapucijners aan de klimplanten verschenen, staat de snijbiet klaar om geoogst te worden en krijgen de rode bietjes al enig formaat. Het is overduidelijk zomer. kapucijners

Aanpoten

Het is momenteel flink aanpoten in de tuin. Paadjes leggen, pispotjes en heermoes zorgvuldig uitgraven, zaaien, stellages bouwen, worteldoek ingraven en  dan zijn er nog de dingen die altijd doorgaan zoals het onkruid bijhouden en water geven. De laatste twee weken heb ik hard gewerkt in de tuin en dat begint zijn vruchten af te werpen. Vandaag een inhaalslag op mijn blog.

Vorig jaar heeft er een krop sla gebloeid en zichzelf uitgezaaid. Tot mijn grote verbazing hebben de slaplantjes de strenge vorst overleefd en staan er nu heel wat prachtige kroppen sla in de tuin. De kern is boterzacht en knapperig, de perfecte krop! We smullen er al enige tijd van. Bij het tuincentrum heb ik nog wat voorgezaaide sla gekocht om over een maand ook sla uit de tuin te kunnen eten. Er omheen heb ik kapucijners gezaaid en die komen inmiddels al op.

De wortels die ik heb gezaaid in maart zijn voor een groot deel goed opgekomen. Met al die bezoekjes aan de tuin krijgen ze ook regelmatig water. Het wortelloof ziet er prachtig frisgroen uit, dat belooft wat.

Verder heb ik rode bieten gezaaid, andijvieplantjes geplant, prei gezaaid en doperwten. Die laatste doen het niet zo goed, maar die lading was dan ook van vóór het trouwen. Inmiddels heb ik thuis alweer nieuwe plantjes staan. Verder heb ik rijsdoperwten voor geweekt en gezaaid.

Naast het zaaien en planten probeer ik om elke keer weer wat extra grond onkruidvrij te maken. De gedane stukken onkruidvrij houden is een stuk sneller dan de nieuwe stukken. Achterin zit nog een heel stuk waar veelvuldig pispotjes groeien. Deze moeten er met complete wortel uit, anders komen ze net zo snel weer terug. Dan gaat het onkruid verwijderen niet zo snel, maar ik weet: nu grondig werken bespaart me in de toekomst een heleboel tijd. En daar doe ik het voor.

En zo krijgt de tuin steeds meer vorm. Elke keer komt er weer een stukje bij dat ‘af’ is. Het geeft véél voldoening en is het harde werken zéker waard.

 

De tuin leegplukken

Het is oogsttijd. Terwijl ik met enig regelmaat naar de kas ga om water te geven ben ik inmiddels ook steeds meer bezig met oogsten. Gister heb ik dan ook weinig meer gedaan dan water geven en oogsten. Het leverde me twee tassen vol oogst op. Dankzij mijn beleid van ‘kleine beetjes, vele soorten’ kan ik er gevarieerd van eten.

Het resultaat van gister:

3 bakken rode besjes
Paar frambozen
2 spitskolen
5 rode bieten
Halve portie wortels
Halve portie bonen
Wat doperwten
Handje kapucijners
Bakje tomaten
2 komkommers
1 courgette

Verse kapucijners

Inmiddels heb ik ze al een paar keer gegeten: verse kapucijners. Lekker als (aanvulling op de) lunch.

Vorige week had ik een vriendin op bezoek en hebben we samen zitten doppen. Net zoals ik een aantal jaar geleden, had ze nog nooit verse kapucijners gezien. En verse zien er totaal anders uit dan die bruine dingen die je in de winkel in een potje kunt kopen. Ze smaken overigens ook heel anders.

Meestal eet ik ze enkel met spekjes en eventueel een uitje. Maar nu moesten we wat anders bedenken want daar hadden we niet genoeg aan. Samen bedachten we een ander recept. Het werden wraps met de kapucijners in plaats van de kidneybonen. We hebben er smakelijk van gegeten.

Oogstfeestje

Afgelopen week was mijn  tuin onder het beheer van mijn tuinmaatje en vandaag was ik reuze benieuwd hoe alles groeide en bloeide. Een week geleden plukte ik al een enkele framboos en ook de rode besjes begonnen al behoorlijk rijp te worden. De oogst vandaag overtrof echter al mijn verwachtingen. Na drie bakjes rode bessen (goed voor zo’n 1,1 kilo) liet ik de rest maar hangen. Tenslotte moet ik het ook nog opeten, al is dat met rode besjes helemaal geen probleem. De rest mag nog wat dikker worden. Een bakje frambozen, twee dikke snackkomkommers, een flinke hand vol doperwten en anderhalf bakje kapucijners. O, en niet te vergeten het bosje bloemen. Ik had keuze genoeg uit bloemsoorten maar hield het bij enkel anjers.

Het liefst geef ik vanavond een oogstfeest maar kun je in je eentje een feestje vieren? Of ik moet de logeerhond meetellen, dan zijn we met twee. Alleen denk ik niet dat de logeerhond rode besjes lust.

Bonenplanten

Het vroege zaaien van de klimbonen heeft tot nu toe nog geen problemen opgeleverd. Niet gek, want het is de afgelopen week ontzettend warm geweest en bonen houden wel van warmte.

Bij elke stok staan 2 à 3 plantjes en het zal niet lang meer duren voor ze langs de stokken omhoog zullen gaan klimmen.

De kapucijners zijn daar al druk mee bezig. Ik moest ze laatst een handje helpen want ze staken elkaar wel helpende ‘handjes’ (sprietjes) toe, maar negeerden de stokken compleet. Het zorgde voor plantjes die meer horizontaal groeiden dan verticaal. En dat terwijl de stokken er juist staan ter houvast! Inmiddels gaan de meeste planten de lucht in. De kapucijners zitten al vol met mooie paarse bloemen. Nog even wachten en dan kan ik weer verse kapucijners eten.

De stambonen (de bonensoorten die niet klimmen) heb ik inmiddels ook in de tuin staan. Een deel staat tussen de klimmers (handig, zo vullen ze mooi een gat op), de andere staan voor de kapucijners. Ik heb heel wat verschillende soorten gezaaid. Van mijn tuinmaatje kreeg ik allerlei soorten bonen die te oud waren om nog te verkopen in de winkel. Ze zijn inderdaad lang niet allemaal meer kiemkrachtig, maar her en der staan er toch wat andere soorten tussen.

Vandaag heb ik nog een nieuwe soort gezaaid. Fryske Giele Wâldbeantjes (Friese gele woudboontjes). Ik kreeg de bonen van mem, uit Friesland natuurlijk. Of het ook wâldbeantjes mogen heten als ze niet in de Friese kleigrond worden geteeld, is natuurlijk nog maar de vraag. Misschien doen ze het ook wel wat minder goed in deze Utrechtse klei. Of ontstaat er een prachtig Utrechts geel woudboontje 😉

Kapucijners

Ik verwonder me er elk jaar weer over, hoe kapucijners kunnen groeien terwijl ze nog bij de kou in de grond gestopt zijn. Terwijl talloze plantjes nog bij mij thuis in de vensterbank staan en nog aan het afharden zijn op het balkon, schieten de kapucijners al de lucht in. Geen kou die ze tegenhoudt. In ieder geval, niet dit jaar. Met hun ragfijne stengeltjes grijpen ze zich aan elkaar vast om de ruimte tot de stokken te kunnen overbruggen. Hoe ze elkaar toch altijd weten te vinden is nog zo’n raadsel. Het blijft bijzonder.

Kapucijners

Ik vind het elk jaar weer een verrassing: de opkomende plantjes. Thuis, bij het zaaien in bakken, sta ik er regelmatig met de neus bovenop. Is de grond niet te droog, staat de bak niet te koud… er wordt goed op ze gelet.

In de tuin is dat anders. Behalve wat extra water geven in droogte is het vooral afwachten. Merk ik het op tijd dat er slakken op de loer liggen? Hebben ze last van de kou? Hoewel de kapucijners al ruim voor IJsheiligen gezaaid mogen worden, kan ik dan toch gaan twijfelen als het begint te vriezen. Zou het ontkiemen dan niet mislukken?

Ik had al wat sprietjes boven de grond zien verschijnen, maar deze week waren ze dan toch echt duidelijk te zien: rondom de stok komen prachtige plantjes op. Het is toch elk jaar weer een wonder. En het enige wat ik heb gedaan is zaaien en water geven. En vaak kijken natuurlijk.

Makkelijk recept met boontjes

Dit voorjaar maakte ik kennis met een recept van de Albert Heijn, genaamd ‘boontjes met boontjes’. Toen ik tijdens het eten de ingrediënten analyseerde bedacht ik me dat met enige variatie daar ook een uitstekend zomerrecept van gemaakt kon worden met vrijwel alles vers uit eigen tuin. En zo ontstond dit recept. Met alle groenten vers uit eigen tuin eet ik mijn vingers er bijna bij op. Het is heel snel klaar en erg gezond!

Ingrediënten

  • handje sperziebonen
  • handje (ongedopte) kapucijners
  • handje (ongedopte) doperwten
  • 2 tomaten
  • 7 cherrytomaten
  • 125 gram chorizoworst

boontjes en kapucijnersBereiding

Smaken verschillen en daarom zullen de beste verhoudingen voor dit recept ook per persoon verschillen. Bovendien heb ik wisselende hoeveelheden bonen en verandert het recept daardoor nogal eens. Maar om te beginnen is een richtlijn natuurlijk wel handig. Ik neem voor dit recept evenveel sperziebonen als (ongedopte) kapucijners en (ongedopte) doperwten, twee grote tomaten en 7 cherrytomaatjes en een halve chorizoworst (= 125 gram). De chorizoworst is sterk van smaak en kan bij een te grote hoeveelheid overheersend worden. Wat extra tomaten verzacht de smaak.

Punt de sperziebonen en halveer ze. Zet deze in een royale hoeveelheid water op het vuur en breng het aan de kook. Dop ondertussen de kapucijners en de doperwten (houd ze apart van elkaar). Als de sperziebonen zo’n 8 minuten hebben gekookt doe je de kapucijners erbij. Als de kapucijners 5 minuten hebben gekookt voeg je de doperwten toe. Het geheel moet dan nog zo’n 3 minuten koken.

De chorizoworst snijd je in stukjes en bak je even op. Voeg de tomaten, eveneens in stukjes, toe en laat dit geheel even bakken. Als laatste voeg je de afgegoten sperziebonen, kapucijners en doperwten toe.

Eet smakelijk! recept boontjes